Van onze advocaat kindsdeel. De Rechtbank Noord-Nederland heeft op 7 maart 2017 uitspraak gedaan over de verdeling en vereffening van de nalatenschappen van ouders, het wettelijk erfdeel en over het afleggen van rekening en verantwoording.
Partijen zijn elkaars broers en zus. De ouders van partijen, D (hierna: vader) en E (hierna: moeder) zijn met elkaar in gemeenschap van goederen gehuwd geweest. Moeder is overleden op 28 februari 2004. Vader is overleden op 1 juni 2011.
Vader en moeder hebben bij nagenoeg gelijkluidende testamenten van 9 maart 1978 beschikt over hun nalatenschappen, waarbij zij elkaar al zijn/haar roerende en onroerende zaken hebben gelegateerd – onder de verplichting om de waarde daarvan in te brengen in hun nalatenschap – alsook het vruchtgebruik over hun gehele nalatenschap. Het testament van vader heeft geen effect gesorteerd als gevolg van het vooroverlijden van moeder. De nalatenschappen zijn zuiver aanvaard.
In 1978 heeft A de boerderij met bijgebouwen van vader gekocht. B heeft enkele landerijen van vader gekocht. Voor de koopprijzen zijn destijds aan beide zoons leningen verstrekt tegen 8% rente: A ten bedrage van fl. 150.000 en B ten bedrage van fl. 117.500.
Bij de verkoop van de boerderij aan A is overeengekomen dat vader en moeder tot aan hun dood op de boerderij mochten blijven wonen tegen een huurprijs van fl. 15 per week.
Partijen zijn gezamenlijk tot de nalatenschappen van vader en moeder gerechtigd, thans elk voor een derde deel. Tussen partijen is het onderhavige geschil ontstaan over de afwikkeling daarvan. B heeft in dat kader op 13 december 2013 de gehele administratie van vader ingezien.
Blijkens bankafschriften bedraagt het saldo van door vader en moeder aangehouden betaalrekening per 1 juni 2016 € 495,18 en het saldo van de spaarrekening € 22.540,97.
De advocaat van B vordert, na wijziging van eis, dat de kantonrechter bepaalt dat:
- B ter hoogte van zijn wettelijk erfdeel gerechtigd is in de nalatenschap van moeder, althans dat de omvang van het wettelijk erfdeel – althans een nader te bepalen erfdeel – van B en de wijze van verdeling van de nalatenschap van moeder in rechte nader wordt vastgesteld, zoals de kantonrechter in goede justitie zal vermenen te behoren, althans een nader in rechte aan te wijzen notaris opdracht zal worden gegeven de akte van verdeling op te stellen op de wijze en op de gronden, zoals de kantonrechter zal vermenen te behoren;
- B ter hoogte van zijn wettelijk erfdeel gerechtigd is in de nalatenschap van vader, althans dat de omvang van het wettelijk erfdeel – althans een nader te bepalen erfdeel – van B en de wijze van verdeling van de nalatenschap van vader in rechte nader wordt vastgesteld, zoals de kantonrechter in goede justitie zal vermenen te behoren, althans een nader in rechte aan te wijzen notaris opdracht zal worden gegeven de akte van verdeling op te stellen op de wijze en op de gronden, zoals de kantonrechter zal vermenen te behoren;
Afleggen van rekening en verantwoording?
Volgens de advocaat van B heeft A ondeugdelijk beheer over de bankrekeningen van vader en moeder gevoerd. Na het overlijden van moeder is de hoogte van het opgenomen huishoudgeld gestegen. B verdenkt A verder van oneigenlijk gebruik van de bankpas van vader. Zo zijn er blijkens de overgelegde bankafschriften kort na de datum van overlijden nog diverse afschrijvingen gedaan ten behoeve van Hema en een bankopname, die evident niet ten behoeve van vader kunnen zijn geweest.
Volgens de advocaat van A heeft A nooit de financiële belangen van zijn ouders behartigd. Voor de boekhouding kregen de ouders bijstand van de heer F en voor de belastingaangifte en de jaarrapportage van administratiekantoor G. Wel hebben de ouders op enig moment de echtgenote van A gemachtigd ter zake van hun bankrekeningen. A is dan ook niet gehouden om rekening en verantwoording af te leggen over de periode dat zijn ouders nog leefden. Er zijn bovendien geen onregelmatigheden in de administratie aangetroffen, waartoe A verwijst naar de brief van de notaris van 4 februari 2015.
De kantonrechter oordeelt hierover als volgt. Volgens vaste rechtspraak kan een verplichting tot het doen van rekening en verantwoording worden aangenomen indien tussen partijen een rechtsverhouding bestaat of heeft bestaan krachtens welke de een jegens de ander (de rechthebbende) verplicht is om zich omtrent de behoorlijkheid van enig vermogensrechtelijk beleid te verantwoorden. Een zodanige verhouding kan voortvloeien uit de wet, een rechtshandeling of ongeschreven recht (Hoge Raad, 9 mei 2014, HR:2014:1089, NJ 2014/251). Naar het oordeel van de kantonrechter heeft B onvoldoende gesteld ten aanzien van het bestaan van een dergelijke verhouding tussen A enerzijds en de ouders anderzijds. Het enkele feit dat de echtgenote van A op enig moment door hen gemachtigd is, acht de kantonrechter daartoe onvoldoende. Het in reconventie sub 9 gevorderde zal om die reden worden afgewezen.
