De Rechtbank Overijssel heeft onlangs uitspraak gedaan over een vordering tot zekerheidstelling met betrekking tot het kindsdeel uit een ouderlijke boedelverdeling.
Eiser is de zoon van moeder (gedaagde) en overleden vaderen.
Vader heeft over zijn nalatenschap beschikt bij testament, opgemaakt op 18 april 1975.
In dat testament is moeder benoemd tot executeur en is aan haar gelegateerd het levenslang vruchtgebruik van hetgeen de afstammelingen van vader uit zijn nalatenschap verkrijgen.
Daarbij is bepaald:
“Voor het vruchtgebruik moet zekerheid gesteld worden, tenzij en voor zover hierdoor de verzorging van mijn echtgenote in gevaar komt.”
Daarnaast is in het testament met betrekking tot de verdeling van de nalatenschap bepaald:
“Ik verdeel mijn nalatenschap tussen mijn echtgenote en mijn afstammelingen en deel toe aan: mijn genoemde echtgenote, al de tot mijn nalatenschap behorende zaken onder de verplichting al de schulden van mijn nalatenschap voor haar rekening te nemen, en wegens overbedeling uit te keren aan elk van mijn overige erfgenamen een som in contanten ten bedrage van zijn erfdeel”.
Eiser wil (onder andere) dat de rechtbank in deze procedure zijn aandeel in de nalatenschap van vader zal vaststellen op genoemd bedrag en dat moeder wordt veroordeeld om zekerheid te stellen voor dat bedrag.
Erfrecht. Ouderlijke boedelverdeling. Overgangsrecht. Legaat van levenslang vruchtgebruik. Opeisbaarheid kindsdeel. Vordering tot zekerheidstelling kindsdeel? Verjaring?
De rechter oordeelt als volgt.
Het testament van vader is opgemaakt in 1975 en zijn nalatenschap is opengevallen bij zijn overlijden.
Beide rechtsfeiten hebben dus plaatsgevonden onder de werking van het oude erfrecht.
Met ingang van 1 januari 2003 is het nieuwe erfrecht in werking getreden.
Daarbij gold en geldt als uitgangspunt dat dit nieuwe recht onmiddellijke werking heeft.
Dat betekent echter niet dat het oude recht geen betekenis meer heeft voor de nalatenschap waar het hier om gaat.
De rechtbank stelt namelijk vast dat het testament van vader een combinatie inhoudt van een vruchtgebruik testament en een ouderlijke boedelverdeling.
In het testament wordt een legaat van levenslang vruchtgebruik toegekend aan moeder en daarnaast is in het testament een verdeling opgenomen waarin de nalatenschap wordt verdeeld tussen de echtgenote (moeder) en de afstammelingen (de beide zoons).
Het vruchtgebruik legaat heeft betrekking op hetgeen de zoons uit de nalatenschap verkrijgen.
De ouderlijke boedelverdeling blijft in stand na de inwerkingtreding van het nieuwe recht.
Uit hetgeen partijen hebben aangevoerd blijkt niet dat aan het testament geen uitvoering is gegeven.
Opeisbaarheid
Hoewel in het testament ten aanzien van de verdeling niet expliciet is vermeld wanneer de erfdelen van de zoons opeisbaar zijn, gaan eiser en de bewindvoerder ervan uit dat opeisbaarheid pas bij overlijden van moeder het geval zal zijn.
Dat staat tussen partijen vast en de rechtbank gaat daar ook vanuit.
Dat oordeel is gebaseerd op het gegeven dat in het testament aan moeder het levenslang vruchtgebruik is toegekend op de erfdelen van de zoons en dat niet is gebleken dat moeder en/of haar zoons het testament niet op die manier hebben willen uitvoeren.
Er is nooit gesproken over de nalatenschap of de erfdelen.
Zij gedragen zich daarmee allemaal naar het nog niet opeisbaar zijn van de erfdelen van de beide zoons.
De erfdelen van de zoons zijn opeisbaar op het moment dat het vruchtgebruik van moeder eindigt.
Dat vruchtgebruik eindigt in ieder geval op het moment van overlijden van moeder.
Het uitgangspunt dat de erfdelen van de zoons nog niet opeisbaar zijn, brengt mee dat de vordering van eiser om aanspraak te maken op zijn erfdeel nog niet verjaard kan zijn.
Dat betreft immers een nog toekomstige vordering.
Dat ligt echter anders voor de vordering gericht op zekerheidstelling en het verkrijgen van inzage in bescheiden en de afgifte van een boedelbeschrijving met de betrekking tot de nalatenschap van vader.
De vordering tot zekerheidstelling
Eiser heeft gevorderd dat (de bewindvoerder van) moeder zekerheid zal stellen voor een bedrag ter grootte van zijn erfdeel uit de nalatenschap van vader.
Eiser heeft deze vordering gebaseerd op het testament van vader, waarin is opgenomen dat voor het vruchtgebruiklegaat ten behoeve van moeder zekerheid moet worden gesteld.
Ook ten aanzien van deze vordering is het verweer gevoerd dat de vordering is verjaard.
De rechtbank is van oordeel dat het verjaringsverweer ten aanzien van de vordering tot zekerheidstelling ook slaagt.
Toen de nalatenschap is opengevallen, is het recht op zekerheidstelling ontstaan.
Eiser maakt nu meer dan 30 jaar later aanspraak op dit recht.
Gelet op artikel 3:306 BW is ook deze vordering verjaard.
Het had op de weg van eiser gelegen om te stellen en te onderbouwen waarom hij nu, ondanks het tijdsverloop, nog aanspraak kan maken op dit recht.
Dat heeft eiser echter niet gedaan.
Uit niets blijkt dat hij wat dat betreft inspanningen heeft verricht die zijn aan te merken als stuitingshandelingen ten aanzien van dit recht.
De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat het verjaringsverweer slaagt.
Los van het verjaringsverweer, merkt de rechtbank op dat ten aanzien van de zekerheidstelling in het testament door vader is bepaald dat zekerheid moet worden gesteld tenzij en voor zover hierdoor de verzorging van mijn echtgenote in gevaar komt.
Eiser heeft weliswaar kortweg gesteld dat de verzorging van zijn moeder niet in gevaar zou komen bij het stellen van zekerheid, maar de rechtbank kan dat niet rijmen met de eveneens aangevoerde omstandigheid dat het vermogen van moeder door grote overschrijvingen inmiddels grotendeels is verdwenen.
Wat dat betreft is het nog maar de vraag of zekerheidstelling aan de orde zou kunnen zijn als verjaring daaraan niet in de weg zou staan.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.
Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.