De Rechtbank Overijssel heeft op 2 maart 2022 uitspraak gedaan over de wijze van de verdeling van een nalatenschap en over de wijze en de termijnen van voldoening van de overbedelingsschulden.

De rechtbank neemt in dit eindvonnis een beslissing over de verdeling onder de vier deelgenoten van de nalatenschap van de vader van partijen, omvattende registergoederen, roerende goederen en geldmiddelen.

Dit gebeurt in het verlengde van een tussenvonnis van 30 juni 2021 van de rechtbank, waarin de voorgenomen verdeling was opgenomen en waarover partijen zich konden uitlaten.

In het tussenvonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat de door B en C voorgestane verdeling het meest strookt met de wil van vader.

Die verdeling brengt mee dat X en A een geldvordering op B en C krijgen in verband met onderbedeling.

De rechtbank heeft in het tussenvonnis overwogen dat de vergoeding wegens onderbedeling naar haar voorlopig oordeel zoveel mogelijk moet worden voldaan in de vorm van overdracht van onroerende zaken.

De rechtbank stelt vast dat alle partijen zich niet gelukkig hebben getoond dan wel zich afwijzend hebben uitgelaten over de overdracht van gronden die tot het aan B en C toe te delen behoren.

Met name de verkoop van gronden aan derden achten partijen niet in overeenstemming met de wens (van vader) om het landgoed zoveel mogelijk (binnen de familie) te behouden.

Bovendien is de vrees van partijen dat bij het afstoten van gronden de rentabiliteit van het landgoed bedreigd wordt of zelfs verdwijnt.

Het bezwaar geldt ook voor de overdracht van bedoelde gronden aan X en/of A.

De rechtbank heeft in het tussenvonnis die wens wel in de overwegingen betrokken, maar ook overwogen dat het onvermijdelijk is om daaraan volledig te kunnen voldoen, omdat nu eenmaal een verdeling over vier deelgenoten aan de orde is.

De overdracht van gronden is door de rechtbank in het tussenvonnis betrokken bij de beslissing dat B en C aan X en A bedragen moeten voldoen ter compensatie van de onderbedeling van de laatstgenoemden.

Die voldoening zou (mede) in de vorm van grondoverdracht, nu dan wel later, kunnen worden gedaan.

X heeft deze wens uitdrukkelijk niet.

Als haar voorgestelde verdeling niet wordt gevolgd, dan wil zij bij de beoogde verdeling voldoening in geld zien.

Hoewel A verkoop van gronden ook niet voorstaat, wil zij wel als optie van minste voorkeur het landgoed met een aantal percelen grond toegedeeld krijgen.

A heeft voorts aangegeven dat zij dan voor de (resterende) onderbedeling aandelen zou willen aanvaarden van de BV, die B en C na de toedeling willen oprichten.

Erfrecht. Verdeling van een nalatenschap. Vordering uit onder- en overbedeling. Wijze van verdeling. Wijze en termijnen van voldoening van overbedelingsschulden.

De rechter oordeelt als volgt.

Het voorgaande brengt de rechtbank tot een heroverweging van de overweging in het tussenvonnis.

Vanwege de standpunten van partijen over het afstand doen van gronden door X en C bij de in het tussenvonnis aangegeven verdeling én de door B en C naar voren gebrachte mogelijkheid om primair dekking te zoeken voor de door hen te betalen overbedelingsvergoedingen aan X en A door middel van (externe) financiering, ziet de rechtbank reden om het tussenvonnis niet te volgen c.q. daarop terug te komen ten aanzien van de voldoening van de overbedelingsschuld(en).

De rechtbank zal beslissen dat B en C de overbedelingsschulden in beginsel in geld moeten voldoen aan X en A.

Voldoening in de vorm van aandelen of grond van het landgoed is ook denkbaar maar de rechtbank ziet geen aanleiding daartoe een verplichting op te nemen.

A heeft weliswaar te kennen gegeven dat zij geen interesse heeft in geld en dat zij betrokken wil blijven bij (het in stand houden van) het landgoed, maar de plannen met betrekking tot de nog op te richten BV zijn nog onvoldoende concreet om ten aanzien van A een verplichting tot voldoening in de vorm van aandelen op te nemen.

Het staat partijen wel vrij om alsnog afspraken te maken over een andere wijze van voldoening, voor zover zij dat willen.

Als partijen daarover geen andere afspraken (willen) maken, moeten B en C door middel van geldbetalingen aan de betalingsverplichting voldoen.

