Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 8 september 2020 uitspraak gedaan over de vraag of er voldoende belang was om de rechtsvordering, die door de dochter wordt ingesteld tegen het uitgestelde mentorschap van de inmiddels overleden vader, te rechtvaardigen?
De vader van eiser is geboren in 1937 en overleden in 2019.
Bij verzoekschrift, ingekomen bij de kantonrechter op 1 mei 2019, heeft Veilig Thuis een verzoek ingediend tot ondercuratelestelling van de vader.
Bij de bestreden beschikking van 8 mei 2019 is, voor zover hier van belang, de beslissing op het verzoek tot ondercuratelestelling aangehouden.
Verder heeft de kantonrechter een mentorschap ingesteld over de vader wegens zijn lichamelijke of geestelijke toestand voor de duur van zes maanden.
Erfrecht. Mentorschap. Curatele. Procesrecht. Voldoende belang bij de rechtsvordering in hoger beroep?
De rechter oordeelt als volgt.
Het hof stelt vast dat het beroepschrift tijdig is ingediend en dat uit het beroepschrift voldoende kan worden afgeleid op welke gronden de dochter de bestreden beschikking onjuist acht.
Naar het oordeel van het hof heeft de dochter geen belang meer bij behandeling van haar hoger beroep.
Bij beschikking van 13 augustus 2019 is betrokkene onder curatele gesteld en op 9 oktober 2019 is betrokkene overleden.
Ingevolge het bepaalde in artikel 1:462 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) eindigt het mentorschap door de dood of ondercuratelestelling van de betrokkene.
Het bij de bestreden beschikking ingestelde mentorschap is derhalve inmiddels reeds geëindigd.
Nu het mentorschap van rechtswege is geëindigd, doet zich de vraag voor welk belang de dochter nog heeft bij beoordeling van haar hoger beroep.
Ingevolge het bepaalde in artikel 3:303 BW dient de dochter een voldoende concreet belang te hebben bij de beoordeling in hoger beroep van de bestreden beschikking.
Het belang moet voldoende zijn om de rechtsvordering die wordt ingesteld te rechtvaardigen.
De dochter heeft in de stukken en ter zitting aangevoerd dat, naar het hof begrijpt, haar belang is gelegen in haar wens dat het hof toetst of het mentorschap en de ondercuratelestelling ten aanzien van haar vader op goede gronden is ingesteld en of de informatie ter onderbouwing van het verzoek tot het instellen van de beschermingsmaatregel voldoende en correct was.
De dochter heeft ter zitting verklaard dat haar belang niet is gelegen in mogelijke financiële schade.
Naar het oordeel van het hof is het door de dochter gestelde belang bij de beoordeling van de bestreden beschikking in hoger beroep, onvoldoende om de rechtsvordering die wordt ingesteld te rechtvaardigen.
Gezien het feit dat de vader inmiddels is overleden, vormt het door de dochter gewenste oordeel over de vraag of de gronden voor een mentorschap dan wel ondercuratelestelling ten tijde van het nemen van de beslissing aanwezig en voldoende onderbouwd waren, daarvoor onvoldoende rechtvaardiging.
Het hof is dan ook van oordeel dat de dochter geen belang meer heeft bij haar verzoek en dat zij om die reden niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het door haar ingestelde hoger beroep.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over curatele of mentorschap in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.
Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.