De Rechtbank Limburg heeft op 14 oktober 2020 uitspraak gedaan over de vraag of een handtekening in een testament echt was.

Eiseres en gedaagden zijn broers en zussen van elkaar.

Vader had een testament en een aanvullend testament laten opmaken.

Van het door vader op 4 november 1998 opgemaakte testament zijn alleen pag. 1 en 2 en de slotpagina (met twee regels tekst en enkele handtekeningen) overgelegd.

Het door vader op 24 mei 2005 opgemaakte aanvullend testament bestaat uit drie pagina’s die zijn overgelegd.

Uit de akte van erfrecht begrijpt de rechtbank voorshands dat alle kinderen recht hebben op een gelijk erfdeel, dus 1/9de deel van nalatenschap.

Erfrecht. Testament. Is de handtekening in het testament echt? Bewijslast. Onderzoek naar de echtheid van de handtekening. Bewijs.

De rechter oordeelt als volgt.

De stelling van eiseres dat de handtekeningen die door moeten gaan voor die van vader en niet door vader zijn gezet, is betwist door in elk geval gedaagde.

De vraag of die stelling van eiseres juist is, laat zich allereerst beantwoorden via een door een schriftdeskundige te verrichten onderzoek.

De rechtbank is voornemens een dergelijk onderzoek te gelasten.

Hierbij zal de deskundige het volgende worden gevraagd:

1. Zijn de handtekeningen gezet onder de naam van erflater op de bij dagvaarding overgelegde producties geschreven door de vader(de erflater?

2. Heeft u verder nog opmerkingen die relevant kunnen zijn voor de onderhavige zaak?

Voor zover de rechtbank weet, wordt een dergelijk schriftonderzoek niet meer gedaan door het NFI.

Mogelijke deskundigen zijn het TMFI te Maastricht, Forensisch Schriftonderzoek te Groningen en het Algemeen Grafologisch Adviesbureau te Rotterdam.

Partijen worden in staat gesteld zich uit te laten over het voornemen van de rechtbank om een deskundige te benoemen, over de aan de deskundige te stellen vragen, over de persoon van de deskundige en over de hoogte van het door de deskundige te vragen voorschot.

Gelet op de tussen partijen bestaande verwantschap, die waarschijnlijk met zich brengt dat de proceskosten zullen worden gecompenseerd, komt het de rechtbank geraden voor dat elke verschenen partij 1/7de van het voorschot voorschiet.

Indien na het schriftonderzoek niet met voldoende zekerheid kan worden geoordeeld dat de handtekening niet van erflater afkomstig zijn, zal moeten worden onderzocht de stelling van eiseres dat vader niet meer wist wat hij deed op 30 augustus 2007, de dag dat hij beide verklaringen ondertekende.

De stelling dat vader toen niet meer wist wat hij deed, zal door eiseres moeten worden bewezen, gelet op de hoofdregel van art. 150 Rv.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over de rechtsgeldigheid van een testament, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.