Van onze advocaat kindsdeel. Het Gerechtshof Den Haag heeft onlangs uitspraak gedaan over de voldoening door onder bewind gestelde echtgenoot van de vorderingen van kinderen op de voet van bepaalde in artikel 4:17 BW.

In geschil is het verzoek van de verzoeker tot het verkrijgen van toestemming om de erfdelen uit de nalatenschap van erflater uit te mogen keren aan de kinderen van de rechthebbende, in casu belanghebbende en de verzoeker.

De verzoeker verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en zijn oorspronkelijke verzoek alsnog toe te wijzen, in die zin dat thans wordt verzocht om aan de beide kinderen, te weten belanghebbende en appellant (de verzoekers) hun erfdeel uit te keren ten bedrage van € 37.229,-, kosten rechtens.

De verzoeker kan zich niet verenigen met de beslissing van de rechtbank en voert daartoe, kort weergegeven, het volgende aan. De rechtbank heeft het verzoek afgewezen op de enkele grond dat nu erflater geen testament heeft opgemaakt, de wettelijke verdeling geldt en de kindsdelen pas opeisbaar zijn als de rechthebbende komt te overlijden. De rechtbank heeft zich daarbij kennelijk gebaseerd op het bepaalde in artikel 4:13 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

De verzoeker erkent dat er inderdaad geen testament is opgemaakt en dat de wettelijke verdeling geldt, maar stelt dat de rechtbank volledig voorbij is gegaan aan het bepaalde in artikel 4:17 BW, hetwelk meebrengt dat de echtgenoot (in casu de rechthebbende) de geldvordering van de kinderen uit hoofde van de wettelijke verdeling te allen tijde geheel of gedeeltelijk kan voldoen.

De verzoeker stelt dat de rechthebbende, zijn broer en hijzelf de enige erfgenamen zijn en dat zij het er allen over eens zijn dat de in artikel 4:13 lid 3 BW bedoelde geldvordering na toewijzing van onderhavig verzoek geheel wordt voldaan aan de twee kinderen (belanghebbende en appellant).

De verzoeker stelt dat de verzochte bijdrage zonder meer kan worden voldaan uit het bestaande vermogen, ongeveer € 300.000,-, temeer nu er geen vooruitzicht is dat ten laste van dit vermogen in de toekomst substantiële bedragen ten behoeve van de rechthebbende uitgekeerd dienen te worden.

Daarnaast is de uitkering van het erfdeel (het hof begrijpt: betaling van de geldvordering) van belang nu de rechthebbende sinds januari 2015 in een woonzorgcentrum woont en zij twee jaar na het overlijden van haar echtgenoot een hogere bijdrage in de zorgkosten zal moeten voldoen die is gebaseerd op een bepaald percentage van het Box 3-vermogen. In afwijking van het verzoek in eerste aanleg – waarbij een uit te keren erfdeel van € 48.985,- per kind is verzocht – verzoekt de verzoeker thans het uit te keren erfdeel te bepalen op € 37.229,- per kind, zulks in overeenstemming met het bedrag van de verkrijging.

Voldoening door onder bewind gestelde echtgenoot van de vorderingen van kinderen op de voet van bepaalde in artikel 4:17 BW

Het hof oordeelt als volgt. Op zich is de overweging van de rechtbank, dat de kindsdelen pas opeisbaar zijn als de rechthebbende komt te overlijden, nu de wettelijke verdeling van toepassing is en de erflater niet heeft bepaald dat die buiten toepassing blijft, juist.

In casu heeft de verzoeker echter de vorderingen niet opgeëist maar in zijn hoedanigheid van bewindvoerder van rechthebbende – dus namens rechthebbende die hij in en buiten rechte vertegenwoordigt – toestemming verzocht om aan de kinderen van de rechthebbende de erfdelen uit de nalatenschap van de erflater (bedoeld is: de vorderingen) uit te mogen keren op de voet van artikel 4:17 lid 1 BW.

Het hof is van oordeel dat het verzoek op grond van het bepaalde in artikel 4:17 lid 1 BW toewijsbaar is. Nu alle betrokkenen zich bovendien kunnen vinden in het verzoek van de verzoeker zal het hof overeenkomstig zijn gewijzigde verzoek beslissen.

In zaken van familierechterlijke aard is het gebruikelijk dat een ieder de eigen kosten draagt van het geding in hoger beroep.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de verdeling en afwikkeling van een erfenis, over het opvragen van het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.