De Rechtbank Noord-Nederland heeft onlangs uitspraak gedaan over de vaststelling van het kindsdeel bij een ouderlijke boedelverdeling.
Erflaatster is in 2013 overleden.
Zij heeft in haar testament uit 1991 erflater en hun drie kinderen tot haar enige erfgenamen benoemd.
Zij heeft daarbij, voor zover hier van belang, bepaald:
- Ik deel toe aan mijn voornoemde echtgenoot: alle goederen en rechten die tot mijn nalatenschap zullen blijken te behoren, zulks onder de verplichting voor hem om wegens de daardoor plaatshebbende overbedeling aan mijn overige erfgenamen in contanten uit te keren de aan dezen toekomende erfdelen, berekend in het saldo van mijn nalatenschap en verminderd met ieders aandeel in de kosten van mijn begrafenis of crematie, eventuele taxatie- en of boedelkosten en ten laste van ieder komende successierechten.
- Ik deel toe aan mijn overige erfgenamen: een vordering in contanten ten laste van voornoemde echtgenoot wegens de aan deze gedane overbedeling.
Erfrecht. Ouderlijke boedelverdeling. Vaststelling van het kindsdeel. Schuldeisers. Informatieverstrekking. Recht op informatie voor de vaststelling van de kindsdelen. Waardebepaling. Peildatum. Onroerend goed. WOZ-waarde? Executeur.
De rechter oordeelt als volgt.
Eisers vorderen veroordeling van gedaagde tot het verstrekken van de benodigde informatie ter berekening van de erfdelen in de nalatenschap van erflaatster.
Zij leggen hieraan, samengevat weergegeven, ten grondslag dat zij aanspraak maken op hun kindsdeel in de nalatenschap van erflaatster en op de legitieme portie in die van erflater.
Zij stellen dat zij wat het kindsdeel betreft op grond van artikel 4:148 BW in samenhang met artikel 843a Rv, artikel 4:182 en 4:16 BW recht hebben op informatie, te weten over de levensverzekeringen en polissen ten tijde van het overlijden van erflaatster, bankafschriften van de rekening op overlijdensdatum van erflaatster en andere relevante informatie.
De rechtbank wijst de vordering tot het verstrekken van informatie door [gedaagde] in de nalatenschap van erflaatster af.
Eisers zijn in die nalatenschap erfgenamen en kunnen in die hoedanigheid de informatie die zij nodig hebben zelf, aan de hand van de verklaring van erfrecht, bij de bank of andere instanties opvragen.
Erfgenamen hebben immers vanwege art. 4:182 BW als rechtsopvolgers onder algemene titel toegang tot informatie over de nalatenschap.
Eisers hebben onvoldoende duidelijk gemaakt welk belang zij erbij hebben om die informatie nu bij gedaagde op te vragen.
Zij hebben ook niet betwist dat het verzoek van gedaagde aan de bank om informatie in de nalatenschap van erflaatster is afgewezen omdat zij geen erfgenaam is, zodat vaststaat dat zij niet aan de vordering kan voldoen.
Hun beroep op artikel 4:16 BW gaat niet op omdat de wettelijke verdeling hier niet van toepassing is.
Dat geldt ook voor het beroep op artikel 4:148 BW in samenhang met 843a Rv omdat eisers in de nalatenschap van erflater geen erfgenamen zijn maar schuldeisers.
Ook hun betoog dat de verplichting van erflater om in de nalatenschap van erflaatster informatie te verstrekken op grond van artikel 4:182 BW op gedaagde is overgegaan, faalt.
In het testament van erflaatster staat niet dat erflater verplicht is om eisers van informatie te voorzien over hun kindsdeel, maar dat waardering indien deze niet binnen zes maanden na haar overlijden in onderling overleg is geschied, moet plaatsvinden op de wijze als door de wet voorgeschreven voor boedelscheidingen waarbij minderjarigen zijn betrokken (dat wil zeggen via een notariële akte).
Van een voor overgang vatbare schuld of rechtsbetrekking op gedaagde als erfgenaam is dan ook geen sprake.
Het is evenmin de taak van de executeur in de nalatenschap van erflater om de omvang van het eventuele erfdeel van eisers uit de nalatenschap van erflaatster vast te stellen.
Partijen hebben zich in de stukken ook uitgelaten over de berekening van de legitieme portie.
Eisers hebben die kwestie echter niet aan de rechtbank voorgelegd. Hun vorderingen gaan alleen over het verstrekken van informatie.
Toch geeft de rechtbank – ten overvloede – partijen in overweging om aan te sluiten bij de subsidiaire berekening die gedaagde in de conclusie van dupliek heeft gedaan.
In die berekening is gedaagde als het gaat om de woning uitgegaan van de waarde in het economisch verkeer in plaats van de WOZ-waarde.
Dat acht de rechtbank redelijk omdat uitgegaan moet worden van de waarde in het economische verkeer op de peildatum (datum overlijden erflater) en omdat het een feit van algemene bekendheid is dat de WOZ-waarde niet noodzakelijk representatief is voor de werkelijke waarde van een pand.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.
Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.