De Rechtbank Gelderland heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag welke informatie door de bezwaarde aan de verwachters verstrekt dient te worden.

Eiser en gedaagde zijn de kinderen van mevrouw A (hierna: erflaatster).

Bij testament van 26 maart 2010 heeft erflaatster beschikt over haar nalatenschap.

In het testament heeft zij onder meer bepaald dat gedaagde (als bezwaarde) haar enig en algeheel erfgenaam is en dat alles wat hij na zijn overlijden onvervreemd en onverteerd van het verkregene nalaat, toekomt aan haar kinderen (als verwachter).

Eiser vordert in incident om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde te bevelen om binnen twee weken na betekening van dit vonnis aan haar te verstrekken een gespecificeerde boedelbeschrijving van het bezwaarde vermogen per datum overlijden van erflaatster, voorzien van alle onderliggende bewijsstukken die de in de boedelbeschrijving genoemde bedragen onderbouwen en een gespecificeerde en ondertekende opgave betreffende het verloop van het bezwaarde vermogen over de jaren 2013 tot en met 2025, waarbij voor ieder jaar wordt vermeld:

  1. welke goederen van het bezwaarde vermogen niet meer aanwezig zijn;
  2. welke goederen daarvoor in de plaats zijn gekomen;
  3. welke voordelen deze goederen in betreffende periode hebben opgeleverd;

Erfrecht. Tweetrapsmaking. Opgaveplicht. Informatieverstrekking. Boedelbeschrijving. Welke informatie dient door de bezwaarde aan de verwachters verstrekt te worden?

De rechter oordeelt als volgt.

Niet in geschil is dat gedaagde als bezwaarde op grond van de wet (artikel 3:205, lid 1 en 4 BW) (1) een boedelbeschrijving had moeten opmaken van de nalatenschap van erflaatster en (2) jaarlijks aan eiser en gedaagde een opgave had moeten doen van de goederen die niet meer aanwezig zijn, de goederen die daarvoor in de plaats zijn gekomen en de voordelen die de goederen hebben opgeleverd (en die geen vruchten zijn).

Evenmin is in geschil dat gedaagde dat niet heeft gedaan en dat hij nu niet meer daartoe in staat is.

De vraag is in hoeverre gedaagde, als gevolmachtigde van gedaagde in de hoofdzaak, gehouden is om namens gedaagde in de hoofdzaak (alsnog) aan die verplichtingen te voldoen.

Boedelbeschrijving

De gevolmachtigd van gedaagde heeft met de boedelbeschrijving van 12 april 2025 geprobeerd alsnog te voldoen aan de verplichting tot overlegging van een boedelbeschrijving.

In die boedelbeschrijving ontbreekt een aantal gegevens, zoals het saldo op de spaarrekening bij de ING die eindigt op 943, de waarde van de auto en andere roerende zaken, de hypotheekschuld en uitvaartkosten.

In haar conclusie van antwoord in incident heeft gevolmachtigd van gedaagde toegelicht dat zij afhankelijk is van informatie die nu nog voorhanden is en dat er geen aangifte successierecht is gedaan omdat de omvang van de nalatenschap lager was dan het vrijstellingsbedrag.

De rechtbank stelt vast dat gevolmachtigd van gedaagde de boedelbeschrijving van 12 april 2025 als volgt heeft aangevuld:

Woning: de WOZ-waarde bedroeg in 2013 € 171.000 (onderbouwd met WOZ-beschikking)

Bankrekeningen: gevolmachtigd gedaagde stelt niet over saldi op de datum van overlijden van erflaatster te beschikken maar wel over een jaaroverzicht van 2013 (zoals overgelegd door eiser.

De gevolmachtigde van gedaagde stelt voor om uit te gaan van het gemiddelde saldo in 2013 (beginsaldo + eindsaldo) en berekent het totaal aan banksaldi op € 14.827,01, welk bedrag voor de helft tot de nalatenschap van erflaatster behoort.

