De Rechtbank Limburg heeft op 23 februari 2022 uitspraak gedaan over de vraag of op grond van de sanctie in testament om bij het niet verlenen van medewerking bij de uitvoering van het testament het recht van mede-erfgenaam om te erven was vervallen.

Gedaagde en eiseres zijn de enige kinderen van vader en moeder.

Vader is overleden in 2008.

Moeder is overleden in 2018.

Het door vader opgemaakte testament uit 1980 bevat een zgn. ouderlijke boedelverdeling, op grond waarvan, samengevat: (1) moeder alle goederen en rechten uit de nalatenschap van vader heeft geërfd, onder de last en verplichting om (onder meer) alle schulden van de nalatenschap te voldoen, en (2) gedaagde en eiseres ieder een vordering hebben gekregen op (de nalatenschap van) moeder ter hoogte van hun erfdeel, dit bedrag te vermeerderen met rente.

Erfrecht. Verdeling nalatenschap. Ouderlijke boedelverdeling. Beroep erfgenamen op sanctie in testament om het recht van mede-erfgenaam te erven vervallen te verklaren indien geen medewerking wordt verleend aan bepalingen in het testament. 

De rechter oordeelt als volgt.

Eiseres c.s. hebben gevorderd om voor recht te verklaren dat het recht van gedaagde als erfgenaam van vader en moeder is vervallen op basis van artikel 5.1. van het testament van moeder.

Eiseres c.s. hebben in dit verband aangevoerd, onder meer, dat gedaagde voortdurend bezwaar maakt tegen het optreden van de executeur en diens schorsing dan wel ontslag wil bewerkstelligen, waarmee in strijd wordt gehandeld met het testament van moeder waaraan de executeur zijn positie ontleent.

De rechtbank zal de vordering afwijzen als zijnde ongegrond en overweegt daartoe als volgt.

De bepaling waarop eiseres c.s. zich op beroepen luidt als volgt:

‘1. Sanctie niet uitvoeren last

Als een erfgenaam niet binnen een door de executeur/afwikkelingsbewindvoerder gestelde redelijke termijn meewerkt aan de verdeling van mijn nalatenschap zoals hiervoor in Hoofdstuk 4 vermeld, dan kan een onmiddellijk belanghebbende aan de rechter verzoeken het recht van de betreffende erfgenaam vervallen te verklaren.’

De bepaling maakt deel uit van wat in het testament wordt aangeduid als ‘Hoofdstuk 5 Overige beschikkingen’.

Bij het opstellen van de tekst van het testament heeft de notaris evident een fout gemaakt, want het testament bevat eerder ook al een hoofdstuk 5, namelijk ‘Hoofdstuk 5 Afwikkelingsbewind en bevoegdheid tot verdeling’.

Mede gelet op de nummering van de afzonderlijke bepalingen in het testament, die bij ieder hoofdstuk opnieuw begint, is duidelijk hoe de door de notaris gemaakt fout moet worden gecorrigeerd:

– de genoemde sanctiebepaling onder 1. moet worden gelezen als deel uitmakend van ‘Hoofdstuk 6 Overige beschikkingen’;
– de verwijzing naar ‘Hoofdstuk 4’ in deze bepaling dient te worden gelezen als een verwijzing naar ‘Hoofdstuk 5 Afwikkelingsbewind en bevoegdheid tot verdeling’.

Dit laatste volgt ook uit de tekst van de genoemde sanctiebepaling, waarin de vervallenverklaring wordt gekoppeld aan de medewerking ‘aan de verdeling van mijn nalatenschap’.

Deze verdeling komt aan de orde in het hoofdstuk dat (ook) in het testament (al) wordt aangeduid als ‘Hoofdstuk 5 Afwikkelingsbewind en bevoegdheid tot verdeling’ en niet eerder.

Vast staat dat de executeur uitsluitend executeur is, conform de inhoud van hoofdstuk 4 van het testament, en niet ook de tot verdeling bevoegde afwikkelingsbewindvoerder conform hoofdstuk 5.

De opstelling van gedaagde ten opzichte van de executeur, waarop eiseres c.s. zich in hoofdzaak beroepen, kan daarmee geen reden vormen om toepassing te geven aan de sanctiebepaling in hoofdstuk 6 van het testament: die opstelling (wat daar verder ook van zij) houdt geen verband met de verdeling van de nalatenschap van moeder.

Ook de andere bezwaren van eiseres c.s. tegen gedragingen en uitlatingen van gedaagde na het overlijden van moeder (zoals zijn handelen in het kader van de B.V. en zijn bezwaar tegen de hoogte van de legaten, dit een en ander zoals door eiseres c.s. gesteld, hebben geen betrekking op de verdeling van de nalatenschap van moeder.

De sanctiebepaling is daarom niet van toepassing.

Ten overvloede verdient opmerking dat de vordering onder I. ook betrekking heeft op de positie van gedaagde als erfgenaam van vader.

Die positie is in de onderhavige procedure echter niet aan de orde.

De erfenis van vader is afgewikkeld op basis van de ouderlijke boedelverdeling in diens testament, die ertoe heeft geleid dat gedaagde thans aanspraak kan maken op zijn vaders erfdeel als schuldeiser van (de nalatenschap van) moeder.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over een last of een legaat in een testament, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.