De Rechtbank Gelderland heeft op 4 november 2020 uitspraak gedaan over de vraag of de sieraden wel of niet tot een nalatenschap behoorde.

Partijen zijn beiden kinderen en de erfgenamen van erflaatster.

Eiser en gedaagde zijn broer en zus van elkaar.

Eiser legt, kort gezegd, aan zijn vordering ten grondslag dat hij en gedaagde overeenstemming hebben bereikt over de afwikkeling van de nalatenschap en vordert dat gedaagde deze overeenkomst nakomt.

De discussie tussen partijen spitst zich toe op de vraag welke sieraden tot de nalatenschap behoren.

Erfrecht. Behoren de sieraden tot de nalatenschap? Bewijs en bewijslast. Nakoming van een schikking.

De rechter oordeelt als volgt.

De sieraden zijn in de schikking niet gespecificeerd en eiser heeft aangegeven dat hij steeds voor ogen had alle sieraden van erflaatster aan gedaagde te geven.

Dit uitgangspunt is door gedaagde ook niet bestreden.

Vast staat dat eiser een aantal doosjes met sieraden aan gedaagde heeft doen toekomen.

Gedaagde stelt dat er een aantal sieraden ontbreekt en daarmee dat deze ontbrekende sieraden deel uitmaakten van de overeenstemming. Dit zijn een goudgele ketting, een gouden ketting met hanger voorzien van bloedkoralen steen en bijpassende ring en een goudgele slavenarmband.

Gedaagde beroept zich op het rechtsgevolg van het ontbreken van deze sieraden. zij stelt immers dat eiser tekortschiet in de nakoming van de overeenkomst nu deze sieraden niet aan haar zijn gegeven.

Dat de ontbrekende sieraden ook steeds bij de nalatenschap hebben behoord en daarmee onderdeel vormen van de bereikte overeenstemming is een stelling waarvan gedaagde de bewijslast en het bewijsrisico draagt.

Vast staat dat alleen eiser en gedaagde beide doosjes met sieraden hebben gezien bij het opruimen.

Eveneens is niet in geschil dat erflaatster nauwelijks sieraden droeg.

Er zijn geen foto’s van erflaatster waarop zij de litigieuze sieraden draagt of verklaringen van recente datum waaruit blijkt dat erflaatster deze sieraden droeg of bezat.

Ter zitting heeft gedaagde verklaard dat zij en haar echtgenoot erflaatster de ketting met bloedkoraal hebben zien dragen kort na hun huwelijk in 1969.

Deze verklaringen zijn voor de rechtbank mede gezien het tijdsverloop niet van belang.

Wat in 1969 is gedragen hoeft in 2016 geen onderdeel meer te vormen van de boedel.

Bovendien heeft eiser betoogd dat erflaatster de sieraden voor de gelegenheid had geleend van de grootmoeder van partijen.

Bij gebreke van enig bewijsmiddel zal aan het getuigenbewijs niet worden toegekomen omdat slechts gedaagde zou kunnen getuigen.

Haar getuigenis kan als aanvullend bewijs dienen maar dat is in dit geval onvoldoende.

Eén en ander leidt ertoe dat niet komt vast te staan dat de sieraden die gedaagde stelt te “missen” onderdeel uitmaakten van de nalatenschap en daarmee van de bereikte overeenstemming.

Eiser schiet dan ter zake de afgifte daarvan ook niet tekort laat staan dan hij in verzuim kan verkeren.

Dit leidt ertoe dat de vordering van eiser zal worden toegewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over bewijs in erfrechtzaken, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.