De Rechtbank Rotterdam heeft op 21 oktober 2020 uitspraak gedaan over een verzoek tot het opheffen van een testamentair bewind en een verzoek tot het benoemen van een testamentair bewindvoerder.

Erflater heeft op 24 februari 2012 een testament laten opmaken.

In dit testament staat, voor zover nu van belang:

 Erfstelling

Ik benoem tot mijn enig erfgenaam, mijn zoon (verzoeker)

Minderjarigenbewind/testamentair beschermingsbewind

Instelling bewind.

Ik stel een bewind in over de door mij nagelaten of vermaakte goederen aan mijn afstammelingen, hierna ieder te noemen: de rechthebbende, onder de hierna volgende bepalingen.

Ik benoem tot bewindvoerder de heer A geboren te B.

Einde van het bewind.

Het bewind eindigt zodra de rechthebbende de leeftijd van zeven en twintig (27) jaar heeft bereikt.

De Rechtbank kan het bewind ook opheffen op verzoek van de bewindvoerder op grond van onvoorziene omstandigheden, en voorts indien aannemelijk is dat de rechthebbende de onder bewind staande goederen zelf op verantwoorde wijze zal kunnen besturen.

Na verloop van vijf jaren na mijn overlijden kan het bewind op deze laatste grond ook worden opgeheven op verzoek van de rechthebbende.

Verzoek tot opheffing van een testamentair bewind. Verzoek tot benoeming van een testamentair bewindvoerder. Bevoegde rechter.

De rechter oordeelt als volgt.

De wet maakt in het erfrecht onderscheid tussen verzoeken die door de kantonrechter en verzoeken die door de rechtbank beoordeeld moeten worden.

De rechter die deze beschikking wijst is zowel kantonrechter als rechter in de rechtbank.

Hij kan daarom alle in deze zaak gedane verzoeken beoordelen.

Verzoeker verzoekt primair het testamentaire bewind op te heffen.

Dit verzoek kan niet toegewezen worden.

Het testament bepaalt immers, en het staat ook in de wet, dat verzoeker als rechthebbende een dergelijk verzoek op zijn vroegst vijf jaar na het overlijden van erflater kan doen.

De rechtbank wijst dit verzoek af.

Verzoeker verzoekt subsidiair een derde persoon tot testamentair bewindvoerder te benoemen, in de eerste plaats zijn moeder en als dit niet kan zijn partner.

Omdat geoordeeld zou kunnen worden dat de tekst van het testament aan de benoeming van de moeder van verzoeker tot testamentair bewindvoerder in de weg staat, benoemt de kantonrechter verzoeker 2 met onmiddellijke ingang tot testamentair bewindvoerder.

Verzoeker 2 heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard hiertoe bereid te zijn en de kantonrechter heeft de indruk gekregen dat verzoeker hiertoe in staat is.

Van beletselen is niet gebleken.

Het testament bepaalt, en het staat ook in de wet, dat de bewindvoerder de rechtbank kan verzoeken het bewind op te heffen als aannemelijk is dat de rechthebbende (verzoeker) de onder bewind staande goederen zelf op verantwoorde wijze zal kunnen besturen.

Verzoeker heeft een dergelijk verzoek gedaan tijdens de mondelinge behandeling van de zaak.

De rechtbank wijst dit verzoek van de bewindvoerder toe.

Het is de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling van de zaak namelijk gebleken dat verzoeker zelfstandig in staat moet worden geacht dat hij de onder bewind staande goederen  zelf op verantwoorde wijze zal kunnen besturen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over de benoeming van een bewindvoerder of het opheffen van een bewind in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.