De Rechtbank Limburg heeft op 14 november 2019 uitspraak gedaan over een benoeming van een testamentair bewindvoerder.

Het verzoek strekt tot benoeming van de heer A tot bewindvoerder over al hetgeen de betrokkene uit de nalatenschap van de erflater respectievelijk uit de nalatenschap van de erflaatster heeft verkregen.

Naar aanleiding van het verzoek overweegt de kantonrechter het volgende.

Artikel 4:157 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt – voor zover hiervan belang – dat indien de uiterste wil niet voorziet in de regeling van de benoeming van een bewindvoerder, de kantonrechter een of meer bewindvoerders aanwijst.

Het testament van de erflater kent geen regeling voor de benoeming van een andere bewindvoerder in het geval de erflaatster niet in staat zou zijn om de benoeming te aanvaarden.

Benoeming van een testamentair bewindvoerder

De rechter oordeelt als volgt.

Het testament van de erflaatster kent geen regeling voor het geval de heer A (de broer van erflaatster) zijn benoeming niet zou aanvaarden.

De rechter is dus op grond van artikel 4:157 lid 1 BW bevoegd om een of meer bewindvoerders aan te wijzen.

De voorgestelde bewindvoerders hebben zich schriftelijk bereid verklaard de bewindvoering op zich te nemen.

Tegen benoeming van de voorgestelde bewindvoerders zijn geen bezwaren gerezen.

Dat betekent dat de kantonrechter het verzoek zal toewijzen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over een testamentair bewindvoerder, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.