De Rechtbank Rotterdam heeft op 7 oktober 2020 uitspraak gedaan over de vraag of het verzoek tot schorsing ex artikel 225 Rv door de zoon mogelijk was, omdat de andere partij, zijn vader, gedurende het geding, was overleden.
De zoon heeft bij akte om schorsing van de procedures verzocht op grond van artikel 225 Rv.
Hij heeft daaraan ten grondslag gelegd dat zijn vader, eiser, op 16 juli 2020 is overleden.
De zoon is niet bekend met het recente testament van vader en wat daarin is opgenomen ten aanzien van een eventuele executeur.
Door het overlijden van vader is de bewindvoerder volgens de zoon in ieder geval niet meer bevoegd om namens de vader in beide procedures op te treden.
Nu nog niet bekend is wie de erfgenamen zijn en nog niet bekend is op welke wijze de erfgenamen de nalatenschap van vader hebben aanvaard, heeft de zoon verzocht om de procedure op grond van artikel 225 Rv voor onbepaalde tijd te schorsen.
Erfrecht. Procesrecht. Verzoek tot schorsing van het rechtsgeding door de zoon, omdat de andere partij, zijn vader, inmiddels is overleden. Schorsing mogelijk? Hervatting van het geding.
De rechter oordeelt als volgt.
De rechtbank is van oordeel dat de zoon niet bevoegd is om tot schorsing van de procedures over te gaan.
Op grond van artikel 225 Rv is (de opvolger) van de partij aan wier zijde een schorsingsoorzaak zich voordoet, bevoegd om de procedure te schorsen.
De schorsingsgrond doet zich niet voor aan de zijde van de zoon.
De zoon heeft niet gesteld dat hij de rechtsopvolger van de vader is, zodat hij niet bevoegd is om tot schorsing over te gaan.
Het incident om de zaken te schorsen wordt daarom afgewezen.
Moeder heeft om hervatting van de procedures verzocht op grond van artikel 227 Rv.
Nu de procedures niet geschorst zijn, hoeven deze echter niet hervat te worden.
De rechtbank begrijpt dat moeder zich wil presenteren als opvolgend procespartij van vader.
Moeder heeft daaraan een verklaring van erfrecht ten grondslag gelegd waaruit blijkt dat zij executeur is in de nalatenschap van vader.
Ook staat hierin dat moeder met uitsluiting van ieder ander, tevens als executeur in de nalatenschap van vader, zelfstandig bevoegd is te beschikken over de goederen van de wettelijke gemeenschap van goederen, die tijdens het huwelijk van vader bestond, en de nalatenschap van vader.
De moeder zal gelet hierop in het vervolg van de procedures worden aangemerkt als opvolgend procespartij van vader.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het procederen in erfrechtzaken, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.
Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.