Auto: gevolmachtigd gedaagde stelt dat zij van familie heeft begrepen dat erflaatster en gedaagde in hoofdzaak een Peugeot 307 hadden.

Roerende zaken: Volgens gevolmachtigd gedaagde zal de waarde van de overige roerende zaken gering zijn geweest, gelet op de financiële situatie van erflaatster en gedaagde in hoofdzaak, waarover geen informatie meer voorhanden is.

Uitvaartkosten: onbekend, daar is geen informatie meer over.

Over de hypotheekschuld heeft gevolmachtigd gedaagde niets gesteld.

Uit de door haar overgelegde (volgens de koptekst niet compleet ingevulde) aangifte IB van gedaagde in hoofdzaak blijkt dat de hypotheekschuld in 2013 € 138.000 bedroeg.

Omdat niet gesteld of gebleken is dat gedaagde in hoofdzaak en erflaatster op de datum van overlijden van erflaatster nog andere vermogensbestanddelen hadden dan voornoemde, acht de rechtbank het aannemelijk dat er niet meer informatie is te geven over de omvang van de nalatenschap dan uit het voorgaande blijkt.

Hoewel de boedelbeschrijving van 12 april 2025 niet compleet is, heeft eiser, gelet op de aanvullende informatie en onderbouwing daarvan en de omstandigheid dat door het tijdsverloop niet alle informatie nog te achterhalen is, geen gerechtvaardigd belang bij een (aangepaste of aanvullende) boedelbeschrijving.

Haar vordering daartoe zal daarom worden afgewezen.

Jaarlijkse opgaven

Niet in geschil is dat eiser of gedaagde 2 gedurende een periode van 12 jaar na het overlijden van erflaatster in 2013 gedaagde in hoofdzaak (of gevolmachtigd gedaagde als zijn gevolmachtigde) niet heeft aangesproken op de verplichting om jaarlijks opgave te doen van het bezwaarde vermogen.

Dat heeft tot gevolg dat de vordering van eiser om die opgaven nu alsnog over te leggen, door de omstandigheden waarin gedaagde in hoofdzaak verkeert en het tijdsverloop op praktische problemen kan stuiten.

Voldoende gebleken is dat gedaagde in hoofdzaak zelf niet meer in staat is om die opgaven te doen en het is aannemelijk dat door het tijdverloop gegevens en documenten niet meer aanwezig en/of op te vragen zijn bij instanties.

Omdat eiser de gedaagde in hoofdzaak (of gevolmachtigd gedaagde) niet eerder hebben aangesproken op de verplichting om jaarlijks opgave te doen, kan dat niet uitsluitend voor rekening en risico van gedaagde in hoofdzaak of gevolmachtigd gedaagde komen.

Gevolmachtigd gedaagde heeft in haar conclusie van antwoord in incident nadere informatie gegeven over de activa van het bezwaard vermogen in het licht van de administratie- en opgaveplicht.

De rechtbank overweegt als volgt over de afzonderlijke activa.

Woning: gevolmachtigd gedaagde stelt zich terecht op het standpunt dat de administratie- en opgaveplicht voor de woning niet van wezenlijk belang is.

De woning was ten tijde van het overlijden van erflaatster eigendom van gedaagde in hoofdzaak en van erflaatster.

De onverdeelde helft van de woning behoorde en behoort nog steeds tot het bezwaarde vermogen.

Daarover bestaat geen discussie.

De waarde van de woning is met name van belang op het moment waarop het recht van de bezwaarde eindigt en de woning als gevolg daarvan moet worden verdeeld.

Dit punt kan nader aan de orde worden gesteld in de hoofdzaak.

Bankrekeningen: De helft van de gemeenschappelijke banktegoeden, zijnde het deel van erflaatster, is niet apart geadministreerd door gedaagde in hoofdzaak en vermengd met het aan gedaagde in hoofdzaak toekomende deel van de banktegoeden.

