De Rechtbank Noord-Holland heeft onlangs uitspraak gedaan over het recht op informatie over de omvang van een nalatenschap en over de bevoegdheid van de rechter bij een vordering ex artikel 4:16 lid 4 BW.
Verzoekster legt aan haar verzoek ten grondslag dat zij als erfgenaam recht heeft op informatie, maar dat verweerder als executeur geen gevolg geeft aan haar verzoeken.
Verweerder heeft aan de gemachtigde van verzoekster telefonisch doorgegeven dat hij verzoekster eerst telefonisch wil spreken omdat partijen al 25 jaar geen contact hebben gehad.
Verzoekster heeft hieraan geen behoefte en dit is in de brief van 19 maart 2024 aan hem doorgegeven.
Hierna heeft verweerder niet meer van zich laten horen.
Verzoekster heeft er geen vertrouwen in dat verweerder nog reageert.
Verweerder heeft ook geen contact opgenomen om te laten weten dat hun vader was overleden.
Zij verzoekt daarom dat een notaris wordt aangewezen om de boedelbeschrijving op te maken.
Erfrecht. Testament. Executeur. Recht op informatie over de omvang van de nalatenschap. Boedelbeschrijving. Inlichtingenplicht. Is de kantonrechter of de rechtbank bevoegd?
De rechter oordeelt als volgt.
Ten aanzien van het verzoek om verweerder te veroordelen tot afgifte aan verzoekster van de in het verzoekschrift genoemde stukken overweegt de kantonrechter als volgt.
Op de zitting heeft de gemachtigde van verzoekster verklaard dat dit deel van het verzoek is gebaseerd op het bepaalde in artikel 4:148 BW.
Op grond van deze bepaling moet de executeur aan een erfgenaam alle door deze gewenste inlichtingen omtrent de uitoefening van zijn taak te geven.
De ratio van artikel 4:148 BW brengt dus met zich dat de executeur zodanige inlichtingen aan de erfgenamen moet verschaffen dat zij inzicht kunnen krijgen in de wijze waarop de executeur het beheer voert.
De kantonrechter is van oordeel dat deze inlichtingenplicht niet zover gaat dat alle door verzoekster gevraagde stukken daaronder vallen.
Daarbij zal een notaris worden aangewezen die de boedelbeschrijving zal opstellen en zal worden bepaald dat verweerder hieraan moet meewerken door alle relevante informatie die nodig is voor het opstellen van de boedelbeschrijving aan de notaris over te dragen.
Gelet hierop heeft verzoekster geen belang bij een veroordeling tot afgifte van de stukken aan haar.
Dat verzoekster, zoals zij op de zitting aanvoert, niet weet of B aanspraak zal maken op zijn legitieme portie, leidt niet tot een ander oordeel.
De kantonrechter gaat er vanuit dat de te benoemen notaris dit betrekt bij het opstellen van de boedelbeschrijving en de in dat verband benodigde informatie bij verweerder opvraagt.
Dit deel van het verzoek zal daarom worden afgewezen.
Voor zover dit deel van het verzoek is gebaseerd op artikel 4:16 lid 4 BW overweegt de kantonrechter het volgende.
Uit artikel 42 Wet RO volgt dat in burgerlijke zaken de rechtbank bevoegd is, behoudens bij de wet bepaalde uitzonderingen.
Artikel 93 sub d Rv geeft de wetgever de mogelijkheid om in de wet te bepalen dat bepaalde zaken worden behandeld en beslist door de kantonrechter.
In de wet is echter niet bepaald dat een verzoek op grond van artikel 4:16 lid 4 BW door de kantonrechter wordt behandeld.
De beslissing op dit deel van het verzoek moet dus worden genomen door de rechtbank en niet door de kantonrechter.
De kantonrechter zal de zaak niet (ambtshalve) doorverwijzen naar de rechtbank, omdat verzoekster op de zitting te kennen heeft gegeven, hierop geen prijs te stellen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.
Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.