De vereffening van de nalatenschappen
Volgens de advocaat van A dienen de door elk van partijen voorgeschoten kosten alsnog ten laste van de boedel te worden gebracht, alvorens tot verdeling van de nalatenschap van vader wordt overgegaan. In reactie op het verweer van B heeft A aangevoerd dat de woning pas per 31 juli 2011 is opgeleverd, zodat de huur en de energiekosten over de maand juli nog verschuldigd waren. De notariskosten zien op de verrichte werkzaamheden inzake de nalatenschap van vader, waartoe hij verwijst naar de aan de erven D gerichte declaraties van 15 september 2015 en 1 juli 2016 van de notaris die blijkens de daarin opgenomen omschrijvingen zien op “het opmaken van verklaringen van aanvaarding met volmacht, het opvragen van informatie en het voeren van besprekingen en correspondentie, alles met bijbehorende werkzaamheden” en “kosten voor inzage diverse registers” en “het voeren van overleg en correspondentie met de Rabobank i.v.m. interne overboeking”.
De advocaat van B betwist dat aan A nog de huur ad € 421,55 voor de maand juli 2011 toekomt. Tevens betwist hij dat vader de opgevoerde bedragen voor Essent en Nuon na zijn overlijden verschuldigd was. De notariskosten ad € 502,15 mogen tot slot niet voor rekening van B komen, waartoe hij verwijst naar een door hem op 4 juli 2015 geschreven brief aan de notaris waarin onder meer “PS: mocht mijn broer u opdrachten geven dan is dit voor zijn eigen rekening” staat.
De kantonrechter oordeelt hierover als volgt. Niet weersproken is dat de huur van de door vader bewoonde woning in de maand juli 2011 nog niet geëindigd was. De door A voorgeschoten huur en energiekosten over de maand juli 2011 zijn dus aan te merken als vereffeningskosten in de zin van artikel 4:7 lid 1 sub c BW. Voor wat betreft de door A en C voorgeschoten notariskosten, blijkt uit de omschrijvingen in de declaraties van 15 september 2015 en 1 juli 2016 dat deze kosten zijn gemaakt in het kader van de afwikkeling van de nalatenschap van vader. Ook de notariskosten zijn dus aan te merken als vereffeningskosten. Voor zover B bedoeld zou hebben dat hij geen opdrachtgever van de notaris was en daarom niet gehouden is bij te dragen aan de notariskosten, miskent hij daarmee dat vereffeningskosten als schulden van de nalatenschap ten laste van de boedel dienen te worden gebracht. Hetgeen na uitbetaling van de door de erfgenamen voorgeschoten kosten resteert, komt vervolgens voor verdeling in aanmerking.
De verdeling van de nalatenschappen
De kantonrechter constateert dat A een bevel tot verdeling vordert (ex artikel 3:178 lid 1 BW), terwijl B een verdeling door de rechter wenst te bewerkstelligen (ex artikel 3:185 lid 1 BW). Nu uit de stellingen van partijen volgt dat er sprake is van onenigheid tussen de deelgenoten over de verdeling en niet zozeer van een onwillige deelgenoot, ligt het meer voor de hand om dat op de voet van artikel 3:185 lid 1 BW tot vaststelling van de verdeling wordt overgegaan.
Partijen zijn niet ingegaan op de samenstelling en de omvang van de nalatenschap van moeder. De kantonrechter is van oordeel dat dit in het midden kan blijven, omdat partijen thans gezamenlijk – elk voor een derde deel – tot beide nalatenschappen gerechtigd zijn. Met verdeling van hetgeen na het overlijden van vader aan bezittingen en schulden resteert, kan de nalatenschap van moeder – voor zover die daarbij zou zijn inbegrepen – dus eveneens verdeeld worden geacht.
Met inachtneming van hetgeen hiervoor overwogen en beslist is, zal de kantonrechter de verdeling van de nalatenschappen van vader en moeder als volgt bepalen:
– ten laste van de hiervoor genoemde bank- en spaarrekening zullen de hiervoor genoemde voorgeschoten kosten als volgt worden vergoed:
– aan A : € 2.141,50
– aan B : € 1.737,29
– aan C : € 2.715,11
– het hierna resterende saldo van de bank- en spaarrekening zal worden verdeeld overeenkomstig ieders gerechtigdheid tot de nalatenschappen, namelijk elk 1/3e deel, en wel door overmaking daarvan naar de door iedere partij aan te geven bankrekening.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u vragen over de vereffening of over de verdeling van een erfenis, over het kindsdeel, over de schulden van de nalatenschap of over het afleggen van rekening en verantwoording, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.