Van onze advocaat kindsdeel: de waarde van de zaken van een nalatenschap zijn vaak een punt van discussie. Vaak gaat het om de waarde van de woning, maar het kan natuurlijk ook gaan over de waarde van een bedrijf. Onderstaande uitspraak is eigenlijk een fiscale uitspraak van de Hoge Raad, maar omdat de overwegingen van de Hoge Raad over het maatschapsaandeel interessant zijn, willen we u deze toch niet onthouden.

Erflater was in gemeenschap van goederen gehuwd en had een agrarische bedrijf, een maatschap met zijn echtgenote en een overeenkomst metd aarin een voortzettingsbeding.Voor het Hof was in geschil of de waarde van het aandeel van de echtgenote in het ondernemingsvermogen van belang is bij het bepalen van de omvang van de nalatenschap van erflater, en zo ja, op welke waarde dat aandeel moet worden bepaald. Het Hof:

‘Het Hof heeft vooropgesteld dat alvorens de waarde van de nalatenschap kan worden bepaald, eerst de omvang van de ontbonden gemeenschap van goederen dient te worden bepaald. De waarde van de nalatenschap omvat de helft van de waarde van de ontbonden gemeenschap van goederen.

Uit de arresten van de Hoge Raad van 15 januari 1961, NJ 1962/48, en van 3 mei 1968, NJ 1968/267, volgt dat de in gemeenschap van goederen gehuwde echtgenoot niet is gerechtigd tot de vennootschappelijke goederen. Tot de huwelijksgemeenschap behoort wel de waarde van zijn aandeel in het vermogen van de in de maatschap gedreven onderneming (hierna: het maatschapsaandeel). Gelet op deze jurisprudentie was erflater dus gerechtigd tot de waarde van het maatschapsaandeel van zijn echtgenote en was de echtgenote gerechtigd tot de waarde van het maatschapsaandeel van de erflater. Het primaire betoog van belanghebbende, dat bij het bepalen van de omvang van de nalatenschap de waarde van het aandeel in het ondernemingsvermogen van de echtgenote niet relevant is, kan dan ook niet worden gevolgd, aldus het Hof.

Voor de waardering van het maatschapsaandeel van de echtgenote moet in beginsel worden uitgegaan van de waarderingsgrondslagen zoals vermeld in de maatschapsovereenkomst. Hierbij zijn de bepalingen die regelen op welk gedeelte van het vermogen de maten bij beëindiging van de maatschap bij liquidatie, uittreden of overlijden recht hebben, van bijzonder belang. Een in de maatschapsovereenkomst opgenomen verblijvens- of overnemingsbeding beïnvloedt daarom de waarde van het maatschapsaandeel en daarmee de waarde van de huwelijksgemeenschap, aldus nog steeds het Hof.

Buiten geschil is dat de waarde van het maatschapsaandeel van erflater, met inachtneming van hetgeen is vermeld in de maatschapsovereenkomst, moet worden berekend op de door de echtgenote te betalen overnamesom in geval van voorzetting van het bedrijf van de maatschap.

De waarde van het maatschapsaandeel van de echtgenote dient met toepassing van artikel 21, lid 4, van de Successiewet 1956 (tekst 2006) te worden gesteld op de liquidatiewaarde. Dit omdat de maatschap tussen erflater en de echtgenote door het overlijden van de erflater is ontbonden; op de echtgenote rustte na het overlijden van erflater derhalve niet meer de verplichting haar onderneming door een ander te laten overnemen tegen de overnamewaarde, aldus nog steeds het Hof.’

De Hoge Raad was het eens met dit arrest van het Hof. Laat onze advocaat kindsdeel u adviseren over de waarde van een bedrijf in een nalatenschap. Bel ons: 020-3980150 of stel hier uw vraag.