De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over een verdeling van een tot een nalatenschap behorende woning en de waardering van de woning.

De rechter stelt voorop dat tussen partijen niet in geschil is dat de woning verdeeld moet worden en dat de kern van het geschil is of de woning moet worden gewaardeerd in verhuurde of vrij opleverbare staat.

Verdeling van tot een nalatenschap behorende woning. Waardering van de woning in verhuurde staat?

De rechter oordeelt als volgt.

Vast staat dat partijen sinds het overlijden van de erflater niet tot overeenstemming kunnen komen ter zake verdeling van de bewuste woning.

Ingevolge het bepaalde in artikel 3:185 lid 1 BW geldt dat een deelgenoot de mogelijkheid heeft te vorderen dat de rechter de verdeling vaststelt indien de deelgenoten niet tot overeenstemming over de verdeling van een gemeenschapsgoed kunnen komen.

Uitgangspunt hierbij is dat de rechter die de wijze van verdeling op de voet van artikel 3:185 lid 1 Burgerlijk Wetboek vaststelt daarbij een discretionaire bevoegdheid heeft en niet gebonden is aan hetgeen partijen over en weer hebben gevorderd.

Bovendien behoeft hij niet expliciet in te gaan op hetgeen partijen over en weer aanvoeren, doch dient hij bij de vast te stellen verdeling wel naar billijkheid rekening te houden met de belangen van partijen en het algemeen belang. Met inachtneming hiervan komt de rechtbank tot het volgende.

De rechter merkt op dat geenszins gesteld of gebleken is dat de erfgenaam vanaf het overlijden van de erflater in 1999 enige actie hebben ondernomen ter indexering van de in hun ogen te lage huurprijs.

Dat betekent dat zij vanaf 1999 zelf hebben bijgedragen aan het gemis van hogere huurinkomsten.

Onder voormelde omstandigheden is de rechter van oordeel dat, hoewel toegegeven kan worden dat de erfgenaam er beter aan had gedaan om overleg te voeren met de andere deelgenoten alvorens de huurovereenkomst met koopoptie aan te gaan én dat het denkbaar is dat gunstigere alternatieven voorhanden waren ter zake verhuur van de woning, op zichzelf hiermee echter niet geconcludeerd kan worden dat de erfgenaam onrechtmatig jegens de erfgenamen heeft gehandeld.

Dat betekent dat de erfgenamen de situatie dienen te aanvaarden zoals die thans is en dat betekent respectering van de overeengekomen huurovereenkomst met koopoptie.

Hierbij neemt de rechter in acht dat hoewel de bedongen koopoptie en de hieraan gekoppelde berekeningsformule niet uitblinkt aan duidelijkheid en mogelijke financiële bevoordeling kan inhouden, doch dit met inachtneming van de billijkheid en alle belangen van partijen geen aanleiding vormt om tot een andere wijze van verdeling te komen.

Hiermee wordt immers een einde gemaakt aan de onverdeeldheid tussen partijen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over de waardering van onroerend goed in een erfenis, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.