De Rechtbank Amsterdam heeft op 4 november 2020 uitspraak gedaan over de vraag of  een incidentele vordering tot tussenkomst ex artikel 217 Rv.

Eiser vordert dat hem wordt toegestaan in de hoofdzaak tussen te komen dan wel hem wordt toegestaan zich in de hoofdzaak aan de zijde van verweerders te voegen.

Eiser onderschrijft de stellingen van verweerders en stelt in aanvulling daarop dat met instemming van verweerders is besproken, en met gedaagde is onderzocht, dat de woning aan eiser wordt overdragen.

Dit ondanks het feit dat laatstgenoemde de nalatenschap had verworpen.

Eiser heeft zijn stellingen toegelicht aan de hand van tussen de zoon van gedaagde en hem gevoerde correspondentie waarin is gesproken over een mogelijke eigendomsoverdracht in de toekomst.

Erfrecht. Incidentele vordering tot tussenkomst. Voldoende belang bij tussenkomst? Gronden. Vereisten. Voeging.

De rechter oordeelt als volgt.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

De rechtbank stelt voorop dat ieder die een belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geschil, kan vorderen zich daarin te mogen voegen of daarin te mogen tussenkomen (artikel 217 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).

Voor het aannemen van een belang bij tussenkomen is voldoende dat de derde partij vordert te mogen tussenkomen indien zij een eigen vordering wil instellen tegen (een van) de procederende partijen en voldoende belang heeft zich met dat doel te mengen in het aanhangige geding in verband met de nadelige gevolgen die zij van de uitspraak in het hoofdgeding kan ondervinden.

Voor het aannemen van een belang bij voeging is voldoende dat de partij die voeging vordert nadelige gevolgen kan ondervinden van een uitkomst van de procedure die ongunstig is voor de partij aan wier zijde de derde zich voegt.

De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering tot tussenkomst moet worden toegewezen, omdat de aangevoerde gronden die vordering kunnen dragen.

Eiser heeft gesteld dat hij een zelfstandige vordering wenst in te stellen tegen zowel verweerders en gedaagde.

Hij heeft daartoe aangevoerd dat tussen partijen is besproken en afgesproken dat de woning aan hem wordt overgedragen.

Het belang van eiser is erin gelegen dat hij nadelige gevolgen kan ondervinden van de uitspraak in de hoofdzaak, aangezien een afwijzing van de vorderingen in de hoofdzaak betekent dat hij de woning dient te verlaten, terwijl hij op grond van de tussen verweerders en gedaagde gemaakte afspraken juist de woning in eigendom overgedragen krijgt en daarin kan blijven wonen.

In tegenstelling tot wat gedaagde aanvoert, heeft eiser voldoende duidelijk gemaakt met welk doel hij wenst tussen te komen.

Het verweer van gedaagde dat niet is voldaan aan de vereisten van artikel 219 Rv en daarom de vordering tot tussenkomst/voeging moet worden afgewezen, slaagt evenmin.

Artikel 219 Rv bepaalt onder andere dat de conclusie de vordering en de gronden waarop zij berust dient te vermelden.

Gedaagde miskent hiermee dat met “de vordering” de incidentele vordering (tot voeging dan wel tussenkomst) wordt bedoeld en niet de vordering die de tussenkomende partij wil gaan instellen indien hij wordt toegelaten tot de hoofdzaak.

Laatstbedoelde vordering kan wel alvast worden aangekondigd, maar is geen vereiste.

Met “de gronden” wordt bedoeld de grondslag van de incidentele vordering en niet, zoals gedaagde aanvoert, de grondslag van de in te stellen vordering.

De rechtbank is gebleken dat de meningen over de vraag aan wie de woning in eigendom toebehoort en aan wie de woning dient te worden overgedragen verdeeld zijn, zodat eiser er voldoende belang bij heeft om als procespartij in de procedure tussen te komen.

Aangezien de incidentele vordering tot tussenkomst wordt toegewezen, ziet de rechtbank geen aanleiding om de vordering tot voeging te behandelen.

De incidentele vordering tot voeging zal dan ook worden afgewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over tussenkomst of voeging in een geding, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.