Het Gerechtshof Den Haag heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over een vordering uit een ouderlijke boedelverdeling, verjaring van de vordering ende redelijkheid en billijkheid.

Partijen (drie dochters) zijn geboren uit het huwelijk van vader en moeder. De vader is overleden in 2004.

Erflater had bij een uiterste wil over zijn nalatenschap beschikt.

De uiterste wil hield in een ouderlijke boedelverdeling waarbij erflater een verdeling tot stand heeft gebracht tussen zijn echtgenote en zijn afstammelingen.

Erflater heeft aan zijn echtgenote toegedeeld alle goederen die tot zijn nalatenschap behoren onder gehoudenheid van zijn echtgenote om alle schulden voor haar rekening te nemen.

Vordering uit een ouderlijke boedelverdeling. Verjaring, erkenning van de vordering en de redelijkheid en billijkheid.

De rechter overweegt als volgt.

Het meest verstrekkende verweer van de dochters is dat de door de andere dochter gepretendeerde vordering met betrekking tot het aandelenpakket van € 12.667,39 is verjaard.

De rechter mag niet ambtshalve het middel van verjaring toepassen.

Een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis uit overeenkomst tot een geven of een doen verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag volgende op die waarop de vordering opeisbaar is geworden (3:307 BW).

Een rechtsvordering tot vergoeding van schade of tot betaling van een bedongen boete verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade of opeisbaarheid van de boete als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden (3:310 BW).

Erkenning van het recht tot welks bescherming een rechtsvordering dient, stuit de verjaring van de rechtsvordering tegen hem die het recht erkent (3:318 BW).

Erkenning moet rechtstreeks plaatsvinden jegens degene tegen wie de verjaring loopt. Het enkele feit dat partijen in discussie zijn met betrekking tot een mogelijke vordering houdt geen erkenning in.

Uit de uiterste wil van erflater volgt dat hij gebruik heeft gemaakt van een ouderlijke boedelverdeling.

Op basis van deze uiterste wil diende erflaatster alle schulden met betrekking tot zijn nalatenschap te voldoen.

Uit de uiterste wil van erflaatster volgt dat de twee dochters hun taak als executeur in de nalatenschap van erflaatster gezamenlijk dienen uit te voeren.

Uit de gewisselde stukken volgt dat erflater bij leven over de beleggingsrekeningen die mede ten name stonden van zijn kinderen het beheer voerde. Voorts volgt uit de gewisselde stukken dat de dochter haar vordering met betrekking tot de beleggingsrekening al in 2005 aan de orde heeft gesteld bij erflaatster.

In de brief van 16 juni 2005 van erflaatster aan de andere dochter is vermeld: “Als zijnde executeur testamentair kan ik je het volgende meedelen, na bestudering van alle stukken: Inzake jullie eis van € 13.217,- . Blijft een bedrag ad € 1.698,72 welke binnen 7 dagen zal worden overgemaakt”.

Uit deze brief volgt dat erflaatster de vordering van de Dochter voor slechts een bedrag van € 1.698,72 heeft erkend en dat zij na betaling van dat bedrag ervan uitgaat dat de zaak is afgesloten en afgedaan.

Het was aan erflaatster in het kader van de afwikkeling van de nalatenschap van erflater om de gepretendeerde vordering van de dochter al dan niet te erkennen en te voldoen.

Op basis van de ouderlijke boedelverdeling diende zij alle schulden te betalen.

Het feit dat de dochter op voormelde brief geen actie meer heeft ondernomen om de door haar gepretendeerde vordering te incasseren komt voor haar rekening en risico.

Van een rechtsgeldige erkenning van de gepretendeerde vordering van de dochter is geen sprake.

Op grond van hetgeen het hof hiervoor heeft overwogen volgt reeds dat de gepretendeerde vordering van de dochter is verjaard.

Ook de redelijkheid en billijkheid verzetten zich niet tegen een beroep op verjaring: op 16 juni 2005 wist de dochter dat door de betaling van € 1.698,72 de zaak in de visie van erflaatster was afgedaan.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over een ouderlijke boedelverdeling, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.