De Rechtbank Den Haag heeft onlangs uitspraak gedaan over de vaststelling van de  geldvorderingen uit de wettelijke verdeling.

Verzoekers verzoeken dat de kantonrechter de geldvorderingen uit hoofde van de wettelijke verdeling in goede justitie vaststelt.

De vereffenaars hebben niet kunnen achterhalen wie de daadwerkelijke erfgenamen van de echtgenote zijn en evenmin wat de omvang van het vermogen van de echtgenote is.

De vereffenaars hebben als gevolg daarvan ook niet de omvang van de huwelijksgoederengemeenschap kunnen vaststellen.

Erfrecht. Wettelijke verdeling. Vaststelling van de  geldvorderingen uit de wettelijke verdeling. Vereffening. Onvindbare erfgenaam. Aanwijzing van de rechter? 

De rechter oordeelt als volgt.

De kantonrechter stelt voorop dat op grond van het versterferfrecht de verzoekers, de heer A en de echtgenote, ieder voor gelijke delen, namelijk 1/4e deel, erfgenamen zijn geworden in de nalatenschap van erflater.

Nu de omvang van de huwelijksgoederengemeenschap niet is vast te stellen, omdat het vermogen van de echtgenote niet is vast te stellen, volgt de kantonrechter het standpunt van verzoekers dat de afwikkeling van de nalatenschap van erflater in een impasse dreigt te raken.

Het verzoek van verzoekers om deze impasse met een pragmatische oplossing te doorbreken, komt de kantonrechter als verdedigbaar voor.

De kantonrechter volgt daarom het voorstel van verzoekers en stelt de nalatenschap overeenkomstig de laatstelijk door de vereffenaars opgemaakte rekening en verantwoording en verdelingsstaat vast op een bedrag van € 44.918,51.

Dat betekent dat de kantonrechter het aandeel in de nalatenschap van ieder van de erfgenamen vaststelt op een bedrag van € 11.229,63 per erfgenaam.

De overige post zal slechts bestaan uit het nog vast te stellen loon van de vereffenaars en de proceskosten van onderhavige procedure.

Hoewel de wet daartoe niet uitdrukkelijk de mogelijkheid biedt, zal de kantonrechter, gelet op voornoemde omstandigheden, de vereffenaars opdragen het erfdeel van (de erfgenamen van) de echtgenote ten bedrage van € 11.229,63 te storten in de consignatiekas van het Ministerie van Financiën.

Afwikkeling van de nalatenschap volgens een aanwijzing (artikel 4:210 BW)

De kantonrechter overweegt dat de regeling van artikel 4:210 BW niet is geschreven om de kantonrechter te vragen om aanwijzingen, maar geeft juist de kantonrechter de mogelijkheid om op zijn initiatief van de vereffenaar informatie te verkrijgen en de vereffenaar aanwijzingen te geven.

Het verzoek om het geven van een aanwijzing zal dan ook worden afgewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.