De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft onlangs uitspraak gedaan over de verwijzingsregels in het internationale recht met betrekking tot een verzoek machtiging om namens een minderjarige een nalatenschap te mogen verwerpen.

Verzoekers hebben bij deze rechtbank, locatie Breda, een verzoekschrift ingediend waarin zij vragen om een machtiging van de kantonrechter waarmee zij namens hun minderjarige zoon een nalatenschap kunnen verwerpen.

Erfrecht. IPR. Verwijzingsregels. Verzoek machtiging om namens een minderjarige een nalatenschap te kunnen verwerpen. Rechtsmacht. Toepasselijk recht.

De rechter oordeelt als volgt.

Toepasselijk recht met betrekking tot de erfopvolging

Ingevolge artikel 21 lid 1 van de Europese Erfrechtverordening geldt het recht van de staat waar de erflater op het tijdstip van overlijden zijn gewone verblijfplaats had, als het recht dat op de erfopvolging van toepassing is.

Omstandigheden waardoor van deze (hoofd)regel kan worden afgeweken zijn door verzoekers niet gesteld, noch is daarvan gebleken.

Dit betekent dat het Nederlandse recht van toepassing is waar het gaat om zaken die de erfopvolging betreffen.

Het verwerpen van een nalatenschap is een zaak die de erfopvolging betreft.

Uit de door verzoeker gegeven toelichting op het verzoek blijken de redenen op grond waarvan zij voor zichzelf de nalatenschap van erflater, waartoe zij gerechtigd zou zijn, wil verwerpen.

Zodra zij dit doet treedt de minderjarige hoogstwaarschijnlijk in haar plaats.

Niet gebleken is althans dat erflater in een testament anders heeft beslist.

Bevoegdheid Nederlandse rechter

De naar Nederlands recht vereiste rechterlijke machtiging waarmee voor een minderjarige een nalatenschap kan worden verworpen is niet een zaak die de erfopvolging als zodanig betreft, maar vormt een maatregel ter bescherming van die minderjarige betreffende het beheer, de instandhouding van of de beschikking over zijn vermogen in het kader van de uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid.

Omdat de minderjarige zijn gewone verblijfplaats in Duitsland heeft is in verband met die uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid de Duitse rechter bevoegd om van het verzoek kennis te nemen en daarop te beslissen.

Dit volgt uit artikel 7 van EU-verordening Brussel II-ter.

Op die regel kan echter een uitzondering bestaan.

Artikel 10 van EU-verordening Brussel II-ter bepaalt namelijk dat de gerechten van een lidstaat bevoegd zijn ter zake van ouderlijke verantwoordelijkheid wanneer aan een aantal voorwaarden is voldaan.

Samengevat luiden die voorwaarden:

  1. dat het kind een nauwe band heeft met die lidstaat, met name omdat i) minstens een van de personen die de ouderlijke verantwoordelijkheid dragen, zijn gewone verblijfplaats in die lidstaat heeft; ii) het kind voordien zijn gewone verblijfplaats in die lidstaat had; of iii) het kind onderdaan is van die lidstaat;
  2. dat, samengevat, de personen die de ouderlijke verantwoordelijkheid dragen het met elkaar eens zijn over de bevoegdheid van het gerecht en dit schriftelijk hebben vastgelegd (forumkeuze);
  3. dat de bevoegdheidsuitoefening wordt gerechtvaardigd door het belang van het kind.

In de voorliggende zaak blijkt dat verzoeker in Nederland woonachtig is en aldus haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft.

Verder beschreef de minderjarige in reactie op vragen van de griffier, in een in het Nederlands gestelde brief van 30 juli 2025 zijn banden met Nederland.

Op termijn zal hij met zijn moeder permanent in Nederland gaan wonen, aldus de brief.

Gelet hierop en op de overige inhoud van deze brief wordt geoordeeld dat de minderjarige een voldoende nauwe band heeft met Nederland om de bevoegdheid van de Nederlandse rechter niet uit te sluiten.

Waar bovendien beide ouders het verzoekschrift hebben ondertekend blijkt genoegzaam dat zij het met elkaar eens zijn dat de Nederlandse rechter van het verzoek kennisneemt en daarop beslist.

Ten slotte leidt de omstandigheid dat de nalatenschap van erflater zich in Nederland bevindt en de afwikkeling daarvan door Nederlands recht wordt beheerst tot het oordeel dat het belang van de minderjarige de beoordeling van het verzoek door de Nederlandse rechter rechtvaardigt.

Geoordeeld wordt dan ook dat is voldaan aan de in artikel 10 van EU-verordening Brussel II-ter vermelde voorwaarden op grond waarvan de Nederlandse rechter bevoegd is om op het verzoek een beslissing te geven.

Verzoekers hebben het verzoek ingediend bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant te Breda, vermoedelijk omdat de laatste woonplaats van de overledene is gelegen in het rechtsgebied van de kantonrechter te Breda.

Echter, volgens de wettelijke regels waarin de bevoegde rechter wordt aangewezen ziet het verzoek niet zozeer op een zaak betreffende een nalatenschap maar op een zaak betreffende een minderjarige.

In zo’n geval is bevoegd de rechter van woonplaats van de wettelijke vertegenwoordiger(s) van de minderjarige.

Nu partijen er voor hebben gekozen hun verzoek door de Nederlandse rechter te laten beoordelen had dit moeten worden voorgelegd aan de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant te Middelburg aangezien de woonplaats van verzoeker in het rechtsgebied van deze kantonrechter is gelegen.

Om proceseconomische redenen zal echter geen verwijzing volgen maar zal onmiddellijk op het verzoek worden beslist.

Toepasselijk recht voor de beoordeling van het verzoek

In artikel 17 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 (HKV) is bepaald dat de uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid wordt beheerst door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind.

Dat is het recht van Duitsland.

Echter, omdat hierboven is geoordeeld dat op basis van artikel 10 van EU-verordening Brussel II-ter aan de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt, kan op grond van artikel 15 lid 1 HKV het verzoek naar Nederlands recht worden beoordeeld.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.