De Rechtbank Oost-Brabant heeft op 28 maart 2022 uitspraak gedaan over de vraag of

Eisers zijn de wettige erfgenamen van A.

A was gehuwd met B.

Zij hadden geen kinderen.

Op 11 juli 2003 heeft A ten overstaan van een toenmalige kantoorgenoot van mr. B (gedaagde) een wilsbeschikking voor haar laten passeren.

Eiser was in dat testament aangewezen als executeur-testamentair van A en eisers zijn daarin als erfgenamen benoemd.

Op 7 september 2016 is voornoemde wilsbeschikking herroepen door het passeren van een nieuwe wilsbeschikking van A.

De eisers vorderen, bij vonnis zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de notaris te bevelen tot het overleggen aan eisers van de testamenten van A van 11 juli 2003, 7 september 2016 en 6 april 2018, zulks op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag of dagdeel daarvan dat de notaris daaraan geen gehoor geeft, zulks met veroordeling van de notaris in de kosten van dit geding.

De eisers leggen daaraan het volgende ten grondslag.

Eisers beschikken over feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat A ten tijde van de wijziging van de wilsbeschikking niet in staat was om haar wil te bepalen.

De eisers hebben de nietigheid van het testament ingeroepen.

Eisers vorderen daarom inzage in de wilsbeschikkingen van A.

De notaris voert verweer dat – kort gezegd – inhoudt dat zijn geheimhoudingsplicht hem verhindert de testamenten over te leggen.

Erfrecht. Kort geding. Herroeping van testament. Inzage. Notaris beroept zich op zijn geheimhoudingsplicht. Afschrift van testament. Belangenafweging bij afgifte.

De rechter oordeelt als volgt.

De eisers hebben voldoende spoedeisend belang bij de vordering tot het verkrijgen van afschriften van de testamenten van A om hun proceskansen in een mogelijk door hen op te starten procedure, waarin zij zich wensen te beroepen op de nietigheid van de betreffende testamenten, vast te stellen.

Blijkt uit de afschriften van de testamenten dat zij geen erfgenaam van A zijn, dan heeft de genoemde (voorgenomen) procedure immers geen zin.

De notaris moet in beginsel geheimhouding betrachten met betrekking tot onder hem berustende minuten.

Onder omstandigheden kan aan de wettelijke erfgenamen een afschrift van een (herroepen) testament niet worden geweigerd. Zie: Hoge Raad van 8 januari 1982, HR:1982:AG4310 (Ouwendijk c.s./Pons).

In art. 49 lid 2 aanhef en onder b van de Wet op het notarisambt (hierna te noemen: Wna) is bepaald dat de erfgenaam die ten gevolg van een erfstelling is uitgesloten van het erfgenaamschap slechts recht heeft op een uittreksel en op inzage van het onderdeel van de uiterste wil waarbij hij een rechtstreeks belang heeft.

In geval van een uitsluiting van het erfgenaamschap door benoeming van anderen tot erfgenaam, zal de uitgesloten erfgenaam genoegen moeten nemen met een verklaring van de notaris dat hij als erfgenaam is uitgesloten. Zie: Asser/Perrick 4 2021/424.

De voorzieningenrechter komt tot het voorlopig oordeel dat ten aanzien van de laatste twee testamenten het belang van eisers bij afgifte zoveel zwaarder weegt dan het belang dat de (herroepen) testamenten vertrouwelijk blijven, dat de notaris van deze testamenten, voor zover zij daarin niet zijn uitgesloten als erfgenamen, afschrift(en) aan eisers zal dienen te verschaffen.

Daarvoor wordt het volgende van belang geacht.

Ten aanzien van het laatste testament van 6 april 2018, acht de voorzieningenrechter voorshands voldoende aanknopingspunten aanwezig waaruit kan worden geconcludeerd dat een beroep op nietigheid kans van slagen zou kunnen hebben.

Het heeft er immers alle schijn van dat, gelet op de verklaring van F, het moment van het wijzigen van het testament in relatie tot de opname in het verzorgingstehuis en de aantekeningen van de huisarts, dat A niet wilsbekwaam was ten tijde van het opmaken van het laatste testament.

De voorzieningenrechter acht het belang van eisers zwaarwegend.

Zij hebben aangevoerd dat hun belang erin is gelegen dat zij wensen te voorkomen dat zij onnodig een procedure opstarten ter vernietiging van het testament.

Zij hebben voorts toegelicht zeker te weten dat zij in het voorlaatste testament nog als erfgenamen zijn benoemd.

Het voorgaande leidt ertoe dat de vordering – zoals hierna omschreven – zal worden toegewezen ten aanzien van het laatste testament en het voorlaatste testament, voor zover eisers daarin niet als erfgenamen zijn uitgesloten.

De door eisers gevorderde dwangsom wordt afgewezen, omdat de notaris heeft verklaard een veroordeling te zullen nakomen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het recht op informatie in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.