Het Gerechtshof Amsterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over de vaststelling van de geldvorderingen van de kinderen bij de wettelijke verdeling.
Erflaatster is in 2014 overleden.
In haar op 9 juli 2013 gedateerde testament heeft zij bepaald dat op de nalatenschap de afdeling 4.3.1. van het Burgerlijk Wetboek (BW), te weten de wettelijke verdeling, van toepassing is.
Erfrecht. Wettelijke verdeling. Kindsdeel. Vaststelling van de geldvorderingen van de kinderen. Informatieverstrekking. Boedelbeschrijving. Notariële boedelbeschrijving noodzakelijk?
De rechter oordeelt als volgt.
Zowel erflaatster als erflater hebben in hun testamenten de wettelijke verdeling op hun nalatenschap van toepassing verklaard alsmede bepaald dat eiser, kind 2, kind 3, gedaagde 1 en gedaagde 2 in de wettelijke verdeling worden betrokken.
Dit betekent dat op het moment dat erflaatster in 2014 overleed, de goederen van haar nalatenschap werden toegedeeld aan erflater (onder de verplichting de schulden van de nalatenschap voor zijn rekening te nemen).
Eiser verkreeg, evenals de andere vier kinderen (en erflater), als erfgenaam van erflaatster van rechtswege een niet opeisbare geldvordering op erflater, het zogeheten kindsdeel.
Deze vordering werd opeisbaar bij het overlijden van erflater.
Door het overlijden van erflater werd eiser erfgenaam in de nalatenschap van erflater.
Eiser heeft een beroep gedaan op haar legitieme portie, hetgeen op grond van het testament van erflater tot gevolg had dat zij als erfgenaam werd uitgesloten.
De omvang van het kindsdeel van eiser is na het overlijden van erflaatster niet vastgesteld en/of vastgelegd.
Uit de beschikking van de kantonrechter van 20 januari 2020 valt af te leiden dat geen notariële boedelbeschrijving is opgemaakt.
Het verzoek van eiser in deze procedure om dat alsnog te doen, heeft de kantonrechter afgewezen, daartoe overwegende dat gedaagden onder overlegging van stukken een uitgebreide beschrijving hebben gedaan van de omvang van de boedel en dat eiser onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt welke toegevoegde waarde een notariële boedelbeschrijving zou hebben.
In het verweerschrift van gedaagden wordt gesteld dat op het moment van overlijden van erflaatster sprake was van een gezamenlijke woning, een gezamenlijke betaalrekening met een saldo van € 1.549,69 en een gezamenlijke spaarrekening met een saldo van € 19.210,65.
Uit de als productie overgelegde aangifte IB 2013 van erflater valt af te leiden dat de WOZ-waarde van de woning op dat moment € 296.000,- bedroeg.
De door gedaagden in deze procedure als productie bij het verweerschrift overgelegde boedelbeschrijving per datum overlijden erflaatster vermeldt bezittingen ten bedrage van € 271.760,34, waaronder een woning van € 250.000,-, banktegoeden van bij elkaar ongeveer € 17.500,-, en schulden ten bedrage van € 23.370,- (hypotheek).
De nalatenschap van erflaatster bedraagt volgens de boedelbeschrijving € 124.198,17 en de vordering van de kinderen op erflater € 103.495,98.
De vordering per kind, waaronder het kindsdeel van eiser, bedraagt volgens de boedelbeschrijving € 20.699,20.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.
Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.