Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of over de omvang van de nalatenschap al overeenstemming was bereikt in verband met de vaststelling van de geldvordering bij een wettelijke verdeling.
Het gaat in deze zaak om de vraag of het aandeel van verzoekster in de nalatenschap van haar vader in de vorm van een geldvordering op moeder al in onderling overleg tussen partijen is vastgesteld, of dat die nog vastgesteld moet worden.
Voor het laatste geval verzoekt verzoekster het hof die vordering vast te stellen
Erfrecht. Wettelijke verdeling. Vaststellen omvang geldvordering. Is over omvang van nalatenschap al overeenstemming bereikt? Opmaken van een boedelbeschrijving.
De rechter oordeelt als volgt.
In het testament is bepaald dat daarop “afdeling 4.3.1 Burgerlijk Wetboek (wettelijke verdeling) ” van toepassing is, dus de artikelen 4:13 BW e.v.
In artikel 4:15, eerste lid, BW is bepaald dat voor zover de erfgenamen niet tot overeenstemming kunnen komen over de vaststelling van de geldvordering bedoeld in artikel 4:13 lid 3 BW, die door de kantonrechter wordt vastgesteld op verzoek van een partij.
Artikel 4:16 lid 1 BW bepaalt dat de echtgenoot en ieder kind kunnen verlangen dat een boedelbeschrijving wordt opgemaakt die een waardering bevat van de goederen en de schulden van de nalatenschap.
Het vierde lid van dat artikel bepaalt dat de echtgenoot en ieder kind jegens elkaar recht hebben op inzage in en afschrift van alle bescheiden en andere gegevensdragers die zij voor de vaststelling van hun aanspraken behoeven.
Een boedelbeschrijving is in beginsel vormvrij en moet alleen voldoen aan de voorwaarden die artikel 674 Rv. stelt.
De “specificatie nalatenschap van erflater” voldoet aan de belangrijkste van die voorwaarden.
Ook als een boedelbeschrijving niet aan alle voorwaarden voldoet, hoeft dat niet te leiden tot nietigheid daarvan.
In dit geval zijn door de accountant van de maatschap in de specificatie opgenomen de waarden van de verschillende bezittingen van vader en zijn schulden.
Verzoekster heeft niet aangevoerd dat het overzicht onvolledig is.
Gezien ook het inmiddels verstreken tijdsverloop na het overlijden van vader (meer dan acht jaar) kan die “specificatie nalatenschap” dienen als boedelbeschrijving en bestaat dus geen grond voor het opmaken van een (andere) boedelbeschrijving.
Verzoekster heeft wel vraagtekens geplaatst bij de waardering in die specificatie van de agrarische maatschap.
In het bijzonder bij de waardering van de onroerende zaak in verpachte staat.
Ook heeft zij vraagtekens geplaatst bij de opneming van de andere vermogensbestanddelen tegen hun boekwaarde.
Dat kan wellicht aanleiding zijn voor een nieuwe vaststelling van de waarde van de nalatenschap van vader, maar niet voor een nieuwe boedelbeschrijving.
Het hof merkt overigens op dat verzoekster ook al met de andere erfgenamen in onderhandeling is getreden over een verdeling van de nalatenschap, zonder eerst nog een nadere boedelbeschrijving te verlangen.
Uit de correspondentie tussen partijen zoals die hiervoor is weergegeven onder de vaststaande feiten, blijkt voldoende duidelijk dat verzoekster niet heeft ingestemd met de vaststelling van haar geldvordering op een bepaald bedrag.
Er is weliswaar overeenstemming bereikt over de bedragen voor de aangifte erfbelasting, maar dat houdt nog niet in de vaststelling van de geldvordering als bedoeld in artikel 4:13 BW.
Wel hebben er onderhandelingen plaatsgevonden over een verdeling van de nalatenschap van vader waarbij lijkt te zijn uitgegaan van een geldvordering van verzoekster van € 204.086,-, maar die onderhandelingen zijn op niets uitgelopen.
Bovendien blijkt uit de overgelegde correspondentie dat verzoekster zowel tijdens als na die onderhandelingen herhaaldelijk heeft verzocht om inzage in de financiële bescheiden om haar kindsdeel juist vast te kunnen stellen – een inzage die haar door de andere erfgenamen is geweigerd.
Daarbij heeft verzoekster herhaaldelijk aangegeven dat die vaststelling ook op een andere wijze moest plaatsvinden dan volgens de berekeningen van de accountant.
In die situatie kan dan niet worden gezegd dat overeenstemming is bereikt over het bedrag waarop de geldvordering is vastgesteld.
Ook kan niet worden gezegd dat de andere erfgenamen er gerechtvaardigd op mochten vertrouwen dat verzoekster instemde met de bepaling van het bedrag op € 204.086,-.
Dat betekent dat die vaststelling alsnog moet plaatsvinden.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.
Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.