Van onze advocaat kindsdeel. Het Gerechtshof Den Haag heeft op 20 februari 2018 uitspraak gedaan over de vraag of de verdeling van de nalatenschap kan worden vastgesteld nu de vereffening nog niet is voltooid.
In de grief in appel voert de broer aan dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de verdeling van de nalatenschap nog niet vastgesteld kan worden omdat de vereffening nog niet is afgerond.
De broer stelt dat de verdeling wel kan worden vastgesteld.
Een wettelijke vereffening behoeft niet te verhinderen dat een vordering wordt toegewezen onder opschortende voorwaarde van voltooiing van de vereffening.
Er is sprake van een informele vereffening en de nalatenschap is positief. De schulden zijn voldaan. Bij wijze van wijziging van eis vordert de broer een verdeling van de nalatenschap.
De moeder en de zus komen tegen de eiswijziging in verzet om reden dat sprake is van strijd met de goede procesorde of misbruik van procesrecht. In eerste aanleg heeft de broer geen verdeling gevorderd.
Thans is nog niet zeker of de nalatenschap zonder meer positief is. Door het niet opgeven door de vader van zijn vermogen in België zijn navorderingsaanslagen opgelegd die eerdaags door de nalatenschap worden betaald. Ook het CAK zou op grond daarvan de eerder vastgestelde bijdragen kunnen verhogen.
De broer neemt niet zijn verantwoordelijkheid met betrekking tot de vereffening. Hij weigert bijvoorbeeld medewerking aan het openen van de sealbags, waardoor tegen de naheffing Inkomstenbelasting ingestelde bezwaren niet volledig kunnen worden aangevuld.
Ook de moeder is een schuldeiser van de nalatenschap. Zij heeft vorderingen op de nalatenschap ter zake van het onverdeelde vermogen in België en de voormalige echtelijke woning met garage.
Ook de zus heeft nog de nodige vorderingen op de nalatenschap. De moeder en de zus voeren verder verweer tegen de door de broer voorgestelde verdeling.
Kan de verdeling van de nalatenschap worden vastgesteld nu de vereffening nog niet is voltooid?
De rechter oordeelt als volgt.
Het hof is van oordeel dat de grief van de broer niet slaagt.
Zoals hiervoor is overwogen is het hof van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap van de vader en de moeder is verdeeld.
Het moet er dan ook voor worden gehouden dat dit niet is gebeurd.
Inmiddels heeft de moeder de zus en de broer gedagvaard in verband met de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap.
Het hof merkt op dat de vorderingen van de moeder overigens niet zien op de (verdeling van) de voormalige echtelijke woning, terwijl dit in de onderhavige procedure wel onderwerp van geschil is.
Het is van belang dat in die procedure over alles wat partijen nog verdeeld houdt met betrekking tot de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap zal worden beslist.
Zolang de geschilpunten ter zake de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap van de vader en de moeder niet zijn beslist, kan het hof de omvang van de nalatenschap niet vaststellen en ook niet, wat er ook zij van het processuele bezwaar tegen de eiswijziging van de broer, tot verdeling daarvan overgaan.
Het hof kan niet toekomen aan de beoordeling van de vordering van de broer, voor recht te verklaren dat de zus haar aandeel in vermogensbestanddelen heeft verbeurd, zolang niet is beslist op de vordering van de moeder ter zake van die vermogensbestanddelen in de door de moeder aanhangig gemaakte procedure.
Het vorige betekent dat het hof niet toekomt aan de grief van de broer, nu deze zien op de verdeling van de nalatenschap.
In de volgende grief klaagt de broer dat de rechtbank ten onrechte overweegt dat de broer een voldoende processueel belang mist bij zijn overige vorderingen zolang de nalatenschap niet is vereffend.
De rechtbank gaat eraan voorbij dat er een onlosmakelijke verwevenheid is tussen de vereffenings- en verdelingsgeschillen.
Omdat het belang van enkele vorderingen is weggevallen door tijdsverloop en nadere ontwikkelingen zal de broer zijn vorderingen in het petitum anders formuleren.
Het hof passeert de grief. De gewijzigde vordering van de broer ziet op de verdeling van de nalatenschap van de erflater.
Het hof heeft al overwogen dat het daarover niet kan beslissen, nu daarvan deel uitmaakt de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap van de vader en de moeder, ten aanzien waarvan partijen op een aantal onderdelen nog geschilpunten hebben.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag over de vereffening en verdeling van een erfenis, over het kindsdeel of over de legitieme of over het vaststellen van een verdeling van een erfenis door de rechter, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.