De Rechtbank Oost-Brabant heeft op 12 mei 2021 uitspraak gedaan over de vraag of er volgens het testament een vermeerdering van rente diende plaats te vinden.

In het testament van 3 mei 2010 zijn gedaagde en eisers als kinderen ieder voor gelijke delen tot erfgenamen benoemd.

Partijen zijn broer en zussen van elkaar.

De relatie tussen gedaagde enerzijds en eiser is al enige tijd niet goed meer.

Erfrecht. Nalatenschap. Testament. Rentevergoeding. Wettelijke verhoging. Vermeerdering van rente afhankelijk van de hoogte van de wettelijke rente.

De rechter oordeelt als volgt.

De vordering van gedaagde bestaat onder meer uit een bedrag aan rente.

Gedaagde stelt dat haar vordering ter zake de nalatenschap van moeder jaarlijks wordt vermeerderd met een bedrag van tenminste 6% aan rente en met een bedrag aan wettelijke rente als de wettelijke rente hoger is dan zes procent.

Eisers hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat gedaagde daarbij uitgaat van een onjuiste lezing van het testament.

Daarin staat het volgende:

Vermeerdering vordering

Vorenbedoelde vordering wordt op grond van het bepaalde in artikel 13 lid 4 Boek 4 van het Burgerlijk wetboek – tenzij mijn echtgenoot en de desbetreffende crediteur anders overeenkomen – vermeerderd met een percentage dat overeenkomst met dat van de wettelijke rente, voor zover dit percentage hoger is dan zes, berekend per jaar vanaf de dag waarop mijn nalatenschap is opengevallen, bij welke berekening telkens uitsluitend de hoofdsom in aanmerking wordt genomen.

Taalkundig gezien volgt uit genoemde bepaling dat de vordering pas wordt verhoogd met rente als de wettelijke rente hoger is dan zes procent.

Dat is ook in lijn met de uitleg die moet worden gegeven aan artikel 4:13 lid 4 BW waar in de bepaling naar wordt verwezen en waarvan de tekst bijna letterlijk in het testament is overgenomen.

Bij toepassing van artikel 4:13 lid 4 BW geldt als rekenmaatstaf de wettelijke rente minus 6 %.

Dat betekent dat als de wettelijke rente 6% of lager is, er dus geen vermeerdering door rente plaatsvindt.

Vast staat dat de wettelijke rente in de relevante periode niet hoger is geweest dan 6%.

Dat betekent dat de vordering van gedaagde dus niet is vermeerderd met rente.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, over het berekenen van de legitieme, of over rentevergoeding in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.