Gedaagde in hoofdzaak heeft dus niet voldaan aan de op hem rustende verplichting het bezwaarde vermogen afzonderlijk van zijn privévermogen te administreren.

Dit maakt dat het verloop van de liquide middelen uit het bezwaard vermogen niet duidelijk is.

De vraag is of dit achteraf nog gereconstrueerd kan worden.

Eiser (en zo ook gedaagde 2) heeft als verwachter een gerechtvaardigd belang bij de opgave van dit verloop, ook al staat het gedaagde in hoofdzaak op grond van het testament vrij om het bezwaarde vermogen te verteren.

De verwachters kunnen namelijk mede aan de hand van de waarde van de banktegoeden een inschatting maken van wat zij zullen erven.

Anders dan gevolmachtigd gedaagde stelt, hebben zij dan ook recht op informatie over de banksaldi voor zover die nog is te achterhalen.

Dat geldt te meer nu gevolmachtigd gedaagde geen inzicht heeft gegeven in de huidige saldi van de bankrekeningen.

Gevolmachtigd gedaagde heeft alleen de banksaldi in 2013 genoemd en (zonder onderbouwing) gesteld dat gedaagde in hoofdzaak een aantal uitgaven aan onderhoud van de woning en aan een auto zou hebben gedaan.

Dat geeft eiser (of gedaagde 2) als verwachter(s) niet het inzicht in het bezwaarde vermogen waar zij op grond van het testament recht op hebben.

Eiser en gedaagde 2 hebben recht op afschriften van de jaaropgaven van de bankrekeningen, voor zover gevolmachtigd gedaagde daarover kan beschikken dan wel deze kan opvragen.

Gelet op de voor banken geldende bewaartermijn van zeven jaar moet het mogelijk zijn om ieder geval over de periode vanaf 2019 nog jaaropgaven van de bankrekeningen op te vragen.

Voor zover de bank waarbij de rekeningen gehouden worden een langere bewaartermijn hanteert, dienen de afschriften over die langere periode te worden opgevraagd.

De vordering van eiser zal dan ook in zoverre worden toegewezen.

Auto: gevolmachtigd gedaagde stelt dat tot het bezwaarde vermogen aanvankelijk een Peugeot 307 hoorde en dat die op enig moment is vervangen door een Mitsubishi Colt van circa € 2.500,00.

Niet duidelijk is of de auto nog steeds eigendom van gedaagde in hoofdzaak is.

Gevolmachtigd gedaagde dient daarvan opgave te doen omdat de auto is aan te merken als vervanging van de Peugeot die tot het bezwaarde vermogen behoorde.

Inboedel: Als gevolg van de tussen erflaatster en gedaagde in hoofdzaak bestaande gemeenschap van goederen was de inboedel hun gezamenlijk eigendom.

De hele inboedel behoorde voor de onverdeelde helft toe aan erflaatster en is na haar overlijden bij gedaagde in hoofdzaak gebleven.

De rechtbank volgt gevolmachtigd gedaagde in haar standpunt dat gebruikte inboedelzaken na verloop van (sinds het overlijden van erflaatster ruim 12) jaren doorgaans nauwelijks nog enige reële waarde hebben.

Nu partijen ook niet hebben gesteld dat sprake was van bijzondere, waardevaste inboedelzaken, acht de rechtbank de in het testament opgelegde administratieplicht niet zo ver gaand dat van gedaagde in hoofdzaak werd verlangd dat hij van de inboedel administreerde wat hij heeft weggedaan of vervangen en dat hij daarvan jaarlijks opgave deed aan de verwachters.

De verwachters hebben daar ook geen gerechtvaardigd belang bij.

Een en ander betekent dat van gevolmachtigd gedaagde ook niet wordt verwacht dat zij alsnog opgave doet van de inboedel.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.