De Rechtbank Limburg heeft onlangs uitspraak gedaan over informatieverstrekking ter bepaling van de omvang van de nalatenschap bij een ouderlijke boedelverdeling.

In zijn testament heeft vader de zogenoemde ouderlijke boedelverdeling neergelegd, kort gezegd inhoudend dat alle tot de nalatenschap behorende goederen zijn toegedeeld aan moeder onder de verplichting op haar om de schulden van de nalatenschap voor haar rekening te nemen.

Partijen hebben een vordering uit overbedeling op moeder verkregen ter hoogte van hun aandeel in de nalatenschap van vader – zijnde 1/3e – die opeisbaar is geworden bij het overlijden van moeder.

Ten aanzien van de nalatenschap van vader betreft dat de vordering uit overbedeling als gevolg van de ouderlijke boedelverdeling

Erfrecht. Vorderingen op grond van ouderlijke boedelverdeling. Informatieverstrekking ter bepaling van de omvang van de nalatenschap. Boedelbeschrijving. Successierechten.

De rechter oordeelt als volgt.

De vorderingen strekken ertoe dat duidelijkheid wordt verkregen over de omvang van de aanspraak van eiseres op grond van de nalatenschap van vader.

Eiseres heeft verder gevorderd dat gedaagde het verschil verklaart tussen de opgave van de omvang van de nalatenschap in de door moeder opgestelde boedelbeschrijving en de opgave die ten grondslag lag aan de uiteindelijk opgelegde aanslag successierecht.

Hierbij moet allereerst worden opgemerkt dat gedaagde terecht heeft opgemerkt dat de berekening die eiseres maakt aan de hand van de boedelbeschrijving onjuist is.

Zij telt immers enerzijds maar een deel van de in de boedelbeschrijving vermelde activa op en miskent anderzijds dat de beschrijving de gemeenschap van goederen van vader en moeder betreft, zodat slechts de helft van het vermelde vermogen in de nalatenschap van vader viel (te vermeerderen met de helft van het Zwitserse banksaldo).

Niettemin moet worden vastgesteld dat het bedrag dat de uitkomst van een correcte optelling aan de hand van de boedelbeschrijving en de – in ieder geval door de belastingdienst aangenomen – helft van de waarde van het saldo op de Zwitserse bankrekening, niet helemaal overeenkomt met saldo waar de belastingdienst van uit is gegaan in de aanslag successierecht.

Onduidelijk is echter op grond waarvan eiseres aanneemt dat het aan gedaagde is om verdere duidelijkheid te verschaffen.

Gedaagde was niet de executeur van de nalatenschap van vader en gesteld noch gebleken is op welke andere grond hij aangesproken kan worden voor het verschaffen van duidelijkheid over deze mogelijke discrepantie.

Van gedaagde mag – als redelijk handelend schuldenaar – wel worden verwacht dat hij eiseres de relevante informatie verschaft waarover hij de beschikking heeft en die eiseres niet heeft of kan krijgen en nodig heeft om haar aanspraak vast te stellen.

Gedaagde heeft stukken overgelegd die betrekking hebben op de van de vordering van eiseres.

Het betreft allereerst de in december 2013 aan eiseres gezonden brieven van de betrokken boedelnotaris waarin deze – kort gezegd – aangeeft dat gedaagde het aan eiseres toekomende bedrag ter zake van haar aanspraak op grond van de nalatenschap van vader op diens derdenrekening heeft betaald en dat dit, inclusief de tot dan toe gekweekte rente, het bedrag van € 234.922,13 betreft.

Verder verwijst gedaagde naar de brief van de boedelnotaris van 3 april 2009 aan de belastingdienst waarin deze uiteenzet wat het saldo van de nalatenschap van vader is wanneer daarbij het – eerder voor de belastingdienst verborgen gehouden – saldo op de Zwitserse bankrekening wordt betrokken.

Dit saldo komt overeen met het saldo waarop de belastingdienst de definitieve aanslag successierecht heeft gebaseerd.

Gedaagde heeft gesteld dat de aanspraak van eiseres (en hemzelf) is vastgesteld aan de hand van dat saldo en dat hetgeen aan eiseres is betaald het haar toekomende deel van dat saldo is, vermeerderd met de rente.

Dit betekent dat gedaagde duidelijk heeft gemaakt wat zijn standpunt is over de berekening van de aanspraak van eiseres en waar hij dat op heeft gebaseerd.

Daarop is eiseres niet meer concreet ingegaan.

Zij heeft dus ook niet duidelijk gemaakt welke informatie gedaagde wel zou hebben en zij mist om haar vordering te kunnen vaststellen.

Er is zijn daarom geen aanknopingspunten om gedaagde te veroordelen tot het verstrekken van nadere informatie.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.