De Rechtbank Noord-Holland heeft onlangs uitspraak gedaan over de verwerping of  beneficiair aanvaarding door een minderjarige erfgenaam in het Nederlandse IPR.

Verzoekster en de minderjarige wonen in land F.

Op grond van artikel 4 van de Europese Erfrechtverordening zijn de gerechten van de lidstaat waar de erflater op het tijdstip van overlijden zijn gewone verblijfplaats had, bevoegd om een uitspraak te doen over de erfopvolging in haar geheel.

Omdat erflater haar laatste woonplaats in B  had, is de kantonrechter van deze rechtbank, naast het gerecht in het land dat op grond van artikel 13 van de Erfrechtverordening bevoegd is, bevoegd een verklaring van verwerping in ontvangst te nemen en een uitspraak te doen op het verzoek om verlenging van de termijn voor het uitbrengen van een verklaring van verwerping.

Uit de toelichting op het verzoek blijkt dat de zoon van erflater is overleden met achterlating van een zoon, de minderjarige B.

Erflaatster heeft geen testament opgemaakt en dat betekent dat de kleinzoon van erflaatster, de minderjarige B, bij plaatsvervulling als erfgenaam van erflaatster wordt aangewezen.

Verzoekster is van plan om als wettelijk vertegenwoordiger de nalatenschap namens de minderjarige te verwerpen.

Zij heeft daarvoor een verzoek ingediend bij de rechterlijke instantie in land F.

Zij verzoekt in afwachting van dat verzoek, wat niet binnen de termijn van drie maanden na het overlijden van erflaatster zal zijn afgerond, de termijn voor verwerping op grond van artikel 4:193 lid 2 BW juncto artikel 4:192 lid 2 BW te verlengen.

Erfrecht. IPR. Erfrechtverordening. Minderjarige erfgenaam. Verlenging van de termijn tot het uitbrengen van de keuze tot verwerpen of beneficiair aanvaarden van de nalatenschap.

De rechter oordeelt als volgt.

Ingevolge artikel 4:193 BW is de wettelijk vertegenwoordiger van een (minderjarige) erfgenaam in beginsel verplicht een verklaring van beneficiaire aanvaarding of van verwerping af te leggen binnen drie maanden vanaf het tijdstip waarop de nalatenschap de erfgenamen toekomt.

De nalatenschap van erflater is de minderjarige toegekomen op het moment waarop erflaatster overleed, zodat zijn wettelijk vertegenwoordiger in beginsel uiterlijk op 20 december 2024 een verklaring van beneficiaire aanvaarding of van verwerping dient af te leggen.

In artikel 4:192 lid 2 BW is bepaald dat een door de kantonrechter gestelde termijn voor het maken van een keuze tot (beneficiaire) aanvaarding of verwerping van een nalatenschap op verzoek van de erfgenaam voor afloop daarvan een of meer malen verlengd kan worden.

Het verzoek tot verlenging van de termijn van drie maanden is voor de afloop hiervan ingediend.

De termijn van drie maanden liep namelijk af op 20 december 2024 terwijl het verzoekschrift op 19 december 2024 ter griffie is ingekomen.

Nu het verzoekschrift tijdig is ingediend en uit het verzoekschrift blijkt dat een verzoek om machtiging om te mogen verwerpen bij de rechterlijke instantie in land F is ingediend, acht de kantonrechter het redelijk om de termijn te verlengen met vier maanden en wel tot 20 april 2025.

Indien de wettelijk vertegenwoordiger de bovengenoemde termijn laat verlopen zonder een keuze te hebben gemaakt, dan geldt de nalatenschap als door de minderjarige erfgenaam als beneficiair aanvaard.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.