De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft onlangs uitspraak gedaan over een vordering van een vereffenaar tot het gelasten van de wijze van verdeling door de rechter om uit een impasse met betrekking tot de vereffening van de nalatenschap te komen.
De vereffenaar vordert de tussen de nalatenschap van erflaatster bestaande onverdeelde gemeenschap van roerende zaken te verdelen dan wel de wijze van verdeling vast te stellen conform het voorstel tot verdeling van de vereffenaar.
De vereffenaar legt aan de vordering het volgende ten grondslag.
De vereffenaar dient de nalatenschap te vereffenen.
Hiervoor dient hij de roerende zaken dan wel het aandeel van de nalatenschap van erflaatster in deze roerende zaken te vervreemden om de opbrengst aan te wenden voor de voldoening van de schuldeisers.
De vereffenaar gaat omwille van het bereiken van een spoedige oplossing mee in het standpunt van C dat de eigendomsverhoudingen van de roerende zaken als volgt is verdeeld: 3/6e eigendom voor de nalatenschap van erflaatster en 1/6e deel voor ieder van de respectieve erfgenamen C, A en B.
Omdat volgens de vereffenaar deelgenoot C de verkoop dan wel verdeling blokkeert, vordert hij op grond van artikel 3:178 lid 1 BW in kort geding verdeling van deze onverdeelde gemeenschap van roerende zaken.
Erfrecht. Vereffening. Kort geding. Gelasten van de wijze van verdeling door de rechter om uit de impasse met betrekking tot de vereffening van de nalatenschap te komen.
De rechter oordeelt als volgt.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening.
Voor toewijzing is nodig dat de vereffenaar daarbij een spoedeisend belang heeft.
De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling.
Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.
Het spoedeisend belang vloeit voort uit de stelling van de vereffenaar dat hij zich in een feitelijke impasse bevindt doordat hij zijn wettelijke taak om de nalatenschap te vereffenen niet kan afronden zolang de roerende zaken (althans het aandeel daarin van de nalatenschap van erflaatster) niet te gelden kunnen worden gemaakt, terwijl de nalatenschapsboedel wordt belast met maandelijkse vaste lasten.
Deze impasse moet worden doorbroken.
De vorderingen van zowel de vereffenaar als van C strekken ertoe om uit de ontstane impasse te geraken.
Volgens de vereffenaar is daartoe nodig dat de voorzieningenrechter de nalatenschap verdeelt, althans de wijze van de verdeling van de nalatenschap vaststelt.
Volgens C moet haar allereerst toegang tot de in de loods en op het kantoor van de vereffenaar opgeslagen goederen worden verleend zodat zij deze kan inspecteren en inventariseren, waarna opnieuw biedingen kunnen worden uitgebracht.
C stelt dat haar niet de mogelijkheid is geboden om de goederen die zich bevinden in de opslagruimtes te bezichtigen en dat de vereffenaar alleen A en B daartoe heeft uitgenodigd.
De vereffenaar heeft bij e-mail van 23 juni 2025 te 11.41 uur, welke gestuurd is aan A, B en C en begint met de aanhef “beste allen” medegedeeld dat op vrijdag 27 juni 2025 om 09.00 uur een afspraak is gemaakt met de taxateur en dat men enkele uren één of meerdere dichtbij gelegen leegstaande opslagruimtes mag gebruiken zodat een foto kan worden gemaakt en de taxatie kan plaatsvinden.
C heeft verwezen naar de e-mails van de vereffenaar van 13.03 uur en 16.49 uur, die als aanhef hebben: “geachte heer” en “geachte heren”.
Deze e-mails zijn een antwoord op het verzoek van A om het tijdstip van de bezichtiging/taxatie op 27 juni 2025 te vervroegen naar 08.00 uur.
Deze e-mails zijn aan zowel A, B en C gestuurd.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter blijkt hieruit dat C wel degelijk is uitgenodigd om de in de loods opgeslagen goederen te bezichtigen.
Zij heeft niet toegelicht waarom zij niet op die uitnodiging is ingegaan.
Indien en voor zover zij de uitnodiging niet duidelijk vond had zij daarover bij de vereffenaar navraag kunnen doen.
Voor wat betreft de op het kantoor van de vereffenaar opgeslagen goederen heeft de vereffenaar gesteld dat C met die goederen bekend is, nu zij deze zelf heeft afgegeven dan wel duidelijke foto’s daarvan heeft ontvangen.
C heeft dit niet, althans niet gemotiveerd, weersproken.
Dit alles leidt tot het oordeel dat de vereffenaar aan C niet alsnog toegang hoeft te verlenen tot de opgeslagen goederen in de opslagruimtes en op het kantoor van de vereffenaar.
Het vorenstaande betekent dat de door C gewenste weg om de ontstane impasse te doorbreken niet kan worden toegewezen.
Door de vereffenaar is als gewenste weg om de ontstane impasse te doorbreken verzocht de nalatenschap te verdelen of de wijze van verdeling van de nalatenschap te gelasten.
Het vaststellen van de verdeling van de nalatenschap is in dit geval in kort geding niet mogelijk.
Dit zou immers leiden tot een constitutief vonnis omdat met de uitspraak de rechtstoestand van de gemeenschap verandert van onverdeeld naar verdeeld.
Mogelijk zou hiervan kunnen worden afgeweken in geval van een wezenlijk (spoedeisend) belang en onder bijzondere of uitzonderlijke omstandigheden, maar deze zijn door de vereffenaar niet gesteld.
Wat hiervoor is overwogen leidt ertoe dat de voorzieningenrechter de wijze van de verdeling van de nalatenschap zal gelasten zoals door de vereffenaar in conventie primair onder (i) gevorderd.
Een belangenafweging tussen partijen leidt niet tot een ander oordeel.
Hoewel de voorzieningenrechter er oog voor heeft dat het voornamelijk gaat om goederen die voor C grote emotionele waarde hebben, laat dat onverlet dat het belang van de vereffenaar om te handelen ten behoeve van de schuldeisers van de nalatenschap en gelet op de kosten/batenanalyse zwaarder dient te wegen.
Uit de voorlopige boedelbeschrijving blijkt dat ‘het saldo vermogen na vereffening’ al negatief is.
De vereffenaar heeft in dit verband nog verklaard -en C heeft dit niet (gemotiveerd) weersproken- dat de in discussie zijnde goederen geen goederen zijn met een groot geldelijk belang.
Daarmee is de kans klein dat de eventuele baten opwegen tegen de doorlopende kosten.
Daarbij moet niet alleen gedacht worden aan de kosten van de vereffenaar maar ook aan de opslagkosten.
De vrees bestaat dat er in dat geval niet genoeg in de nalatenschap zal overblijven voor de uitkering van de legaten aan kleinkinderen.
Daarmee zou niet worden voldaan aan de laatste wil van erflaatster.
Daar komt bij dat C de mogelijkheid heeft gehad om de verzoekschriftprocedure bij de kantonrechter met betrekking tot het voornemen te gelde maken van de goederen der nalatenschap (artikel 4:215 BW) voort te zetten door te antwoorden op de door de griffier gestuurde brief en dat zij daarvan geen gebruik heeft gemaakt.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.
Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.