Het Gerechtshof Den Haag heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over een onttrekking van gelden uit een nalatenschap. Diende het overgeboekt bedrag van de bankrekening aan de nalatenschap te worden terugbetaald?

Tussen de erfgenamen is niet in geschil dat geïntimeerde op 30 december 2015 – derhalve na het overlijden van erflater – een bedrag van € 8.000,- ten laste van de bankrekening van erflater naar een bankrekening op zijn eigen naam heeft overgeboekt.

Volgens appellante heeft geïntimeerde dit bedrag onttrokken aan de nalatenschap van erflater en dient hij dit terug te storten.

Geïntimeerde stelt dat het hier gaat om het spaargeld van de vader van geïntimeerde en erflater (de vader), dat zij via overboeking naar hun eigen bankrekeningen hadden veiliggesteld toen de vader begon te dementeren.

Op 30 december 2015 heeft geïntimeerde het deel van dit spaargeld van de vader dat nog op een rekening van erflater stond (de bewuste € 8.000,-) overgeboekt naar een rekening op zijn eigen naam, onder de vermelding “spaargeld pa”.

Volgens geïntimeerde dient dit bedrag bij de afwikkeling van de nalatenschap van de na erflater overleden vader betrokken te worden.

Geïntimeerde voert appel aan dat erflater en hijzelf werkzaam waren in de scheepvaart en lange periodes van huis waren, zodat zij over en weer elkaars zaken en die van hun vader waarnamen.

Geïntimeerde erkent dat – mocht het bedrag toch tot de nalatenschap van erflater behoren – hij dit bedrag zal moeten inbrengen. Dit bedrag kan alsdan verrekend worden met de vordering die hij wegens door hem betaalde kosten van de begrafenis van erflater nog op de nalatenschap van erflater heeft.

Terugbetaling van een na overlijden van de erflater overgeboekt bedrag van de bankrekening?

De rechter overweegt als volgt.

Nu de nalatenschap van erflater namens de minderjarige beneficiair is aanvaard, is deze op de voet van artikel 4:193 lid 1 BW vereffenaar en wordt zij ter zake de vereffeningswerkzaamheden vertegenwoordigd door haar wettelijke vertegenwoordiger.

Het betreft hier de zogeheten lichte vereffening (artikel 4:221 lid 1 BW).

De vereffenaar heeft in ieder geval tot taak de schulden van de nalatenschap te voldoen (Hoge Raad 19 mei 2017, HR:2017:939).

Daartoe komt hem onder meer het beheer van de nalatenschap toe.

De verplichting tot vereffening omvat ook het innen van tot de nalatenschap behorende vorderingen.

Als wettelijk vertegenwoordiger van de vereffenaar vertegenwoordigt appellante de minderjarige als vereffenaar in en buiten rechte.

Voor zover erflater aan geïntimeerde uitdrukkelijk of stilzwijgend volmacht zou hebben verleend over zijn bankrekening te beschikken, is deze volmacht door het overlijden van erflater geëindigd (artikel 3:72 BW).

Van zaakwaarneming kan om diezelfde reden geen sprake meer zijn. Bovendien werden door de overboeking door geïntimeerde de gestelde belangen van de vader behartigd en niet die van erflater.

Gelet op het vorenstaande komt de rechter tot het oordeel dat geïntimeerde niet bevoegd was het bedrag van € 8.000,- dat ten tijde van het overlijden van erflater op 18 december 2015 op de bankrekening van erflater stond, na diens overlijden over te maken naar zijn eigen bankrekening. Het hof zal geïntimeerde dan ook veroordelen het bedrag van € 8.000,- terug te betalen aan de nalatenschap.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het onttrekken van gelden uit een nalatenschap, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.