De Rechtbank Noord-Holland heeft onlangs uitspraak gedaan over de verplichting tot medewerking aan het vestigen van vruchtgebruik bij wilsrechten.
Gedaagde vordert dat de rechtbank eisers veroordeelt mee te werken aan de vestiging van een (levenslang) vruchtgebruik ten behoeve van gedaagde op de molen.
Erfrecht. Wilsrechten. Medewerking verlenen aan vestiging vruchtgebruik. Bevoegdheid van de rechter. Verzoekschriftprocedure. Toetsing. Samenhang vorderingen. Goede procesorde.
De rechter oordeelt als volgt.
Voordat de rechtbank deze vordering inhoudelijk kan bespreken, dient zij in te gaan op de bevoegdheid van de rechtbank.
Uit de beslissing van de Hoge Raad van 4 april 2025 (HR:2025:511) blijkt dat zaken die strekken tot veroordeling tot medewerking aan vestiging van een vruchtgebruik op grond van de artikelen 4:29 lid 1 BW of art. 4:30 lid 1 BW behoren tot de bevoegdheid van de kantonrechter en moeten worden ingeleid met een verzoekschrift.
Dit betekent dat de rechtbank in beginsel ten aanzien van de vordering in reconventie onder I tot en met III niet bevoegd is.
Onbevoegdverklaring ten aanzien van deze vorderingen zou betekenen dat deze vorderingen moeten worden verwezen naar de kantonrechter en afzonderlijk van de conventie zullen worden behandeld.
Dat is onwenselijk, gelet op de vergaande samenhang tussen de diverse vorderingen.
Gelet hierop, alsmede het feit dat het grootste gedeelte van de overige vorderingen onder de absolute bevoegdheid van de rechtbank valt en de toestemming van partijen ter zitting dat de rechtbank deze vorderingen aan zich houdt, zal de rechtbank ook de vorderingen in reconventie behandelen.
Het is in strijd met de goede procesorde om zich ten aanzien van de vorderingen in reconventie onbevoegd te verklaren.
Gedaagde maakt op grond van artikel 4:29 en 4:30 BW aanspraak op het vruchtgebruik van de molen.
Zij voert daartoe aan dat zij behoefte heeft aan en belang heeft bij het vruchtgebruik omdat ze er woont en ze haar inkomen verdient via het atelier en de B&B in de molen.
Gedaagde is 59 jaar oud en exploiteert een onderneming, zodat zij geen pensioen opbouwt.
Het vinden van een baan in loondienst zal niet makkelijk zijn.
Daarnaast kampt gedaagde met de nodige medische problematiek.
Ook is het vinden van een woning op de krappe woningmarkt nagenoeg onmogelijk.
Gedaagde staat niet ingeschreven voor een sociale huurwoning en voor een woning in de private sector heeft zij een inkomen nodig, aldus gedaagde.
Eisers verzetten zich niet tegen vestiging van het vruchtgebruik op de molen en inboedel.
Tegen het gevorderde vruchtgebruik op de schuur en de B&B verzetten zij zich wel omdat gedaagde hieraan geen behoefte heeft.
In de schuur staan roerende zaken van erflater.
De schuur staat los van de woning en is een zelfstandig object, waar gedaagde verder geen gebruik van maakt of voor haar verzorging geen gebruik van hoeft te maken.
De rechtbank overweegt als volgt.
Op grond van artikel 4:29 lid 1 BW zijn erfgenamen verplicht tot medewerking aan de vestiging van een vruchtgebruik ten behoeve van de echtgenoot van de erflater op de tot diens nalatenschap behorende woning, die ten tijde van het overlijden door de erflater en zijn echtgenoot tezamen of door de echtgenoot alleen bewoond werd, of op de tot de nalatenschap behorende inboedel daarvan, voor zover de echtgenoot van de erflater ten gevolge van uiterste wilsbeschikkingen van de erflater niet of niet enig rechthebbende is tot die woning en voor zover de echtgenoot dit van de erfgenamen verlangt.
Eisers zijn dus in beginsel verplicht hun medewerking te verlenen aan het vestigen van een vruchtgebruik op de molen ten behoeve van gedaagde.
Gedaagde voldoet immers aan de in artikel 4:29 BW gestelde voorwaarden.
Zij is de echtgenote van erflater en woonde ten tijde van zijn overlijden in de molen.
Eisers hebben meegedeeld dat zij kunnen instemmen met het vruchtgebruik van de woning in de molen.
Naar het oordeel van de rechtbank doen zich geen feiten en omstandigheden voor op basis waarvan aan gedaagde haar wettelijk recht van artikel 4:29 BW moet worden ontzegd.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.
Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.