De Rechtbank Limburg heeft onlangs uitspraak gedaan over de waardebepaling van een woning bij een ouderlijke boedelverdeling waarbij was nagelaten de erfdelen van de kinderen vast te stellen.
Langstlevende ouder overlijdt.
Vader had een ouderlijke boedelverdeling testament.
Bij zijn overlijden in 1982 heeft moeder de erfdelen van hun kinderen niet laten vaststellen.
De gevolgen daarvan – exacte financiële gegevens zijn nu niet meer voor handen – komen voor rekening van hun kinderen.
Erfrecht. Ouderlijke boedelverdeling. Nalaten van het vaststellen van de erfdelen van de kinderen. Hoe dient de waarde van de woning achteraf te worden vastgesteld?
De rechter oordeelt als volgt.
Tussen partijen staat vast dat er tot de nalatenschap van vader een aandeel in de destijds gemeenschappelijke eigendomswoning behoorde.
De moeilijkheid thans ligt in de vraag of en hoe de waarde van deze woning kan worden vastgesteld.
Objectieve gegevens over deze waarde ten tijde van het overlijden van vader ontbreken.
Partijen hebben getracht hun standpunt hierover nader te adstrueren met bijkomende omstandigheden en algemeen toegankelijke statistische gegevens.
Deze leiden niet tot een eenduidige conclusie.
Hoe dient nu de waarde van de woning ten tijde van het overlijden van vader bepaald te worden?
Dat die woning een waarde moet hebben gehad ten tijde van dat overlijden staat vast, welke is onduidelijk is, terwijl evenmin duidelijk is of er ten tijde van overlijden van vader nog een hypothecaire last op de woning rustte noch hoe hoog die was.
Hoewel in andere procedures over soortgelijke onderwerpen ook in debat was de vraag of de waarde dan diende te worden bepaald aan de hand van onbewoonde of bewoonde staat, hebben partijen hierover geen standpunten ingenomen.
De kantonrechter gaat dan voorlopig uit van onbewoonde staat.
Vast staat dat de woning in 1976 is aangeschaft voor een bedrag groot fl. 58.968,00 / € 26.759,00, met een hypothecaire geldlening.
Vast staat ook dat in 1979 de hypothecaire geldlening is ingeschreven voor fl. 78.500,00 / € 35.621,76.
Verder staat vast dat de woning in 1994 is verkocht voor een bedrag groot fl. 195.000,00 / € 88.487,14 en dat er op dat moment geen hypothecaire last meer op rustte.
Aangetoond is immers dat de hypothecaire lening ter zake de woning is afgelost blijkens een royementakte van 25 januari 1983.
Beide partijen hebben aan de hand van deze vaststaande feiten en met gebruikmaking van historische waardeveranderingsoverzichten de waarde naar het jaar 1982 geschat.
Uit het overzicht dat verzoeker heeft overgelegd trekt hij de conclusie dat die waarde € 62.600,00 zou bedragen.
Verweerder heeft ook overzichten in de procedure gebracht waaruit -onder andere- volgt dat de waardeverhouding 1994-1982 ongeveer daarop neerkomt dat de waarde in 1982 55% was van de waarde in 1994.
Uitgaande van de verkoopwaarde in 1994 zou dit leiden tot een waarde in 1982 van € 49.388,15.
Door verzoeker is voorts een taxatie in geding gebracht waarbij de taxateur de waarde op 1 juli 1982 heeft bepaald op € 46.000,00.
Voor het vervolg zal de kantonrechter uitgaan van de door verzoeker zelf overgelegde taxatie, nu deze ook aansluit bij het gedetailleerde historisch overzicht dat door verweerder is overgelegd.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.
Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.