Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 7 juli 2020 uitspraak gedaan over de vraag of de overboekingen van een mederekeninghouder onrechtmatig waren.

Geïntimeerden voeren het verweer dat erflaatster nimmer rekening en verantwoording van hen heeft gevraagd en dat uit het testament noch uit enig ander document blijkt dat erflaatster de bevoegdheid tot het afleggen van rekening en verantwoording heeft willen doen overgaan op appellante.

Met een beroep op jurisprudentie stellen geïntimeerden daarom dat appellante het recht niet toekomt van hen rekening en verantwoording te eisen.

Naar het oordeel van het hof doet de situatie waarop de door geïntimeerden bedoelde uitspraak ziet (Hoge Raad, 13 mei 2015, LJN:AS4167) zich in deze zaak niet voor.

Geïntimeerde heeft niet van erflaatster met betrekking tot haar Raborekening een volmacht gekregen, hij is mederekeninghouder geworden.

Daarbij komt dat appellante geen rekening en verantwoording vordert, maar vergoeding van schade geleden door onrechtmatig handelen door geïntimeerden.

Erfrecht. Onrechtmatige overboekingen van een mederekeninghouder? Schenking? Stelplicht en bewijslast.

De rechter oordeelt als volgt.

Appellante betoogt dat het gehele bedrag van € 218.883,08 onrechtmatig door geïntimeerden is verkregen en dat, nu geïntimeerden de ontvangst van deze aan erflaatster toebehorende bedragen niet betwisten, maar stellen dat zij niet tot terugbetaling zijn gehouden omdat de erflaatster de betrokken bedragen aan hen heeft geschonken, sprake is van een bevrijdend verweer, hetgeen betekent dat op geïntimeerden de bewijslast van de schenkingen rust.

Volgens appellante zijn geïntimeerden niet in dit bewijs geslaagd.

Het hof volgt appellante niet in dit standpunt.

Appellante legt ten grondslag aan haar vordering dat geïntimeerden een onrechtmatige daad hebben gepleegd door het overschrijven of opnemen van gelden van de bankrekening van erflaatster zonder haar instemming.

Daartegenover stellen geïntimeerden andere rechtsfeiten voor de overschrijvingen naar hun bankrekeningen en de contante opnames, namelijk schenkingen door erflaatster respectievelijk opnames van gelden op verzoek van en ten behoeve van erflaatster.

Bij deze stand van zaken valt het door geïntimeerden aangevoerde niet aan te merken als een bevrijdend verweer en blijft op appellante de bewijslast rusten van de door haar gestelde onrechtmatige daad.

In de dagvaarding heeft appellante de gestelde onrechtmatige daad als volgt onderbouwd.

Erflaatster heeft nooit toestemming gegeven voor het overboeken van bedragen.

Geïntimeerden hebben de gelegenheid gehad om buiten het zicht van erflaatster bedragen naar hun eigen rekeningen over te boeken.

Erflaatster beschikte niet over een computer en alle rekeningafschriften werden naar het adres van geïntimeerden gestuurd.

Bovendien is een duidelijk patroon zichtbaar: geïntimeerde boekte gelden van de spaarrekening van erflaatster naar haar betaalrekening en vervolgens naar zijn eigen rekening en die van de andere geïntimeerde.

Geïntimeerden hebben daar tegenover aangevoerd dat zij zich afvragen waar appellante haar stelling op baseert dat erflaatster nimmer toestemming zou hebben gegeven voor de overschrijvingen en opnames, nu appellante in de jaren vanaf 2010 weinig contact met erflaatster had.

In de laatste dertig jaar van het leven van erflaatster is tussen erflaatster en het gezin van geïntimeerden een bijzonder goede band ontstaan.

Alle overschrijvingen en opnamen zijn volgens geïntimeerden op uitdrukkelijk verzoek van erflaatster gedaan.

Tot aan haar overlijden was erflaatster in staat haar wil te bepalen. Zo heeft zij nog op de dag van haar overlijden haar testament gewijzigd.

Erflaatster regelde haar financiën zelf. Vrijwel alle betalingen en ook haar ontvangsten vonden plaats op haar ING rekening.

Geïntimeerden hadden hier geen zicht op. Omdat erflaatster permanent in Gran Canaria woonde, heeft zij de bank verzocht haar geen afschriften per post meer te zenden.

Aan het einde van het jaar overhandigden geïntimeerden een via internetbankieren geprint overzicht van de Raborekening aan erflaatster, evenals het papieren jaaroverzicht voor de belastingdienst.

Erflaatster regelde vervolgens haar belastingaangifte met het administratiekantoor.

Erflaatster wist derhalve in ieder geval telkens op dat moment hoe het verloop van de rekening in dat jaar was geweest.

Ter zitting in hoger beroep is van de zijde van geïntimeerden herhaald dat erflaatster met de Rabofoon telefonisch informatie kon krijgen over het verloop van de Raborekeningen, alsmede aangevoerd dat ook erflaatster over een bankpasje en een zogenaamde reader beschikte waarmee zij toegang tot haar Raborekening kon krijgen.

Tegenover de gemotiveerde betwisting door geïntimeerden heeft appellante ook in hoger beroep geen nadere feiten en omstandigheden aangevoerd die zonder meer tot het oordeel moeten leiden dat alle overboekingen en opnames van de Raborekening van erflaatster door geïntimeerden zijn verricht zonder toestemming en buiten het zicht van erflaatster.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het onttrekken van geldbedragen uit een erfenis, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.