De Rechtbank Limburg heeft onlangs uitspraak gedaan over een verzoek tot machtiging tot verwerping voor een minderjarige van een nalatenschap.
Verzoekers vragen de kantonrechter op grond van artikel 4:193 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) een machtiging te verlenen om de nalatenschap van de overledene namens hun minderjarige kinderen te mogen verwerpen.
Erfrecht. IPR. Machtiging tot verwerping voor een minderjarige van een nalatenschap, Rechtsmacht. Toepasselijk recht. Rechtskeuze. Relatieve bevoegdheid van de rechter.
De rechter oordeelt als volgt.
Uit de bij het verzoekschrift overgelegde akte van overlijden blijkt dat de overledene is geboren en gestorven in België.
Daarmee heeft deze zaak een internationaal karakter.
De kantonrechter moet daarom eerst beoordelen of hij in internationale zin bevoegd is (rechtsmacht heeft) om van het verzoek kennis te nemen.
Daarnaast moet worden vastgesteld met toepassing van welk rechtsstelsel het verzoek moet worden beoordeeld.
Bij de beantwoording van de vraag naar de rechtsmacht van de Nederlandse rechter dient allereerst vastgesteld te worden of het onderhavige verzoek van de ouders – voor internationaal privaatrechtelijke doeleinden – gekwalificeerd dient te worden als een kwestie van erfrecht dan wel als een kwestie van ouderlijke verantwoordelijkheid.
Uit rechtspraak van het Europees Hof van Justitie volgt dat het verzoek gekwalificeerd dient te worden als een kwestie van ouderlijke verantwoordelijkheid.
De verzochte machtiging strekt namelijk tot bescherming van de vermogensrechtelijke belangen van de minderjarigen die door de verwerping van hun vader, als erfgenaam worden geroepen tot de nalatenschap van de overledene.
Daarmee valt het verzoek naar zijn aard binnen het materiële toepassingsgebied van de Brussel II bis-Verordening.
In artikel 8 lid 1 van die verordening is bepaald dat ter zake van de ouderlijke verantwoordelijkheid bevoegd zijn de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan de kinderen hun gewone verblijfplaats hebben op het tijdstip dat de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt.
Gelet hierop is in deze zaak de Nederlandse rechter bevoegd om van het verzoek kennis te nemen.
De kantonrechter gaat ervan uit dat de laatste woonplaats van de overledene B is.
Dat blijkt niet uit de akte van overlijden maar wel uit de door de Belgische fiscus aan de notaris verstrekte informatie, alsook uit de notariële akte d.d. 18 november 2025 waarin de verwerping van de nalatenschap door verzoeker is vastgelegd.
De kantonrechter gaat er daarom ook van uit dat Belgisch recht van toepassing op de erfopvolging.
Er is immers niet gebleken van een testament waarin een rechtskeuze is gedaan of omstandigheden waaruit zou blijken dat de overledene op het tijdstip van overlijden een kennelijk nauwere band had met een andere staat dan België.
Relatieve bevoegdheid
In een zaak als deze wordt de bevoegdheid van de kantonrechter om op het verzoek te beslissen niet gerelateerd aan de woonplaats van de overledene, maar aan de woonplaats van de wettelijke vertegenwoordiger van de minderjarigen.
Uit het verzoekschrift volgt dat verzoekers woonplaats hebben in C zodat de kantonrechter in deze rechtbank, locatie Roermond, ook in relatieve zin bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
Op grond van artikel 4:193 lid 1 BW kan een wettelijk vertegenwoordiger van een minderjarige erfgenaam voor deze niet zuiver aanvaarden en heeft hij om te kunnen verwerpen een machtiging van de kantonrechter nodig.
De kantonrechter moet toetsen of verwerping van de nalatenschap in het belang van de minderjarige is.
Het uitgangspunt is dat het verzoek tot verwerping van een nalatenschap enkel wordt toegewezen als het saldo van de nalatenschap negatief is.
Verzoeker heeft zijn aandeel in de nalatenschap van zijn vader verworpen.
Daardoor zijn zijn minderjarige kinderen naar Belgisch recht door plaatsvervulling erfgenaam geworden.
Op basis van de overgelegde stukken is voldoende aannemelijk geworden dat sprake is van een negatief nalatenschapssaldo.
Daarvan uitgaande is het verlenen van de gevraagde machtiging in het belang van de minderjarigen.
De kantonrechter wijst erop dat met het verlenen van de gevraagde machtiging het aandeel van deze minderjarigen in deze nalatenschap nog niet is verworpen!
Daartoe dienen verzoekers zich zo spoedig mogelijk met deze beschikking tot de Belgische autoriteit te wenden of een verklaring af te leggen bij de (Centrale Balie van de) rechtbank Limburg, locatie Roermond.
Daarvoor moet een apart formulier ‘Verklaring nalatenschap’ worden ingevuld waarbij een kopie van deze machtiging van de kantonrechter moet worden bijgevoegd.
Verzoekers wordt aangeraden deze verklaring zo spoedig mogelijk af te leggen.
Daarna dienen verzoekers de Belgische autoriteit die bevoegd is om uitspraak te doen over de erfopvolging, binnen de termijn die daarvoor in het Belgische recht is bepaald, ervan in kennis dient te stellen dat inschrijving in het boedelregister van de rechtbank Limburg locatie Roermond heeft plaatsgevonden.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.
Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.