Van onze advocaat kindsdeel erfenis. Onlangs heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan over een geschil tussen echtgenote en de beide zonen van erflater over de afwikkeling van een erfenis en over een beding in het testament, ook wel aangeduid als de Cautio Socini, waarbij het erfdeel van een erfgenaam wordt beperkt of de erfgenaam geheel wordt onterfd.

Aan de orde is de vordering van de advocaat van eiseres om voor recht te verklaren dat gedaagden en hun afstammelingen geen erfgenamen zijn in en hun niets toekomt uit de nalatenschap van erflater en dat eiseres de enige erfgenaam van erflater is.

De advocaat van eiseres legt hieraan ten grondslag dat beide zoons het testament van erflater niet respecteren en weigeren aan de uitvoering van het testament, het inbrengbeding en het verblijvingsbeding in het huwelijkscontract mee te werken. Beide zoons weigeren immers hun medewerking te verlenen aan de vaststelling dat de woning en de inboedel aan eiseres toebehoren. Op grond van het testament van erflater zijn gedaagden c.s. onterfd en geldt eiseres als enig erfgenaam van erflater.

Gedaagden  betwisten dat zij in de door eiseres gestelde zin niet meewerken aan de uitvoering van het testament of enig ten gunste van eiseres strekkend beding. Gedaagden stellen dat zij zich enkel verzetten tegen de tussen hen en erflater overeengekomen wijze van verdeling van de huwelijksgemeenschap en de nalatenschap, zoals neergelegd in de akte van verdeling. Volgens gedaagden  heeft hun vader bij het overeenkomen van deze verdeling destijds voor hen verborgen gehouden dat zij in 1982 een testament had opgemaakt.

De rechtbank overweegt als volgt. De erflater heeft in zijn testament bepaald, kort gezegd, dat indien gedaagden weigeren aan de uitvoering van zijn testament mee te werken of enige schenking aan eiseres gedaan of enig beding van inbreng in gemeenschap of verblijving aan eiseres niet respecteren, en na aanmaning daarin nog steeds niet wensen te berusten, gedaagden en hun afstammelingen worden onterfd, waarna eiseres geldt als enig erfgenaam.

Het kindsdeel en de Cautio Socini

Een dergelijk beding, ook wel aangeduid als de Cautio Socini, waarbij het erfdeel van een erfgenaam wordt beperkt of de erfgenaam geheel wordt onterfd indien de erfgenaam zich verzet tegen het testament of enige andere rechtshandeling van erflater, is rechtsgeldig. Voor zover bedoeld verzet echter berust op de uitoefening van erfrechtelijke bevoegdheden, stuit het inroepen van de sanctie in het testament af op artikel 4:4 lid 1 BW. Het beding in het testament is immers nietig voor zover zij de strekking heeft een persoon te belemmeren in zijn vrijheid om bevoegdheden uit te oefenen die hem volgens Boek 4 BW met betrekking tot de nalatenschap toekomen (HR 20 november 2015, HR:2015:3329). De erfstelling in het testament van erflater is een voorwaardelijke in de zin van afdeling 4.5.5 BW: gedaagden zijn erfgenamen onder de ontbindende voorwaarde van het plegen van verzet zoals bedoeld in het testament en eiseres is erfgenaam onder de opschortende voorwaarde van bedoeld verzet.

Uit het voorgaande blijkt weliswaar, zoals gedaagden ten verweer aanvoeren, dat zij in strikt juridische zin enkel de vernietiging vorderen van de overeengekomen verdeling van de huwelijksgemeenschap en de nalatenschap, maar dit laat onverlet dat zij zich hiermee tevens feitelijk wel degelijk verzetten tegen de uitvoering van de tussen erflater en eiseres overeengekomen inbreng- en verblijvingsbeding ten aanzien van de woning en inboedel.

In beginsel is hiervan de consequentie dat gedaagden en hun afstammelingen hiermee zijn onterfd en eiseres enig erfgenaam is van erflater kwam als testateur de vrijheid toe om in deze zin voorwaardelijk over zijn nalatenschap te beschikken. Zoals hiervoor overwogen vindt deze vrijheid zijn begrenzing in artikel 4:4 lid 1 BW. Niet gebleken is echter dat de sanctie van onterving op verzet van gedaagden  tegen het inbreng- of verblijvingsbeding, gedaagden  op enigerlei wijze belemmeren in de uitoefening van hun bevoegdheden ten aanzien van de nalatenschap van erflater. Het voorgaande laat immers onverlet dat gedaagden de mogelijkheid hebben – naast de uitoefening van andere hen toekomende bevoegdheden voortvloeiend uit Boek 4 BW ten aanzien van de nalatenschap van  om een beroep te doen op de legitieme portie (artikel 4:63 e.v. BW).

Evenmin kan worden geconcludeerd dat gedaagden  worden belemmerd in enige bevoegdheid ten aanzien van de nalatenschap. Voor zover de sanctie zoals opgenomen in het testament van erflater, gedaagden belemmert in hun beroep op vernietigbaarheid van de overeengekomen verdeling wegens bedrog, dwaling of benadeling, geldt dat dit geen specifiek erfrechtelijke bevoegdheid is in de zin van Boek 4 BW.

Uit het voorgaande volgt dat de door eiseres gevorderde verklaring voor recht toewijsbaar is aldus dat gedaagden en hun afstammelingen geen erfgenamen zijn in de nalatenschap van erflater en dat eiseres enig erfgenaam is van erflater. Deze vordering van eiseres zal worden afgewezen voor zover het door haar gewenste declaratoir tevens ertoe strekt dat gedaagden niets toekomt uit de nalatenschap van erflater. Zoals hiervoor opgemerkt hebben gedaagden de mogelijkheid om een beroep te doen op hun legitieme portie. In dat geval dient hun vordering uit hoofde van de legitieme portie te worden vastgesteld conform artikel 4:65 BW en zijn zij schuldeiser van de nalatenschap van erflater (artikel 4:7 lid 1 onder g BW). Aldus kan op dit moment niet worden gezegd dat gedaagden niets toekomt uit de nalatenschap van de erflater.

Heeft u vragen over het kindsdeel in een erfenis, over een testament of de afwikkeling van een erfenis, belt u dan gerust met onze advocaat kindsdeel erfenis op 020-3980150.