Van onze advocaat kindsdeel. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 4 december 2018 uitspraak gedaan over zaakwaarneming en het beheer van een nalatenschap. Waren kosten gemaakt die gelden als een schuld van de nalatenschap?
Appellant komt met tien grieven op tegen het bestreden vonnis, waarbij het hof constateert dat appellant, anders dan in eerste aanleg, zijn vordering uitsluitend baseert op zaakwaarneming en om vaststelling van de beloning en van de onkostenvergoeding die aan hem toekomen op de voet van artikel 6:200 BW “vanwege zaakwaarneming en vinderschap met betrekking tot een nalatenschap, bestaande uit een fideï-commissair vermogen”
Appellant voert ter onderbouwing van zijn vordering aan dat in augustus 2014 de nalatenschap op professionele aanwijzingen van hem is ontdekt in de boedel van erfgenaam ten behoeve van de verwachters, dat hij ten behoeve van hen beheershandelingen heeft verricht en dat hij aldus is opgetreden als professioneel zaakwaarnemer van de verwachters.
In de grief komt appellant op tegen het oordeel van de rechtbank in het bestreden vonnis dat “zo appellant al een vordering uit zaakwaarneming zou hebben, heeft hij deze niet op de nalatenschap (en dus op geïntimeerde als vereffenaar) maar op de individuele erfgenamen ten behoeve van wie hij als zodanig is opgetreden…”.
Vereffening. Zaakwaarneming. Schuld van de nalatenschap? Beheershandelingen?
De rechter oordeelt als volgt.
Hij stelt dat de door hem verrichte werkzaamheden gericht waren op het behouden en revindiceren van de nalatenschap en dat de daarmee gemoeide kosten daarom een schuld van de nalatenschap vormen, die uit de nalatenschap, en dus door geïntimeerde, betaald moet worden.
Indien al juist is dat appellant als zaakwaarnemer van de erfgenamen – de verwachters – optreedt en jegens hen recht heeft op vergoeding van daardoor geleden schade voor zijn (beroepsmatig) verrichte werkzaamheden, dient hij zich ook naar het oordeel van het hof daarvoor te richten tot deze erfgenamen (verwachters) – zoals ook door de rechtbank is overwogen – en niet tot de vereffenaar van de nalatenschap.
Zijn gestelde vordering correspondeert namelijk niet met een schuld van de nalatenschap (als vermeld in artikel 4:7 lid 1 BW) die op de goederen van de nalatenschap verhaald kan worden en die de vereffenaar voor zover deze op de uitdelingslijst voorkomen (artikel 4:220 lid 1 BW) zou moeten betalen.
Appellant is geen schuldeiser van de nalatenschap die op voet van artikel 223 lid 2 BW tijdens de vereffening zijn (vermeende) vorderingsrecht bij vonnis kan doen vaststellen.
Overigens is ook niet komen vast te staan dat appellant, zoals hij stelt, het beheer heeft gehad over goederen van de nalatenschap in de zin van artikel 3:170 BW of de goederen van de nalatenschap met succes heeft opgevorderd in de zin van artikel 4:183 BW.
De lijst met acties die hij bij de dagvaarding in eerste aanleg heeft overgelegd bevat niet dergelijke beheershandelingen of revindicatiehandelingen.
De kosten die hij opvoert betreffen volgens de lijst met activiteiten nagenoeg alleen het voeren van correspondentie en het opstellen van notities en gedingstukken.
Daarmee zijn deze kosten goed vergelijkbaar met de kosten van juridische bijstand voor een erfgenaam door een advocaat, een notaris of accountant.
Ook dan is geen sprake van schulden van de nalatenschap, maar van schulden van de erfgenaam zelf.
Om vorenstaande redenen faalt de grief. Daarmee staat ook vast dat de gestelde vordering niet op de goederen van de nalatenschap kan worden verhaald en geen rol kan spelen bij de vereffening van de nalatenschap.
Het hof komt dan ook niet toe aan de beoordeling van de overige grieven, aangezien dat niet meer tot een ander oordeel kan leiden.
Het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd onder aanvulling van gronden. Nu de grieven niet slagen zal het hof appellant veroordelen in de kosten van het hoger beroep zoals hierna vermeld.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag over de vereffening en verdeling van een nalatenschap, over het kindsdeel of over de legitieme, over zaakwaarneming of beheer van een nalatenschap of over de schulden van de nalatenschap, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.