Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft onlangs uitspraak gedaan over de benoeming van deskundigen voor hertaxatie van onroerend goed bij een verdeling in hoger beroep.
Partijen zijn zussen en mede-erfgenamen in de nalatenschap van hun vader, erflater, overleden in 1990.
De nalatenschap omvat een aantal landgoederen en een agrarisch bedrijf in de vorm van een eenmanszaak.
Tussen partijen is een geschil ontstaan over de verdeling van de nalatenschap.
De rechtbank heeft daarover een beslissing gegeven.
Partijen willen dat die verdeling in hoger beroep wordt gewijzigd.
Erfrecht. Verdeling van een nalatenschap. Waardering. Peildatum bij verdeling in hoger beroep. Benoeming van deskundigen voor hertaxatie van onroerend goed.
De rechter oordeelt als volgt.
Appellante en geïntimeerde 1 hebben gevorderd dat voor de verdeling eerst een update plaatsvindt van de door de deskundigen in 2019 vastgestelde marktwaarde van de landgoederen.
Uit wat zij tijdens de mondelinge behandeling hier nog over hebben gezegd, begrijpt het hof dat een update voor hen echter niet hoeft als het hof een verdeling bepaalt die overeenkomt met hun vorderingen, omdat dan slechts sprake zal zijn van beperkte vorderingen/schulden uit onder- en overbedeling.
Voor geïntimeerde 2 en geïntimeerde 3 is een update niet nodig.
Voorafgaand aan een verdeling dient eerst inzicht te zijn verkregen in de waarde van de te verdelen zaken en goederen.
De verdeling is de volgende stap nadat dat inzicht is verkregen.
Het omdraaien van die volgorde zoals geïntimeerde 1 en appellante voorstellen acht het hof niet opportuun.
Dat kan afbreuk doen aan de objectiviteit van de taxatie en de beoordeling daarvan door partijen.
Als, zoals hier, de vaststelling van de verdeling door de rechtbank in hoger beroep opnieuw aan de orde is gesteld en daarover opnieuw moet worden beslist, geldt de datum van de uitspraak in hoger beroep als de datum van de verdeling.
Als peilmoment voor de waardering van de tot de gemeenschap behorende goederen geldt dan de datum van de uitspraak in hoger beroep, tenzij partijen een andere datum zijn overeengekomen, of als op grond van redelijkheid en billijkheid een andere datum moet worden aanvaard (Hoge Raad 8 december 2023; HR:2023:1722).
Omdat de eerdere waardebepaling van de onroerende zaken dateert van 1 november 2019 en sedertdien inmiddels dus meer dan vier jaar zijn verstreken, bestaat gezien de algemene ontwikkeling van de onroerend goed markt in de afgelopen jaren, een reële mogelijkheid dat de waarde van de landgoederen inmiddels in relevante mate gewijzigd zal zijn.
Daaruit volgt dat voordat het hof zal beslissen over de verdeling eerst een nieuwe taxatie van de tot de landgoederen behorende onroerende zaken dient plaats te vinden door deskundigen op de voet van artikel 194 Rv.
Partijen hebben voorgesteld om dan dezelfde deskundigen te benoemen die in 2019 de taxatie hebben verricht, maar met de beperkte(re) taak om op basis van het deskundigenrapport van 25 november 2019, de huidige marktwaarde van de onroerende zaken opnieuw te bepalen.
Het hof kan zich in dat voorstel vinden.
Partijen hebben, met uitzondering van het hierna te bespreken voorstel van appellante, aangegeven dat die taxatie kan worden verricht op basis van dezelfde grondslagen als die waarop het rapport van 2019 is gebaseerd.
Ook daar kan het hof zich in vinden.
Appellante stelt aanvullend voor dat de deskundigen in hun taxatie tevens het aspect betrekken dat als gevolg van fiscale regelgeving en marktontwikkelingen, landgoederen voor de eigenaren een hogere waarde hebben dan de waarde in het economisch verkeer.
Geïntimeerde 1 heeft zich bij dat voorstel aangesloten, maar geïntimeerde 2 en geïntimeerde 3 niet.
Het hof neemt het voorstel niet over.
Bij de verdeling gaat het om de marktwaarde die de landgoederen hebben op het tijdstip van de verdeling.
In die marktwaarde zijn alle omstandigheden verdisconteerd die in de markt de waarde van de landgoederen bepalen.
(Fiscale) voordelen die aan de eigendom van land zijn verbonden en niet al van invloed zijn geweest op de marktwaarde van het land, dienen daarbij in beginsel buiten beschouwing te blijven.
Voordelen die voortvloeien uit de wijze waarop een eigenaar zijn (land)eigendom beheert en exploiteert, betreffen toekomstige omstandigheden waar in het kader van een verdeling in beginsel niet op vooruitgelopen kan worden.
Bijzondere omstandigheden waarom dat in dit geval anders zou zijn, zijn niet aangevoerd.
Het hof heeft daarom het voornemen om in deze zaak deskundigen te benoemen:
Voordat het hof overgaat tot de benoeming van de deskundigen zullen partijen eerst nog in de gelegenheid worden gesteld zich bij akte uit te laten over de voorgenomen vraagstelling aan de deskundigen, de wijze van taxatie (algehele heroverweging of alleen een markttechnische update) en het door de deskundigen verlangde voorschot.
De zaak zal voor het nemen van de akten worden verwezen naar de hierna te noemen roldatum.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.
Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.