De Rechtbank Limburg heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of ondanks een onvoltooide vereffening verdeling van de nalatenschap kon plaatsvinden.

Erflater heeft bij zijn laatst opgemaakte testament van 18 juni 1987 de ouderlijke boedelverdeling van toepassing verklaard en zijn echtgenote en drie kinderen – de kinderen zijn de partijen in deze procedure – als erfgenamen achtergelaten.

Partijen kregen daardoor een niet-opeisbare vordering op hun moeder inzake hun erfdeel in de nalatenschap van erflater, die pas na haar overlijden opeisbaar zou worden.

Erfrecht. Ouderlijke boedelverdeling. Kindsdeel. Kan ondanks onvoltooide vereffening verdeling van de nalatenschap plaatsvinden? Schulden van de nalatenschap.

De rechter oordeelt als volgt.

De nalatenschap van erflaatster is beneficiair aanvaard door eiseres .

Gedaagden worden geacht de nalatenschap tevens beneficiair te hebben aanvaard op grond van artikel 4:192 lid 4 BW, aangezien zij geen keuze hebben gemaakt.

Dat betekent – nu niet gebleken is dat één van de in artikel 4:202 BW genoemde uitzonderingen van toepassing is – dat de nalatenschap van erflaatster op grond van artikel 4:202 lid 1 sub a BW moet worden vereffend, waarbij partijen ingevolge artikel 4:195 lid 1 BW gezamenlijk optreden als vereffenaar.

De rechtbank heeft geconstateerd dat deze vereffening van de beneficiair aanvaarde nalatenschap van erflaatster nog niet is voltooid.

Immers, eiseres stelt dat zij een vordering heeft op de nalatenschap van erflaatster inzake haar kindsdeel in de nalatenschap van erflater.

Uit artikel 4:222 BW vloeit voort dat het gedurende de vereffening niet mogelijk is dat een deelgenoot op grond van artikel 3:185 BW vordert dat de rechter de wijze van verdeling gelast of de verdeling vaststelt.

Dit leidt in beginsel tot niet-ontvankelijkheid van partijen in hun vorderingen voor zover die strekken tot verdeling.

In dit geval is echter voldoende aannemelijk geworden voor de rechtbank dat vorderingen van derden – voor zover die hebben bestaan – reeds zijn voldaan.

Gelet op de mededelingen van partijen hierover tijdens de mondelinge behandeling en het tijdsverloop sinds het overlijden van erflaatster, ziet de rechtbank overeenkomstig de uitspraak van de Hoge Raad van 19 mei 2017 (HR:2017:939) aanleiding om de door eiseres gestelde vordering op de nalatenschap te betrekken in de verdeling.

Eiseres heeft gesteld dat zij een vordering op de nalatenschap van erflaatster heeft ten bedrage van € 20.662,- betreffende haar erfdeel in de nalatenschap van erflater.

Nu dit niet door de broers is weersproken, zal de rechtbank dit als vaststaand aannemen.

Dit betekent dat de vordering van eiseres zal worden toegewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.