De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of er een overeenkomst tot verdeling van een nalatenschap tot stand was gekomen.

Partijen zijn de kinderen van erflater en erflaatster.

Erflater en erflaatster hadden geen testament opgemaakt.

Partijen zijn het er niet over eens of de nalatenschappen van hun ouders al is verdeeld.

Erfrecht. Verdeling van een nalatenschap. Wettelijke verdeling. Voltooide verdeling? Is er een overeenkomst tot verdeling tot stand gekomen? Stilzwijgende toestemming?

De rechter oordeelt als volgt.

De nalatenschap van erflaatster behoeft niet meer te worden verdeeld.

Erflaatster had geen testament, zodat de wettelijke verdeling van toepassing is.

Dat houdt in dat erflater op het moment van overlijden van erflaatster van rechtswege de goederen van haar nalatenschap toegedeeld heeft gekregen en eventuele schulden heeft moeten voldoen (artikel 4:13 lid 2 BW).

De verdeling van haar nalatenschap is daarmee klaar en voor zover eiser vordert deze alsnog te verdelen zal de rechtbank die vordering afwijzen.

Partijen zijn het er niet over eens of de nalatenschap van erflater al is verdeeld.

Gedaagde meent van wel en vindt dat partijen aan die verdeling zijn gebonden.

Eiser heeft op de zitting onweersproken toegelicht dat hij en gedaagde kort na het overlijden van erflater de kamer in de zorginstelling hebben laten ontruimen en daaruit zelf alleen bepaalde zaken met emotionele waarde hebben meegenomen.

Verder heeft hij onweersproken verklaard dat de administratie van erflater al bij gedaagde was en dat zij had gezegd dat zij de helft van het saldo op de bankrekeningen aan hem zou overmaken.

Hij heeft een bedrag ontvangen en vertrouwde erop dat hij de helft van de saldi had ontvangen.

Daarna kwam hij erachter dat van de bankrekeningen van erflater(s) gedurende jaren onttrekkingen waren gedaan die volgens hem niet ten behoeve van erflater(s) waren.

Zijn doel met deze procedure is alsnog de helft van de onttrokken gelden te ontvangen.

Hij vordert daarvoor verdeling van de nalatenschap waarbij de onttrokken gelden als vordering van de nalatenschap op gedaagde wordt betrokken.

Als de nalatenschap al is verdeeld, wil hij dat die verdeling wordt vernietigd, zodat hij alsnog zijn deel van de onrechtmatige onttrekkingen ontvangt.

Hij wil dat aan gedaagde zijn ontbrekende aandeel in de nalatenschap wordt opgelegd en beroept zich daarvoor op artikel 3:197 BW.

De rechtbank oordeelt dat de nalatenschap van erflater nog niet is verdeeld.

De feitelijke handelingen van partijen na het overlijden van erflater houden geen overeenkomst tot verdeling van de nalatenschap in met als rechtsgevolg dat partijen daaraan zijn gebonden behoudens eventuele vernietiging ervan.

Partijen hebben niet samen vastgesteld waaruit de nalatenschap bestaat en uit niets blijkt dat zij een overeenkomst tot verdeling hebben gesloten.

Voor zover gedaagde meent dat de verdeling stilzwijgend tot stand is gekomen, volgt de rechtbank haar daarin niet.

Daarvoor heeft zij onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.