Door onze advocaat kindsdeel: In oude uiterste wilsbeschikkingen, ook wel testament, is regelmatig een ouderlijke boedelverdeling opgenomen. Deze ouderlijke boedelverdeling bepaalt dat de echtgenoot alle goederen uit de nalatenschap van de erflater zal verkrijgen en dat de kinderen een vordering hebben op de langstlevende echtgenoot ter hoogte van hun kindsdeel. Deze vordering op de langstlevende echtgenoot wordt opeisbaar op het moment dat deze komt te overlijden. In het onderstaande geval, dat weliswaar wat ouder is, maar nog steeds interessant, is de moeder vooroverleden en zij had een ouderlijke boedelverdeling opgenomen in haar testament.

De echtgenoot is hertrouwd met uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen en in zijn testament bedeelt hij aan zijn nieuwe echtgenote twee legaten toe. Enerzijds ontvangt zij bij zijn overlijden een som geld en anderzijds mag zij in de woning, die in zijn geheel in de nalatenschap valt, blijven wonen. De kinderen uit het eerste huwelijk blijven zijn enige erfgenamen. Bij het overlijden van de echtgenoot ontstaat er een geschil tussen de nieuwe echtgenote en de kinderen uit het eerste huwelijk. De kinderen vorderen hun kindsdelen en de nieuwe echtgenote stelt dat zij recht heeft op de legaten. De vraag is dan: wat gaat er voor: het kindsdeel of het legaat? In een uitspraak van 13 augustus 2014 spreekt de Rechtbank Gelderland in kort geding zich over deze zaak als volgt uit:

Op grond van het bepaalde in artikel 4:120 lid 1 BW worden schulden van de nalatenschap uit een legaat slechts ten laste van de nalatenschap voldaan, indien alle andere schulden van de nalatenschap daaruit ten volle worden voldaan. De schulden uit legaat komen derhalve in de rangorde na de overige schulden van de nalatenschap. Er bestaat geen aanleiding om, zoals [gedaagde] heeft gedaan, ervan uit te gaan dat het begrip “schulden van de nalatenschap uit legaat” in genoemde bepaling alleen ziet op legaten die bestaan uit het geven van een geldsom, althans op geld waardeerbaar zijn en dus geen betrekking heeft op het aan haar toegekende legaat van recht van gebruik en bewoning. Uit de parlementaire geschiedenis (MvA II, parlementaire geschiedenis Boek 4, p. 1188) blijkt dat het begrip “schulden” in artikel 4:7 BW en mitsdien ook in artikel 4:120 lid 2 BW ruim dient te worden uitgelegd, nu daarin is vermeld: “Onder schulden valt bijvoorbeeld ook de verbintenis tot overdracht of de verbintenis tot vestiging van een beperkt recht.” Conclusie dient daarom te zijn dat een legaat, ongeacht de aard van de te verrichten prestatie, tot de schulden der nalatenschap moeten worden gerekend.Dit betekent dat de vordering die [eisers]ter zake van het erfdeel van zijn moeder op de nalatenschap van[vader ] heeft voorgaat op de vordering die [gedaagde] heeft ter zake het gelegateerde recht van gebruik en bewoning.”

De echtgenote wordt uiteindelijk veroordeeld door de rechtbank tot verlening van haar medewerking aan de verkoop van de woning zodat de kinderen hun aanspraak op het kindsdeel kunnen laten gelden. De aanspraak op het kindsdeel uit de nalatenschap van de vooroverledene heeft in dit geval dus voorrang boven de legaten die erflater wenste te geven aan zijn nieuwe echtgenote. Onze advocaat kindsdeel kan u helpen uw kindsdeel te berekenen en te verkrijgen of hij kan bijstaan indien u de verkrijging van het kindsdeel door een ander wilt afwenden. De uitwerking en berekening van het kindsdeel verschilt van geval tot geval, het is daarom verstandig juridisch advies in te winnen.

Heeft u vragen over het kindsdeel neem dan telefonisch contact op met onze advocaat kindsdeel via 020 – 3980150 of stel uw vraag via dit formulier.