Van onze advocaat kindsdeel: sinds het in werking treden van de Europese erfrechtverordening op 17 augustus 2015, is het internationale erfrecht meer overzichtelijk geworden. Toch komt onze advocaat kindsdeel nog veel ‘oude gevallen’ tegen. Vooral veel Nederlanders die in België woonden. Om die reden een gedeelte van een vonnis van december 2016 van de Rechtbank Midden Nederland, omdat de overwegingen bruikbaar zijn in andere ‘oude’ zaken van Nederbelgen.

De relevante overwegingen van de Rechtbank:

‘Ten aanzien van het toepasselijk recht op de nalatenschap van [erflater] geldt het volgende. [erflater] had ten tijde van zijn overlijden op [2014] de Nederlandse nationaliteit en woonde (sinds 1991) in België. [erflater] heeft in zijn testament van 28 maart 2014 bepaald dat op de vererving van zijn nalatenschap en de afwikkeling daarvan het Nederlands recht van toepassing is.

Uit artikel 10:145 BW volgt dat het recht dat van toepassing is op erfopvolging wordt aangewezen door het Haags Erfrechtverdrag 1989 (HEV). Op grond van artikel 5 HEV geldt dat [erflater] gezien zijn nationaliteit in voornoemd testament rechtsgeldig een rechtskeuze voor de vererving van zijn nalatenschap heeft gemaakt met zijn keuze voor Nederlands recht.

In zijn testament heeft [erflater] zijn rechtskeuze tevens van toepassing verklaard op de afwikkeling van zijn nalatenschap. Het HEV kent echter geen rechtskeuzemogelijkheid voor de erflater ten aanzien van de afwikkeling van zijn nalatenschap. De eenzijdige conflictregel van artikel 10:149 BW (de vereffening en verdeling worden beheerst door Nederlands recht indien de erflater zijn laatste gewone verblijfplaats in Nederland had) is niet van toepassing. [erflater] woonde ten tijde van zijn overlijden immers in België. Naar ongeschreven Nederlands internationaal privaatrecht dient ingeval de erflater zijn laatste woonplaats buiten Nederland had, de verwijzingsregel van internationaal privaatrecht van dat land te worden toegepast (Tweede kamer 2009/2010, 32137, nr. 3, p. 79). Op de afwikkeling van de nalatenschap van [erflater] is dus van toepassing het recht dat wordt aangewezen door het Belgisch internationaal privaatrecht.

Volgens artikel 79 van het Belgisch wetboek van internationaal privaatrecht (WIPR) kan een persoon de vererving van zijn goederen onderwerpen aan het recht van zijn nationaliteit (rechtskeuze). In artikel 80 WIPR is nader gedefinieerd wat naar Belgisch IPR onder vererving dient te worden verstaan. Artikel 81 WIPR bepaalt dat de wijze van samenstelling en van toebedeling van de loten wordt beheerst door het recht van de staat op wiens grondgebied de goederen zich ten tijde van de verdeling bevinden. Volgens – het voor de beoordeling van deze zaak meest relevante – artikel 82 WIPR wordt het beheer en de overgang van de nalatenschap beheerst door het recht dat krachtens de artikelen 78 en 79 WIPR op de vererving van toepassing is. In dit geval dus Nederlands recht nu op grond van artikel 79 WIPR de rechtskeuze van [erflater] voor Nederlands recht (het recht van zijn nationaliteit) als het op de vererving van zijn nalatenschap toepasselijke recht als rechtsgeldig wordt erkend.

In dit kader acht de rechtbank ook van belang – zoals [eiseres] terecht heeft opgemerkt (conclusie na comparitie, nr. 155) – dat [erflater] in zijn testament naast de rechtskeuze voor Nederlands recht heeft gekozen voor benoeming van een executeur en het instellen van een testamentair bewind overeenkomstig het Nederlands recht, zodat ook om die reden toepassing van Nederlands recht op de afwikkeling van de nalatenschap van [erflater] bepaald voor de hand ligt.’

De Rechtbank maakt terecht op grond van het oude recht een onderscheid tussen het toepasselijk recht op de vererving en op de afwikkeling van de nalatenschap. De Recktbank onderbouwt degelijk dat de rechtskeuze van erflater op beide gebieden mogelijk is. Let u op: onder het nieuwe recht is er veel veranderd!

Mocht u een kindsdeel willen vorderen met internationale aspecten, bel dan onze advocaat kindsdeel: 020-3980150.