De Rechtbank Oost-Brabant heeft op 15 juli 2020 uitspraak gedaan over de vraag of het kindsdeel al eerder opeisbaar was vanwege de vervulling van een voorwaarde in het testament

Gedaagden stellen dat de bewindvoerders niet verplicht zijn om het erfdeel uit te betalen omdat er sprake is van aanzienlijke zorgkosten en in het testament van vader is vastgelegd dat de verzorging van moeder dient te worden gewaarborgd.

Gedaagden verwijzen daarvoor naar deze zinsneden van artikel D lid 6 van het testament:

“Ingevolge het vorenstaande is de hoofdsom en de rente van de vordering van ieder van mijn overige erfgenamen normaal pas opeisbaar na het overlijden van mijn echtgenote.

Ik heb dit bepaald ter verzorging van mijn echtgenote na mijn overlijden.”

Volgens gedaagden is vervroegde uitbetaling niet aan de orde.

Volgens hen is het erfdeel pas opeisbaar bij het overlijden van moeder.

Kindsdeel. Ouderlijke boedelverdeling. Uitleg van een testament. Voorwaarde in testament. Is het erfdeel opeisbaar?

De rechtbank overweegt als volgt.

Het testament van vader is verleden op 15 april 1994.

Het testament bevat een ouderlijke boedelverdeling op grond van artikel 4:1167 (oud) BW.

Vader heeft zijn nalatenschap aan moeder toebedeeld, onder de verplichting om aan de overige erfgenamen (eiseres en de deelgenoten) in contanten uit te keren de aan hen toekomende erfdelen.

Vader is overleden op 7 juli 2017.

Naar huidig erfrecht (artikel 4:42 BW) is een ouderlijke boedelverdeling niet meer toegestaan, maar de ouderlijke boedelverdeling in het testament van vader is nog steeds geldig op grond van artikel 127 Overgangswet boek 4 BW.

In het testament van vader is inderdaad bepaald (in artikel D onder 3) dat de vorderingen in contanten pas opeisbaar zijn bij het overlijden van moeder.

Daarna worden echter situaties genoemd waarin de vorderingen onmiddellijk en zonder enige ingebrekestelling opeisbaar zijn.

In artikel D onder 3 sub c van het testament wordt de onderbewindstelling van moeder uitdrukkelijk genoemd als een geval waarin de vordering in contanten onmiddellijk opeisbaar is.

Op het moment van het verlijden van het testament van vader was de volgende regeling opgenomen in artikel 1:431 (oud) BW:

Indien een meerderjarige als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen, kan de kantonrechter een bewind instellen over één of meer van de goederen, die hem als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren. Onder aan de meerderjarige toebehorende goederen zijn in deze titel begrepen goederen die behoren tot een huwelijksgemeenschap waarin hij gehuwd is, en die niet uitsluitend onder het bestuur van zijn echtgenoot staan.

De rechtbank komt tot de conclusie dat de bepalingen in het testament van vader duidelijk zijn.

De onderbewindstelling van moeder is een van de uitzonderingen op grond waarvan het erfdeel eerder opeisbaar wordt.

Moeder is daadwerkelijk onder bewind gesteld.

Eiseres heeft op grond van het testament dus een opeisbare vordering.

Gedaagden stellen dat het uitbetalen van het erfdeel in strijd is met de Richtlijnen voor de Bewindvoerder.

Deze richtlijnen schrijven voor dat de verzorgingsbehoefte van moeder geen gevaar mag lopen en intering wordt voorkomen.

Door vervroegde uitbetaling van het erfdeel aan eiseres komt de zorg voor moeder in gevaar. Er is sprake van 24-uurs zorg die door ZZP-ers wordt uitgevoerd. De verzorgingskosten zijn hoog, waardoor er voor ongeveer € 3.000,00 per maand wordt ingeteerd op het vermogen, aldus gedaagden.

De rechter overweegt als volgt.

Het is juist dat de Richtlijnen voor de Bewindvoerder voorschrijven dat een machtiging van de kantonrechter nodig is voor het vervroegd uitkeren van ‘kindsdelen’ en dat de bewindvoerder er bij een dergelijk verzoek voor dient te zorgen dat de verzorgingsbehoefte van de rechthebbende geen gevaar loopt en geen intering is voorzien.

Eiseres stelt daar tegenover dat in dit geval geen sprake is van een verzoek tot het vervroegd uitkeren van een ‘kindsdeel’, maar van een opeisbare vordering omdat moeder onder bewind is gesteld.

De rechtbank volgt eiseres in haar standpunt.

Zij heeft dit standpunt onderbouwd met de aanbevelingen meerderjarigenbewind vastgesteld door het LOVCK&T (Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel en Kanton & Toezicht) van 7 september 2018.

Daarin is onder punt 7 onder meer het volgende opgenomen:

Een verzoek tot het vervroegd uitdelen van ‘kindsdelen’ (vastgestelde geldvorderingen van kinderen op de langstlevende ouder in het kader van ouderlijke boedelverdeling of bij wettelijke verdeling) wordt niet geheel gelijk gesteld met een verzoek tot schenking. Het gaat hier om echte aanspraken die slechts opeisbaarheidsbeperkingen hebben en ‘achtergesteld’ zijn met het oog op de, door de erflater of wetgever gevoelde, verzorgingsbehoefte van de langstlevende die op deze aanspraken mag interen. (…) Als in het testament van de vooroverleden partner is opgenomen dat de kindsdelen opeisbaar zijn als zich een bepaalde situatie voordoet (zoals opname in een verpleegtehuis of onderbewindstelling) en deze situatie zich daadwerkelijk voordoet, dan is er sprake van een schuld die voldaan moet worden.” 

Naar het oordeel van de rechtbank doet de laatste situatie zich in dit geval voor.

Moeder is onder bewind gesteld.

Voor dat geval bepaalt het testament van vader dat de vordering opeisbaar is.

Naar het oordeel van de rechtbank is er dan geen sprake van het vervroegd uitkeren van een ‘kindsdeel’ maar van een schuld die voldaan moet worden.

Artikel 4:6 BW bepaalt dat onder de waarde van de goederen van de nalatenschap wordt verstaan de waarde van die goederen op het tijdstip onmiddellijk na het overlijden van de erflater. Bij het bepalen van de omvang van het erfdeel van [eiseres] gaat het dus om de waarde op de dag van het overlijden van vader.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over een ouderlijke boedelverdeling, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.