Van onze advocaat kindsdeel. De Rechtbank Rotterdam heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over het beheer van gelden van de erflater. Onrechtmatig uitgaven gedaan van en/of-rekening? Volmacht? Schenking? Bewijs en stelplicht van misbruik van omstandigheden bij schenking.

Eiser vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde te veroordelen aan hem te betalen een bedrag van € 5.403,16, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van gedaagde in de proceskosten.

Eiser legt het navolgende aan de vordering ten grondslag. Gedaagde heeft een totaal bedrag van € 10.806,31 als gevolmachtigde van moeder ten gunste van zichzelf uitgegeven. Een gevolmachtigde kan echter slechts dan als wederpartij van de volmachtgever optreden wanneer de inhoud van de te verrichten rechtshandelingen zo nauwkeurig vaststaat dat strijd tussen beider belangen uitgesloten is. Een dergelijke situatie doet zich hier niet voor zodat er sprake is van Selbsteintritt in de zin van artikel 3:68 BW.

Voor het geval er sprake is van schenkingen dan heeft er misbruik van omstandigheden plaatsgevonden. Eiser vernietigt dan de rechtshandelingen.

Gedaagde betwist de vordering en voert daartoe het volgende aan. Er is geen sprake van onrechtmatig handelen of misbruik van omstandigheden. Moeder was tot haar overlijden handelingsbekwaam en beheerde haar eigen financiën. Gedaagde heeft alle uitgaven in opdracht van moeder verricht of deze waren ten gunste van moeder.

Beheer van gelden van erflater. Onrechtmatige uitgaven van en/of-rekening? Volmacht? Schenking? Bewijs en stelplicht van misbruik van omstandigheden bij schenking

Het leerstuk van de Selbsteintritt is van toepassing in situaties waarin sprake is van een volmacht.

Anders dan door eiser is gesteld betreft het hier en/of-rekeningen op naam van moeder en/of gedaagde.

Dit houdt in dat zowel moeder als gedaagde zelfstandig bevoegd zijn gebruik te maken van de bankrekening(en) zonder dat daarvoor toestemming van de ander is vereist. De vordering op de primaire grondslag zal worden afgewezen.

Artikel 7:176 BW bepaalt dat indien de schenker feiten stelt waaruit volgt dat de schenking door misbruik van omstandigheden tot stand is gekomen, bij een beroep op de vernietigbaarheid de bewijslast van het tegendeel op de begiftigde rust, tenzij een tweetal uitzonderingen maar die zijn hier niet van toepassing.

Op eiser –als erfgenaam en daarmee dus als schenker– rust de stelplicht dat de schenkingen onder misbruik van omstandigheden tot stand zijn gekomen.

In dat verband is door eiser gesteld dat moeder vanwege haar hoge leeftijd voor het beheer van haar financiën afhankelijk was van gedaagde. Moeder was eenzaam en heeft wellicht uit angst om verlaten te worden gedaagde geldbedragen geschonken of hem toegestaan eigen kosten te voldoen vanaf de rekening van moeder. Uit de bankafschriften blijkt in ieder geval dat er veel contant geld gepind werd en dat er uitgaven gedaan zijn waarbij vraagtekens gezet kunnen worden.

Door gedaagde is betwist dat er sprake is van misbruik van omstandigheden. Hij heeft daartoe het volgende aangevoerd. Alle handelingen werden verricht in opdracht van moeder. Moeder was capabel genoeg om te bepalen waar zij haar geld aan uit gaf. De bankafschriften werden weliswaar naar gedaagde verstuurd maar hij gaf ze weer aan moeder zodat zij de uitgaven kon controleren. De bankafschriften lagen bij moeder thuis, in de kast naast het potje contant geld. Moeder had contant geld nodig voor uitgaven, onder andere aan de pedicure en de kapper of als er een jarige in de familie was.

Uit de bankafschriften blijkt dat er bijna geen contant geld is gepind van de rekening. Gedaagde gaf moeder namelijk contant geld van zichzelf op het moment dat zij daarom vroeg wanneer hij bij haar op bezoek was. Dit verrekende gedaagde met uitgaven die hij voor zichzelf deed, zoals tanken of boodschappen. Moeder kreeg in het verzorgingshuis drie maaltijden per dag, maar als zij iets anders wilde eten of drinken of koekjes wilde hebben voor de visite die zij regelmatig ontving, moest dat zelf aangeschaft worden. Gedaagde deed die boodschappen voor haar. De andere pinuitgaven zien op toiletartikelen, bloemen en planten, kleding en hulpmiddelen.

Als er al sprake zou zijn van schenkingen dan was dit het geld dat moeder gedaagde af en toe toestopte voor benzine of een miniatuurtreintje. Daarnaast mocht gedaagde van moeder de reparatiekosten aan zijn auto van de en/of-rekening voldoen omdat moeder graag zag dat gedaagde auto kon blijven rijden zodat hij op visite bleef komen. Moeder stond er eveneens op dat de kosten van de dierenarts voor de kat van gedaagde van de en/of-rekening voldaan werden omdat zij gek op dieren was.

Overigens is een gedeelte van dit bedrag verrekend met contant geld dat gedaagde zijn moeder diezelfde dag gegeven heeft. Van de en/of-rekening is een bedrag van € 750,- overgemaakt aan de dochter van gedaagde. Dit betrof een lening, er is een bedrag van € 600,- terugbetaald en het restant van € 150,- is door moeder/oma kwijtgescholden. Uit dankbaarheid liet moeder gedaagde een aantal kaarten bij de VVV in Limburg kopen tijdens zijn vakantie zodat hij haar kon laten zien waar gedaagde met zijn gezin geweest was. De uitgaven van de en/of-rekening na het overlijden van moeder zijn grotendeels terugbetaald, aldus de advocaat van gedaagde.

Van eiser had gezien de gemotiveerde betwisting door gedaagde minst genomen mogen worden verwacht dat hij het gestelde misbruik nader zou concretiseren en met feiten en omstandigheden zou onderbouwen, hetgeen hij heeft nagelaten.

Eiser heeft derhalve niet voldaan aan zijn stelplicht. De vordering op de subsidiaire grondslag zal eveneens worden afgewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de verdeling van een erfenis, het beheren van gelden namens de erflater, over een volmacht, over een schenking en misbruik van omstandigheden, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.