De Rechtbank Amsterdam heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over de verdeling van een nalatenschap door de rechter en de waardering van een woning en de benoeming van een deskundige.

De advocaat van de erfgenaam vordert verdeling van gemeenschap op grond van artikel 3:178 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en legt aan zijn vordering ten grondslag dat hij al jaren het beheer van de registergoederen heeft gevoerd en een groot belang heeft bij voortgezet bezit van het geheel daarvan.

De erfgenaam wil dat de rechter de verdeling vaststelt op grond van artikel 3:185 BW, zodanig dat de in gemeenschap vallende helft van de eigendom van de registergoederen aan hem wordt toegedeeld tegen vergoeding van de waarde daarvan.

Verdeling van een nalatenschap. Verdeling door de rechter. Waardering van de woning. Benoeming van een deskundige.

De rechter oordeelt als volgt.

De rechter stelt voorop dat bij de verdeling van tot een gemeenschap behorende goederen uitgegaan moet worden van de waarde daarvan ten tijde van de verdeling, tenzij een afwijking voortvloeit uit hetgeen partijen zijn overeengekomen of uit de eisen van redelijkheid en billijkheid (Hoge Raad, 12 februari 1999, HR:1999:ZC2851).

Nu gesteld noch gebleken is dat partijen iets anders zijn overeengekomen of dat uit de redelijkheid en billijkheid iets anders voortvloeit, dient bij een verdeling van gemeenschap uitgegaan te worden van de waarde van de registergoederen ten tijde van de verdeling.

Dit brengt met zich dat het rapport niet meer bruikbaar is voor de waardebepaling, reeds omdat vanwege de prijsontwikkeling van vastgoed in A aangenomen kan worden dat het niet meer de nu geldende waarde weergeeft, ongeacht of de daarin gebruikte peildatum de datum van overlijden van moeder of enkele weken voor 9 december 2016 is geweest.

Namens gedaagden is ter zitting verklaard dat gedaagden geen bezwaar heeft tegen verdeling of verkoop van de registergoederen, mits deze plaatsvindt tegen een reële marktwaarde.

Nu verdeling van gemeenschap kan plaatsvinden zonder dat andere gemeenschap van vader tevens (gedeeltelijk) wordt verdeeld door toebedeling aan gemeenschap van de waarde van haar aandeel in gemeenschap, is er geen belemmering om de verdeling te laten plaatsvinden, tegen een nog vast te stellen reële marktwaarde.

Nu partijen vooralsnog kennelijk geen overeenstemming hebben bereikt over die waarde of over de wijze waarop die zal worden vastgesteld, zal de rechter overgaan tot benoeming van een deskundige die de waarde zal bepalen.

De rechter is voornemens om de deskundige de volgende vraag voor te leggen:

Wat is volgens uw deskundig inzicht de marktwaarde van de registergoederen bij vrije onderhandse verkoop ten tijde van het uitbrengen van uw rapport?

Voordat tot benoeming van de deskundigen wordt overgegaan, zullen partijen in de gelegenheid worden gesteld zich bij akte uit te laten over het aantal te benoemen deskundigen, de persoon van de te benoemen deskundige en de geformuleerde vraag.

De rechter verzoekt partijen om met een eensluidend voorstel voor één of meer deskundigen te komen, teneinde onnodige geschillen te voorkomen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over de waardering van onroerend goed en de benoeming van een deskundige in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.