De Rechtbank Rotterdam heeft op 4 augustus 2021 uitspraak gedaan over de bevoegdheid tot het zelfstandig instellen van een rechtsvordering door een onderbewindgestelde.

Op 26 december 2018 is te Rotterdam overleden erflaatster.

Eiser en de overige gedaagden zijn de kinderen van erflaatster en zij zijn tezamen de erfgenamen van erflaatster.

Gedaagde is de broer van erflaatster.

Gedaagde is in het testament van erflaatster tot testamentair bewindvoerder aangesteld over wat eiser verkrijgt uit de nalatenschap van erflaatster.

Erfrecht. Procesrecht. Testamentair bewind. Bevoegdheid tot instellen van rechtsvordering met betrekking tot nalatenschap. Overname van procedure door bewindvoerder.

De rechter overweegt als volgt.

Het gaat in deze procedure over het erfdeel van eiser in de nalatenschap van erflaatster.

Partijen zijn het erover eens dat eiser gelet op artikelen 4:166 en 4:173 BW en het testament van erflaatster niet zelfstandig bevoegd is om rechtsvorderingen in te stellen ten behoeve van zijn erfdeel.

Dit betekent dat eiser niet de formele procespartij kan zijn.

De rechtbank kan eiser niet volgen in zijn stelling dat gelet op de deformalisering van procesrecht het niet noodzakelijk is dat de bewindvoerder in onderhavige procedure verschijnt.

Wel leidt deze deformalisering er naar het oordeel van de rechtbank toe dat eiser niet nu al niet-ontvankelijk zal worden verklaard in zijn vordering, maar dat de rechtbank eiser in de gelegenheid zal stellen bij akte een verklaring in het geding te brengen waaruit blijkt dat de bewindvoerder de procedure als formele procespartij overneemt.

De enkele stelling van eiser dat de bewindvoerder toestemming heeft verleend voor onderhavige procedure en die ten volle ondersteunt, acht de rechtbank, mede gelet op de betwisting door gedaagden, onvoldoende.

De rechtbank zal gelet daarop ook niet ambtshalve de bewindvoerder als formele procespartij betrekken.

In afwachting van de akte wordt iedere verdere beslissing aangehouden.

Nadat deze akte genomen is ligt het niet in de rede dat gedaagden een antwoordakte nemen.

Gedaagden hebben zich op het standpunt gesteld dat eiser dan wel zijn advocaat ex artikel 245 Rv in de proceskosten moet worden veroordeeld.

De rechtbank zal de beslissing hieromtrent aanhouden tot na de akte van eiser.

Als de slotsom zal zijn dat het geding kan worden voortgezet, maar dan met de bewindvoerder als formele procespartij, dan behoeft in het incident alleen een beslissing over de proceskosten in het incident genomen te worden.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over bewind of curatele in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.