De Rechtbank Limburg heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of de vader zijn taak als gezaghebbende ouder van een minderjarige vereffenaar onzorgvuldig verricht had.

De kern van het geschil is de vraag of de vader verplicht is een boedelbeschrijving op te maken en de vraag of de vader verplicht is aan de zoon een bedrag ter zake van de nalatenschap van erflaatster te betalen.

Erfrecht. Beneficiaire aanvaarding. Minderjarigheid. Gezag. Vereffening. Heeft vader heeft zijn taak als gezaghebbende ouder van een minderjarige vereffenaar onzorgvuldig verricht? Onrechtmatige daad. Schadevergoeding.

De rechter oordeelt als volgt.

Tussen partijen staat onbetwist vast dat de zoon enig erfgenaam van erflaatster is.

Dat blijkt ook uit de verklaring van erfrecht.

Daardoor kan de vordering worden toegewezen en zal de rechtbank voor recht verklaren dat de zoon als enig erfgenaam van erflaatster gerechtigd is op het desbetreffend erfdeel.

In de verklaring van erfrecht is bepaald dat de nalatenschap, omdat deze namens de erfgenaam beneficiair is aanvaard, vereffend dient te worden.

Op grond van artikel 4:195 BW is de zoon als de erfgenaam ook de vereffenaar.

In artikel 4:211 BW lid 1 wordt de taak van een vereffenaar omschreven: “Een vereffenaar heeft tot taak de nalatenschap als een goed vereffenaar te beheren en te vereffenen’.

De vereffenaar dient daartoe met bekwame spoed een boedelbeschrijving op te maken (4:211 lid 3 BW).

Op grond van artikel 4:199 lid 2 BW dient een erfgenaam/vereffenaar een negatief nalatenschapssaldo ten spoedigste aan de kantonrechter te melden.

De vader was als gezaghebbend ouder van de destijds minderjarige zoon/vereffenaar bevoegd te beschikken over de beneficiair aanvaarde nalatenschap.

Het was dan ook aan de vader om met bekwame spoed een boedelbeschrijving op te maken en bij een negatief nalatenschapssaldo dit met spoed aan de kantonrechter te melden.

De vader stelt na het overlijden van erflaatster een bankrekening van de erflaatster te hebben opgeheven en haar huurovereenkomst te hebben opgezegd.

Dat moet hij als gezaghebbende ouder van de vereffenaar hebben gedaan omdat hij anders daartoe niet de bevoegdheid had.

Er is door de vader echter geen boedelbeschrijving opgemaakt met een overzicht van alle bezittingen (baten) en schulden (lasten) van de overledene.

De rechtbank stelt vast dat de vader daarmee zijn taak als gezaghebbende ouder van de zoon/vereffenaar niet naar behoren heeft vervuld.

Inmiddels is de zoon meerderjarig en is de vader niet meer bevoegd te beschikken over de nalatenschap.

Ook kan de vader in dat kader geen stukken, zoals bankafschriften, meer opvragen bij de bevoegde instanties.

De zoon is daar inmiddels zelf toe bevoegd.

Omdat de vordering tot het opmaken van een boedelbeschrijving en tot afgifte van alle bescheiden daarmee praktisch niet meer uitvoerbaar is voor de vader, zal de rechtbank deze vordering afwijzen.

De overige vordering houdt in een betaling van een voorschot op de nalatenschap voor de duur van de procedure.

Hierop is in incident al afwijzend beslist.

De zoon stelt dat hem als enig erfgenaam ‘het oorspronkelijke bedrag’ van de nalatenschap dan wel € 25.000,00 toekomt, wat door de vader wordt betwist.

De zoon vordert in deze procedure betaling hiervan.

De rechtbank stelt het volgende voorop.

De hoofdregel is dat een vereffenaar uit de nalatenschap alle schulden dient te voldoen en wat overblijft aan de erfgenamen uitkeert.

In dit geval is de zoon de enige erfgenaam en de vereffenaar, maar omdat de zoon ten tijde van het overlijden van erflaatster minderjarig was, diende de vader als gezaghebbend ouder van de vereffenaar alle schulden van de nalatenschap te voldoen en het bedrag dat daarna het bedrag overbleef beschikbaar te stellen aan de zoon.

