Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft onlangs uitspraak gedaan over het recht op informatie van de legitimaris over de omvang van de legitieme portie in verband met de waardering van een onderneming.

Bij testament van 29 juli 2020 heeft erflater een tweetrapsmaking gemaakt en verweerster tot enig erfgenaam genoemd, de bezwaarde, onder de ontbindende voorwaarde dat één van de situaties zoals genoemd in het testament onder “Overgang van bezwaarde naar verwachters” zich voordoet en op dat moment ten minste één van de in het testament genoemde verwachters in leven is.

Appellante is tot verwachter benoemd waarbij is bepaald dat al wat verweerster bij het einde van haar recht van verkrijging als erfgename nalaat, zal toekomen aan appellante.

Appellante heeft aanspraak gemaakt op haar legitieme portie.

Partijen verschillen van mening tegen welke waarde de vordering op appellante in de boedelbeschrijving opgenomen dient te worden.

Erfrecht. Testament met een tweetrapsmaking. Legitieme. Opvragen informatie in verband met het vaststellen van de omvang van de legitieme portie. Waardebepaling van een onderneming.

Het hof overweegt als volgt.

Erflater heeft een zogenaamde tweetrapsmaking gemaakt waarbij verweerster tot enig erfgename is benoemd onder de ontbindende voorwaarde dat één van de situaties zoals genoemd in het testament onder “Overgang van bezwaarde naar verwachters” zich voordoet en op dat moment ten minste één van de in het testament genoemde verwachters in leven is.

Het recht van verweerster eindigt onder meer door haar overlijden, maar ook door haar faillissement, als verweerster surseance van betaling is verleend, de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op verweerster van toepassing is, bij (her)trouwen (tenzij iedere gemeenschap van goederen wordt uitgesloten), als verweerster gaat samenwonen als ware zij gehuwd dan wel indien zij wordt opgenomen in een verzorgings- of verpleegtehuis.

Appellante is tot verwachter benoemd waarbij is bepaald dat al wat verweerster bij het einde van haar recht van verkrijging als erfgename nalaat, zal toekomen aan appellante.

In het testament is tevens opgenomen dat appellante, als verwachter, recht heeft op een afschrift van de op te maken boedelbeschrijving, alsmede op een afschrift van de aangifte voor de erfrechtbelasting en bijbehorende gegevens.

Tevens is in het testament bepaald dat verweerster verplicht is eerst op haar overige vermogen in te teren vóórdat wordt ingeteerd op de verkrijgen en is zij, slechts indien de wet dit dwingendrechtelijk voorschrijft, verplicht jaarlijks aan appellante een ondertekende, nauwkeurige opgave te zenden van de goederen die niet meer aanwezig zijn, van de goederen die daarvoor in de plaats zijn gekomen en van de voordelen die de goederen hebben opgeleverd en die geen vruchten zijn.

Appellante heeft de nalatenschap van erflater niet verworpen.

Dit leidt ertoe dat zij erfgenaam van erflater is, zij het onder opschortende voorwaarde.

Voor wat betreft de door appellante gevraagde informatie doet zij een beroep op artikel 4:78 lid 1 BW.

Dit artikel is naar de letter echter alleen van toepassing voor een legitimaris die geen erfgenaam is, hetgeen hier dus strikt genomen niet aan de orde is.

Ook heeft appellante niet op grond van artikel 3:166 lid 3 BW een inzagerecht en inlichtingenplicht nu zij niet tezamen met verweerster als deelgenoot in de nalatenschap van erflater kan worden beschouwd.

Verweerster  is immers enig erfgename onder ontbindende voorwaarde en appellante, nadat de ontbindende voorwaarde in werking is getreden, volgt haar als enig erfgename op waardoor geen gemeenschap tussen hen beide is ontstaan.

Het hof is echter van oordeel dat appellante als erfgename onder opschortende voorwaarde/legitimaris wel onverkort in ieder geval recht heeft op de door haar gevraagde informatie op grond van de redelijkheid en billijkheid, nu zij anders op grond van bovenstaande artikelen buitenspel komt te staan.

Dat zij in redelijkheid belang heeft bij de informatie waarom zij vraagt acht het hof evident, met name nu verweerster verplicht is jaarlijks een opgave te verstrekken van de mutaties van de goederen die in de nalatenschap zitten.

Een volledige boedelbeschrijving van de nalatenschap van erflater dient dan als uitgangspunt genomen te worden.

Bovendien dient verweerster gedurende de periode van het beheer als executeur op grond van artikel 4:148 BW alle door de erfgenamen gewenste inlichtingen te verschaffen.

Niet gebleken is dat het beheer als executeur is beëindigd.

Anders dan verweerster betoogt is door haar niet voldoende informatie verschaft over de waarde van de onderneming teneinde de omvang van de legitieme portie van appellante te kunnen vaststellen.

Het gaat er immers niet (alleen) om of de onderneming een positieve waarde vertegenwoordigde per sterfdatum, maar het gaat om de exacte (althans zo exact mogelijk bepaalde) waarde per sterfdatum.

Wanneer die minder negatief is dan verweerster op basis van de voorshands te summiere informatie (bovendien uitgaande van 31 december 2020 in plaats van sterfdatum) stelt dan heeft dat ook invloed op – uiteindelijk – de omvang van de legitimaire massa en dus de legitieme portie van appellante.

Van een fishing expedition is in het geheel geen sprake.

Door een onafhankelijke deskundige zal een volledige jaarrekening 2020 (tot sterfdatum) dienen te worden opgesteld, waarbij aandacht wordt besteed aan alle vragen die door appellante zijn geopperd.

Uit de bij het verweerschrift met incidenteel hoger beroep van verweerster ingediende productie lijkt te blijken dat de kantoorkosten in 2020 meer dan verdrievoudigd zijn (€ 14.166,- t.o.v. € 3.406,- het jaar ervoor), en de algemene kosten meer dan verdubbeld zijn ten opzichte van het voorgaande jaar (€ 52.810,- t.o.v. € 24.235,- het jaar ervoor).

Daar dient aandacht aan te worden besteed (als ook “welke kosten waren per sterfdatum verschuldigd/ betaald?”) en er dient te worden toegelicht hoe dit komt.

Tevens dient aandacht te worden besteed aan de stelling dat de aanwezige voorraad per sterfdatum een hogere waarde had dan boekwaarde (stille reserve).

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.