De Rechtbank Gelderland heeft op 25 april 2020 uitspraak gedaan over de vraag of het ontslag van de gezamenlijke vereffenaars mogelijk was op grond van een gewichtige reden.

Bij testament heeft erflaatster over haar nalatenschap beschikt.

Zij heeft haar kinderen tot haar erfgenamen benoemd.

Zij hebben de nalatenschap van erflaatster beneficiair aanvaard.

Erfrecht. Is ontslag van de gezamenlijke vereffenaars mogelijk op grond van een gewichtige reden? Onenigheid over de verkoop van de woning.

De rechter oordeelt als volgt.

Voor zover een verzoek tot ontslag van verweerder als vereffenaar op grond van gewichtige redenen in het verzoekschrift zou mogen worden gelezen, dient dit verzoek niet ontvankelijk te worden verklaard.

Verzoeker en verweerders zijn op grond van artikel 4:195 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) als gezamenlijke erfgenamen vereffenaar.

De wet voorziet niet in de mogelijkheid om een van de erfgenamen, die gezamenlijk vereffenaar zijn, op grond van gewichtige redenen te ontslaan.

Wel voorziet de wet in de mogelijkheid om een door de rechtbank benoemde vereffenaar te ontslaan (art. 4:206 lid 5 BW), maar daarvan is in dit geval geen sprake.

Bovendien vertegenwoordigt een door de rechtbank benoemde vereffenaar, zoals verzocht en indien toegewezen, de erfgenamen (art. 4:203 lid 2 BW).

Vastgesteld moet worden dat partijen sedert het overlijden van erflaatster niet zijn geslaagd in de vereffening van de nalatenschap of zelfs maar de verkoop van de woning.

De rechter heeft tijdens de mondelinge behandeling ook persoonlijk kunnen vaststellen dat de verhoudingen tussen partijen gespannen zijn en dat elk vertrouwen tussen hen lijkt te ontbreken.

Dit maakt dat onaannemelijk dat een of meer partijen als vereffenaars hun werk op een goede en vruchtbare wijze zullen kunnen verrichten.

Het feit dat verzoeker jurist is, zoals hij heeft benadrukt, maakt dat uiteraard niet anders.

Verweerder heeft aangevoerd dat de verdere vereffening, in het bijzonder de verkoop van de woning, relatief simpel is.

Dat wordt onderschreven door de rechtbank.

Nu die verdere vereffening tot heden niet is gelukt, is er echter geen reden om aan te nemen dat dat in de toekomst wel zou lukken.

De conclusie uit een en ander is dat een derde als vereffenaar zal moeten worden benoemd.

Naar het oordeel van de rechtbank is een professionele vereffenaar aangewezen.

Het verzoek tot benoeming van verzoeker als zodanig zal worden afgewezen.

Dit geldt ook voor het tegenverzoek van verweerders om primair verzoeker en hem gezamenlijk tot vereffenaars te benoemen en subsidiair verweerder tot enige vereffenaar te benoemen.

De rechtbank zal mr. K, advocaat te A, tot vereffenaar benoemen.

Zij heeft verklaard dat zij vrij staat tegenover partijen en dat zij bereid is deze benoeming te aanvaarden.

Volgens artikel 4:211 lid 2 BW vertegenwoordigt de vereffenaar bij de vervulling van zijn taak de erfgenamen in en buiten rechte.

Nu een nieuwe vereffenaar zal worden benoemd, zal het verzoek tot het verstrekken van een aantal machtigingen in het verzoek worden afgewezen.

Ook het verzoek om in goede justitie maatregelen te treffen tot verkoop van de woning zal worden afgewezen. Daartoe ontbreken essentiële gegevens aan de rechtbank.

Bovendien is dat aan de vereffenaar (art. 4:215 BW).

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het ontslag van een vereffenaar of executeur, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.