De Rechtbank Den Haag heeft onlangs uitspraak gedaan over de privatieve bevoegdheid van de executeur in verband met een vordering tot uitbetaling van de legitieme.

De inleidende dagvaarding is uitgebracht op verzoek van A, in zijn hoedanigheid van executeur van erflaatster, en van B.

C stelt dat A niet ontvankelijk is in zijn vorderingen omdat hij zijn taken als executeur heeft neergelegd.

A heeft op de mondelinge behandeling van 8 augustus 2024 toegelicht dat hij zijn taak als executeur als zeer emotioneel belastend heeft ervaren.

Vanwege de aanwezigheid van andere privéomstandigheden heeft hij enige tijd afstand moeten nemen en heeft B zijn taken voor hem waargenomen.

Inmiddels heeft A zijn taken als executeur hervat.

Tot een verzoek om ontslag bij de kantonrechter is het nooit gekomen.

Op de mondelinge behandeling hebben beide partijen verder aangegeven dat zij het belangrijk vinden dat de vorderingen door de juiste persoon zijn ingesteld, maar dat zij ook graag willen dat deze procedure inhoudelijk wordt behandeld.

Erfrecht. Procesrecht. Executele. Vordering tot uitbetaling van de legitieme. Privatieve bevoegdheid van de executeur. Dagvaarding. Ontvankelijkheid van de vordering?

De rechter oordeelt als volgt.

Art. 4:80 BW houdt in dat de legitimaris die aanspraak op de legitieme portie maakt, ter zake daarvan een vordering heeft op de gezamenlijke erfgenamen.

De schuld ter zake van een legitieme portie waarop krachtens art. 4:80 BW aanspraak wordt gemaakt, is een schuld van de nalatenschap (art. 4:7 lid 1 onder g BW).

Op grond van art. 4:144 lid 1 BW heeft de executeur tot taak de schulden van de nalatenschap te voldoen.

De executeur vertegenwoordigt gedurende zijn beheer bij de vervulling van zijn taak de gezamenlijke erfgenamen in en buiten rechte (art. 4:145 lid 2 BW).

De executeur treedt daarbij op als privatief vertegenwoordiger van de erfgenamen.

Dat betekent dat de erfgenamen niet zelf als zodanig voor de nalatenschap kunnen optreden.

Het voorgaande betekent dat A, en niet B, bevoegd is om het betaalde voorschot op de legitieme portie terug te vorderen, en zij in haar vorderingen dus niet-ontvankelijk is.

De rechtbank zal, gelet op de uitdrukkelijk wens van partijen dat dit geschil inhoudelijk wordt behandeld, er daarbij van uitgaan dat A de vorderingen heeft ingesteld in zijn hoedanigheid van executeur van zowel erflater als erflaatster.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.