De Rechtbank Noord-Nederland heeft onlangs uitspraak gedaan over de vaststelling van het kindsdeel uit hoofde van een ouderlijke boedelverdeling.

Op 21 december 2020 is overleden moeder.

Vader en moeder waren in gemeenschap van goederen met elkaar getrouwd.

Uit hun huwelijk zijn drie kinderen geboren, namelijk eiser en gedaagden.

Partijen zijn elk voor 1/4e deel gerechtigd in de nalatenschap.

Moeder heeft bij testament van 24 december 2002 over haar nalatenschap beschikt met een ouderlijke boedelverdeling op grond van artikel 4:1167 (oud) BW.

Erfrecht. Vaststelling van het kindsdeel uit hoofde van een ouderlijke boedelverdeling. Huwelijksvermogensrecht. Ontbonden huwelijksgemeenschap. Vorderingsrechten.

De rechter oordeelt als volgt.

Vast staat dat moeder met een ouderlijke boedelverdeling over haar nalatenschap heeft beschikt.

Sinds 1 januari 2003 kent de wet de ouderlijke boedelverdeling niet langer.

Dit neemt niet weg dat een onder oud recht (vóór 1 januari 2003) gemaakt testament met een ouderlijke boedelverdeling zijn gelding blijft behouden, ook in het geval de erflater na inwerkingtreding van het nieuwe erfrecht is overleden.

Uit artikel 79 Overgangswet Nieuw BW volgt dat een onder oud recht verrichte rechtshandeling niet nietig of vernietigbaar wordt na inwerkingtreding van de nieuwe wet.

Op grond van artikel 4:1167 (oud) BW zijn alle goederen van de nalatenschap toegedeeld aan vader onder de verplichting om alle schulden van de nalatenschap voor zijn rekening te nemen, waarbij aan eiser en gedaagden zijn toegedeeld (niet-opeisbare) vorderingen wegens overbedeling ten laste van vader.

Deze procedure heeft hoofdzakelijk tot doel de omvang van deze (niet-opeisbare) vorderingen vast te stellen aan de hand van de waarde van de nalatenschap.

De rechtbank stelt voorop dat alvorens de waarde van de nalatenschap kan worden bepaald, eerst de omvang van de (per 21 december 2020) ontbonden huwelijksgemeenschap dient te worden bepaald.

De waarde van de nalatenschap omvat de helft van de waarde van de ontbonden huwelijksgemeenschap.

Partijen nemen dit overigens ook zelf tot uitgangspunt.

Vast staat dat tot de ontbonden huwelijksgemeenschap een vordering op gedaagde behoort uit hoofde van de schuld/vordering-verhouding.

Eisende partij gaat echter uit van een aanvangsschuld van € 310.702,00, terwijl gedaagden steeds een bedrag van € 304.275,00 hebben genoemd.

Uit de overgelegde jaarrekening 2016/2017 blijkt dat het vennootschappelijk kapitaal € 1.943.007,00 bedraagt en dat het eindkapitaal van de vennoten op 30-04-2016 € 1.632.304,00 bedraagt voor gedaagde partij en € 310.702,00 voor vader.

Deze cijfers wijken (enigszins) af van de bedragen die in de brieven van 23 oktober 2019 en 27 januari 2021 namens de belastinginspecteur zijn genoemd.

Gedaagden hebben geen uitleg over deze afwijking gegeven.

Omdat de belastinginspecteur blijkens genoemde brieven is uitgegaan van de jaarrekening van de stille maatschap, zal de rechtbank de overgelegde jaarrekening als leidend beschouwen.

Dat betekent dat de rechtbank bij de verdere beoordeling er vanuit zal gaan dat de vordering op gedaagden in oorsprong € 310.702,00 heeft bedragen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.