Over dat bedrag zou de opa dan als bewindvoerder van de zoon het bewind moeten voeren totdat de zoon 23 jaar zou zijn.

De vader heeft echter geen boedelbeschrijving opgemaakt en heeft het bedrag dat overbleef na voldoening van alle schulden van de erflaatster niet ter beschikking gesteld aan de zoon.

Tot bewindvoering door de opa over het erfdeel van de zoon is het dus niet gekomen omdat het erfdeel niet ter beschikking is gesteld aan de zoon.

De vraag is nu welk bedrag de vader aan de zoon uit hoofde van de nalatenschap ter beschikking had moeten stellen.

De zoon heeft ter onderbouwing dat hem uit de nalatenschap een erfdeel van € 25.000,00 toekomt de concept schikkingsovereenkomst van de vader overgelegd.

Naar het oordeel van de rechtbank blijkt hieruit dat de vader zelf van mening is dat aan de zoon uit de nalatenschap van erflaatster een erfdeel van € 25.000,00 toekomt.

Van dat bedrag zijn volgens de geciteerde passage verschillende uitgaven ten behoeve van de zoon gedaan.

Het betreft dus niet uitgaven die ten behoeve van de nalatenschap zijn gedaan.

De rechtbank oordeelt dat de zoon hiermee voldoende onderbouwt dat zijn erfdeel € 25.000,00 is.

De vader voert het verweer dat hij en zijn adviseur zich hebben vergist toen het schikkingsvoorstel werd gedaan.

Die vergissing hield in dat de vader aan erflaatster had toegezegd om € 25.000,00 voor de zoon te sparen en hem dit op zijn drieëntwintigste levensjaar ter beschikking te stellen.

De nalatenschap zelf zou volgens de vader een negatief saldo hebben.

Deze betwisting is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd.

Het is onwaarschijnlijk dat de vader zo’n vergissing heeft gemaakt, zeker niet nu hij bijstand had van een juridisch adviseur.

Omdat de zoon voldoende heeft onderbouwd dat hem uit de nalatenschap een erfdeel van € 25.000,00 toekomt en de betwisting van de vader onvoldoende onderbouwd is, gaat de rechtbank er van uit dat de zoon uit de nalatenschap € 25.000,00 toekomt.

Dit bedrag had de vader aan de zoon als erfdeel beschikbaar moeten stellen.

Voor zover de vader stelt dat de uitgaven die hij ten behoeve van de zoon heeft gemaakt hierop in mindering moeten worden gebracht, is deze stelling onvoldoende onderbouwd.

In de bijlage bij het concept voor schikkingsovereenkomst worden uitgaven opgesomd.

Deze uitgaven zijn alleen al onvoldoende onderbouwd, omdat er geen stukken bij zitten die de uitgaven aantonen.

Ook wordt bij de uitgaven onvoldoende omschreven waar deze op zien.

Wat wel staat omschreven roept bovendien vragen op of dit wel terechte posten zijn.

Verder heeft de vader geen beroep op verrekening gedaan.

De rechtbank oordeelt dat de vader zijn taak als gezaghebbende ouder van de minderjarige vereffenaar onzorgvuldig heeft verricht door geen boedelbeschrijving op te maken en de zoon zijn erfdeel niet uit te keren.

De vader kan dat nu ook niet meer omdat hij niet langer gezaghebbend ouder van de erfgenaam/vereffenaar is.

Dit onzorgvuldig handelen van de vader levert een onrechtmatige daad jegens de zoon op die maakt dat de vader de hierdoor ontstane schade moet vergoeden.

De schade is gelijk aan de omvang van het erfdeel dat de vader aan hem beschikbaar had moeten stellen, te weten € 25.000,00.

De vordering zal dan ook worden toegewezen in die zin dat de vader wordt veroordeeld om aan de zoon € 25.000,00 te betalen.

Ook de vordering om dit bedrag te vermeerderen met wettelijke rente zal worden toegewezen.

Omdat hieraan geen begindatum is gekoppeld, zal de rechtbank de wettelijke rente toewijzen met ingang van 12 september 2025, de dag van de dagvaarding.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.