De Rechtbank Noord-Holland heeft onlangs uitspraak gedaan over de waardering van de goederen van de nalatenschap in verband met de vaststelling van de kindsdelen.
Partijen zijn zussen van elkaar.
Hun moeder (hierna: erflaatster), is in 2019 overleden.
Erflaatster is getrouwd geweest met de vader van partijen.
Dat huwelijk is geëindigd door het overlijden van vader in 1982.
Op 22 maart 2016 heeft erflaatster een testament op laten stellen.
Daarin heeft erflaatster partijen tot erfgenamen benoemd, ieder voor ⅓ deel.
Partijen hebben geen volledige overeenstemming kunnen bereiken over de (wijze van) verdeling van de nalatenschap van erflaatster.
Zij zijn het niet met elkaar eens over wat in de nalatenschap van hun moeder valt.
In dit vonnis bepaalt de rechtbank hoe de nalatenschap is samengesteld.
Ook stelt de rechtbank de wijze van verdeling van de nalatenschap vast.
Erfrecht. Verdeling van een nalatenschap. Kindsdelen. Rente. Waardering van de goederen van de nalatenschap. Peildatum van waardebepaling. Toerekening van een schuld.
De rechter oordeelt als volgt.
Partijen hebben geen volledige overeenstemming kunnen bereiken over de (wijze van) verdeling van de nalatenschap van erflaatster.
De rechtbank zal daarom op de voet van artikel 3:185 van het Burgerlijk Wetboek (BW) de wijze van verdeling vaststellen.
Daarbij heeft de rechtbank naar billijkheid rekening te houden met de belangen van partijen en het algemeen belang.
Verder geldt dat de rechter die de (wijze van) verdeling vaststelt, niet gebonden is aan wat partijen hebben gevorderd en niet expliciet hoeft in te gaan op wat partijen aanvoeren1.
Voor de vaststelling van de samenstelling en omvang van de bezittingen en schulden die bij de nalatenschap horen, geldt het tijdstip onmiddellijk na het overlijden van erflaatster (overlijdensdatum 2019) als peilmoment.
Als het gaat om de peildatum voor de vaststelling van de waarde van de bezittingen, is de hoofdregel dat het moment van verdeling moet worden genomen.
Over de kindsdelen hebben partijen geen geschil.
Vaststaat dat ieder van partijen een opeisbare vordering op de nalatenschap van erflaatster heeft van € 17.946,38.
Dat is het erfdeel van partijen in de nalatenschap van vader inclusief 7% enkelvoudige rente vanaf overlijdensdatum 1982 tot en met overlijdensdatum 2019.
Ieder van partijen komt ⅓ deel toe van de nalatenschap, waarbij op het aandeel van gedaagde wordt toegerekend wat zij aan de nalatenschap schuldig is.
Eiseres kan als deelgenoot ten behoeve van de gemeenschap (de nalatenschap) niet een vordering instellen tegen een andere deelgenoot (gedaagde) die strekt tot betaling aan de nalatenschap.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.
Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.