De rechtbank zal daarom (in afwijking van het tussenvonnis) bepalen dat de overbedelingsschulden in beginsel moeten worden voldaan in geld, tenzij de betrokken partijen anders afspreken.

Dat geeft partijen enerzijds de mogelijkheid om andere afspraken te maken over de voldoening van de overbedelingsvorderingen en X en/of A anderzijds de zekerheid van een geldvordering op B en C als het niet lukt om afspraken te maken.

De rechtbank zal wel een termijn voor betaling opnemen.

In het tussenvonnis is nog niets overwogen ten aanzien van een betalingstermijn, maar uit de reacties daarna is gebleken dat de termijn van betaling een (nieuw) geschilpunt is tussen X en B.

X vindt dat de aard van de verdeling meebrengt dat het volledige bedrag daadwerkelijk direct bij de verdeling aan haar moet worden voldaan en zij verzet zich tegen een betaling op termijn, afhankelijk van onzekere voorwaarden.

B heeft verklaard in staat en bereid te zijn om meteen een bedrag van twee miljoen euro te betalen, maar dat zij voor verdere betalingen meer tijd nodig heeft.

De rechtbank verstaat onder “meteen” dat de betaling direct met het verlijden van de verdelingsakte zal gebeuren.

In zoverre is geen sprake van een onzekere betaling op lange termijn zoals X heeft aangevoerd.

Bij het passeren van de verdelingsakte ontvangen X en A naar rato een gedeelte van twee miljoen euro.

Op grond van artikel 3:185 lid 3 BW heeft de rechter de bevoegdheid om te bepalen dat degene die overbedeeld wordt, de overwaarde geheel of ten dele in termijnen mag voldoen.

De rechtbank is van oordeel dat in dit geval het bepalen van een termijn voor voldoening van de overwaarde van B en C aan X en A redelijk is als het gaat om de resterende overwaarde na het voldoen van twee miljoen euro (naar rato) bij de aktepassering.

X heeft haar belang bij onmiddellijke betaling van de gehele overbedelingsschuld onvoldoende onderbouwd.

Met de betaling van twee miljoen euro naar rato wordt een deel van de overbedelingsschuld meteen voldaan.

X en A hebben geen belang aangevoerd op grond waarvan zij onmiddellijk de beschikking over het volledige bedrag zouden moeten hebben en een verdere afbetaling in termijnen voor hen niet aanvaardbaar zou zijn.

Aan de zijde van B en C ziet de rechtbank wel een belang dat pleit voor een verdere betaling in termijnen, namelijk hun (maar ook algemeen geldend) belang om het landgoed zoveel mogelijk te kunnen behouden en te kunnen exploiteren.

B en C hebben gemotiveerd toegelicht dat zij tijd nodig hebben om de financiering te regelen.

Als zij die tijd niet krijgen, dan zouden zij onmiddellijk tot noodgedwongen verkoop van gronden moeten overgegaan met alle negatieve gevolgen van dien (voor de waarde/opbrengst (pachters) en voor het landgoed).

De rechtbank zal bepalen dat B en C hun overwaarde aan X en A naar rato van de vorderingen van X en A]als volgt moeten voldoen:

1) betaling van twee miljoen euro naar rato bij het passeren van de akte tot verdeling, en

2) betaling van het resterende deel naar rato in zes jaarlijkse termijnen, d.w.z. de eerste termijn één jaar na het passeren van de akte en vervolgens telkens een jaar later een termijn, waarbij de eerste vijf termijnen telkens eenzelfde bedrag moeten omvatten (naar rato één miljoen euro) en de laatste (zesde) termijn het alsdan resterende eindbedrag.

Evenals B dat gerelateerd aan de verkoop van grond heeft gedaan, verstaat de rechtbank haar verzoek om te mogen komen tot afbetaling in 6 jaar of zoveel eerder als mogelijk is, als ook geldend ingeval zij anderszins in financiering zal kunnen voorzien.

De rechtbank zal deze toevoeging opnemen.

B heeft zich bereid getoond om vanaf de aktepassering een rente van 2 % per jaar aan X te voldoen over de resterende termijnen.

X en A hebben zich hierover niet uitgelaten, zodat de rechtbank de renteverplichting zal opnemen.

B en C moeten een rente van 2% per jaar voldoen aan X en A over de resterende termijnen vanaf het moment van het passeren van de akte.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over vorderingen uit overbedeling, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.